Automated Author Profile

A.C. Mientjes

Econsultancy BV

Current S-Index

87.3

Sum of Dataset Indices for all datasets

Average Dataset Index per Dataset

1.4

Average Dataset Index per dataset

Total Datasets

62

Total datasets for this author

Average FAIR Score

66.2%

Average FAIR Score per dataset

Total Citations

0

Total citations to the author's datasets

Total Mentions

0

Total mentions of the author's datasets

S-Index Interpretation

S-Index Over Time

Cumulative Citations Over Time

Cumulative Mentions Over Time

Datasets

Proefsleuvenonderzoek Varsseveld Doetinchemsewegweg 6-16 Proefsleuvenonderzoek aan de Doetinchemsewegweg 6-16 te Varsseveld in de gemeente Oude IJselstreek (Version: 1.0)

<p>Tijdens het proefsleuvenonderzoek aan de Doetinchemsewegweg 6-16 te Varsseveld zijn vier proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van circa 240 m². In twee van de vier proefsleuven zijn sporen aangetroffen, waarvan er vijf te relateren waren aan een recent gesloopt gebouw uit de jaren ’50 van de vorige eeuw. De twee overige sporen betreffen een paalkuil en een kuil, die beiden vermoedelijk dateren uit de Nieuwe tijd. Het vondstmateriaal is afkomstig uit de kuil en dateert uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.3 Dataset Index
10.17026/ar/q5txogApril 2025

Proefsleuvenonderzoek Erp Hoogven 16a Proefsleuvenonderzoek aan de Hoogven 16a te Erp in de gemeente Meierijstad (Version: 1.0)

<p>In Werkput 1 aan de zuidoost zijde van het plangebied was de aangetroffen bodemopbouw anders dan op basis van het verkennend booronderzoek verwacht kon worden. Bovenin lag een pakket van circa 50 centimeter bouwzand, gerelateerd aan de recent gesloopte loods. Hier beneden lag een recent opgebrachte/geroerde laag, en vervolgens een relatief dik plaggendek (circa 80-90 centimeter dik). Beneden het plaggendek was een verspitte zandlaag, en vervolgens een donkerbruine - zwarte verspitte moerige/venige laag aanwezig. Dit lijkt er op te wijzen dat een veenpakket aanwezig is geweest op deze locatie van het plangebied, dat in een later stadium is afgegraven. Beneden de moerige/venige laag was het dekzand aanwezig. In het vlak van werkput 1 is een ontginningsspoor (greppel voor ontwatering) waargenomen en recente verstoringen zoals kabel- en leidingsleuven en uitbraaksleuven. Alleen uit het plaggendek konden twee fragmenten aardewerk (Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd (14e - 17e eeuw)) worden verzameld. In werkput 2 aan de noordwest zijde van het plangebied, is een andere bodem opbouw waargenomen: plaggendek (meerdere lagen, (deels) geroerd), op dekzand (C-horizont). In dit deel van het plangebied/onderzoeksgebied is geen podzolprofiel aanwezig. Wel lijkt het dekzandlandschap vanuit het zuidoosten (laagte/depressie) naar het noordwesten omhoog te komen. In Werkput 2 zijn geen archeologische vondsten of sporen aangetroffen. Wel zijn een aantal kabels en leidingen aangetroffen.</p><p>Op basis van de onderzoeksresultaten is geadviseerd om het plangebied vrij te geven.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions92% FAIR1.0 Dataset Index
10.17026/dans-xbd-mjfjApril 2025

Proefsleuvenonderzoek Sint-Willebrord Pastoor Bastiaansensingel 17 IVO-P en AB Pastoor Bastiaansensingel 17 te Sint-Willebrord Gemeente Rucphen (Version: 1.0)

<p>Tijdens het veldwerk zijn in totaal 19 sporen aangetroffen en gedocumenteerd. De sporen konden geïnterpreteerd worden als recente verstoringen, (sub)recente sporen (20e eeuw), greppels, en hoogstwaarschijnlijk natuurlijke sporen, ontstaan door vegetatie en dieren. Het vondstmateriaal aangetroffen op het onderzoeksterrein is te dateren in de 18e tot 20e eeuw. Het gaat hierbij om fragmenten van gebruiksaardewerk, fragmenten baksteen, vensterglas en natuur-steen. Uit de greppel van S5 (Werkput 1) kwam een fragment witbakkend aardewerk dat in de 17e tot 19e eeuw gedateerd kan worden. Uit de greppel van S8 (Werkput 2) kwam een fragment sterk ver-weerd faience dat in de 17e tot 18e eeuw gedateerd kan worden. Tot slot is in de mogelijke (paal)kuil van S3 (Werkput 1) een fragment Steengoed (Westerwald - mineraalwaterfles) aangetroffen, dat in de periode 1805 - 1950 n. Chr. gedateerd kan worden. Er is tijdens het proefsleuvenonderzoek vastgesteld dat er geen behoudenswaardige vindplaats in het plangebied aanwezig is. De bevindingen in het veld zijn gecommuniceerd met het bevoegd gezag, de gemeente Rucphen, in de persoon van mevrouw drs. F. Timmermans, Regioarcheoloog, Regio West-Brabant. Er is geadviseerd om het plangebied vrij te geven in dit stadium van de Archeologische Monumentenzorg-Cyclus.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions13% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-zkk-sg9pApril 2025

Proefsleuvenonderzoek Nederweert-Eind Baldessenweg Archeologisch proefsleuvenonderzoek Baldessenweg, Nederweert-Eind, gemeente Nederweert (Version: 1.0)

<p>Econsultancy heeft in opdracht van BRO een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase, met een mogelijke doorstart naar een opgraving uitgevoerd voor een onderzoeksgebied aan de Baldessenweg te Nederweert-Eind in de gemeente Nederweert. In het onderzoeksgebied is de bouw van een nieuwe woning gepland. Op basis van het huidige planontwerp heeft de woning een oppervlakte van circa 460 vierkante meter. De exacte oppervlakte en diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn echter nog niet bekend. Het archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht om te bepalen of archeologische waarden wel of niet aanwezig zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Erfgoedwet (d.d. 1 juli 2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.</p><p>Doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting zoals vermeld in het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. Het gaat om gebied- of vindplaatsgericht onderzoek. Het proefsleuvenonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.</p><p>Het resultaat van een proefsleuvenonderzoek is een rapport met een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies (buiten normen van tijd en geld), aan de hand waarvan een beleidsbeslissing (een selectiebesluit) kan worden genomen. Dit betekent dat de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop deze beslissing gefundeerd genomen kan worden. Dit wil zeggen dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld.</p><p>Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel In eerste instantie is er een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek voor het onderzoeksgebied uitgevoerd waarin een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Volgens deze verwachting is gezien de gunstige landschappelijke ligging op dekzandwelvingen en de intactheid van de bodem de kans op het aantreffen van archeologische resten hoog voor het (Laat-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.</p><p>Gevolgde onderzoeksmethode Tijdens het veldwerk was er geen reden om van de onderzoeksmethodiek af te wijken zoals beschreven in het Programma van Eisen. Er is één proefsleuf gegraven van circa 25 bij 6 meter, met een totale oppervlakte van circa 150 vierkante meter. De proefsleuf is in de top van de C-horizont van het dekzand aangelegd.</p><p>Resultaten Proefsleuvenonderzoek In de proefsleuf zijn AC-profielen waargenomen met een A-horizont (bouwvoor) van circa 40 à 50 centimeter dik op de C-horizont van het dekzand. De bovenste circa 10 centimeter van het dekzand bevatte veel bioturbatie. Daarnaast waren gley-verschijnselen aanwezig. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw, en de goede sortering van het zand, kan geconcludeerd worden dat ter plekke van het onderzoeksgebied naar alle waarschijnlijkheid Jong dekzand aanwezig is, en dat het een relatief laag gelegen, nat dekzandlandschap betreft. Er is één relatief recent spoor aangetroffen in de top van het dekzand. Deze bestond uit een rechthoekige kuil, zichtbaar in de top van het dekzand, maar komend vanuit de boven gelegen A-horizont (bouwvoor). De exacte functie van deze kuil kon niet worden vastgesteld. Verder konden geen vondsten worden verzameld.</p><p>Selectieadvies Tijdens het proefsleuvenonderzoek is geen (behoudenswaardige) archeologische vindplaats aangetroffen. Het selectieadvies is daarom dan ook om het onderzoeksgebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling en als gevolg geen vervolgonderzoek uit te voeren. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Nederweert.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions13% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-22u-p4vkFebruary 2025

Archeologische begeleiding Geertruidenberg De Riethorst Archeologisch proefsleuvenonderzoek en begeleiding aan de De Riethorst te Geertruidenberg in de gemeente Geertruidenberg (Version: 1.0)

<p>Econsultancy heeft een proefsleuvenonderzoek en opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd voor het plangebied aan de Riethorst te Geertruidenberg. In het plangebied zal een nieuw verpleeghuis met aanleunwoningen worden gerealiseerd. Hierbij zal het met een oppervlakte van circa 5.600 m2 worden bebouwd, waarbij de bodem tot circa 1,20 meter beneden het maaiveld verstoord zal worden. Voorafgaand aan de nieuwbouw werd het bewoningscomplex uit de jaren ‘70 van de vorige eeuw zowel boven- als ondergronds gesloopt. Het archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht om te bepalen of er een gerede kans is dat archeologische waarden wel of niet aanwezig (kunnen) zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Erfgoedwet (2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.</p><p>Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het vooronderzoek (bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek). Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek. Het proefsleuvenonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.</p><p>Op basis van de veldresultaten van het proefsleuvenonderzoek is in overleg met de opdrachtgever, de gemeente Geertruidenberg en Econsultancy, als archeologisch uitvoerder, besloten dat een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd diende te worden.</p><p>Doel van de opgraving, variant archeologische begeleiding, is het documenteren van gegevens en het ex situ veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden.</p><p>Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op basis van de actualisatie van het bureauonderzoek in 2016 is er geconcludeerd dat voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd een middelhoge verwachting van toepassing is op het plangebied, en voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd een hoge verwachting.</p><p>Gevolgde onderzoeksmethode Deze standaardrapportage brengt verslag van zowel het proefsleuvenonderzoek (projectcode 2989.001) en de opgraving, variant archeologische begeleiding (projectcode 2989.003), uitgevoerd op respectievelijk 18 tot en met 20 april 2017 en 11 december 2017.</p><p>Tijdens het proefsleuvenonderzoek is op kleine punten afgeweken van de onderzoeksmethodiek zoals beschreven in het Programma van Eisen. In totaal zijn vier werkputten aangelegd van circa 20 bij 4 meter (in totaal circa 320 m2). Als gevolg van de terreinomstandigheden (aanwezigheid bebouwing, hekwerk, begroeiing, kabels en leidingen) moesten de werkputten enigszins verplaatst worden en tevens verkleind worden, in het bijzonder Werkput 1 en Werkput 4. Werkput 2 is extra verlengd om de in de andere werkputten verloren oppervlakte te compenseren.</p><p>Op 11 december 2017 zijn de civieltechnische graafwerkzaamheden binnen een deel van het plangebied archeologisch begeleid, binnen een oppervlakte van circa 920 m2. Tijdens deze begeleiding reikten de civieltechnische graafwerkzaamheden niet dieper dan de bovenste (sub)recent geroerde en opgebrachte bodemlagen. Hierna heeft overleg plaatsgevonden met de opdrachtgever/initiatiefnemer en de gemeente Geertruidenberg over de te volgen onderzoeksstrategie. Omdat het waarschijnlijk was dat bij de ondergrondse sloopwerkzaamheden van het oude complex niet altijd het archeologisch relevante niveau bereikt zou worden, is voor een praktisch en financieel adequate aanpak gekozen. Deze bestond uit de periodieke inspectie van het plangebied tijdens de sloopwerkzaamheden door een lid van de Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’. Indien (behoudenswaardige) archeologische resten werden waargenomen, diende de archeologisch uitvoerder (Econsultancy) verwittigd te worden om ter plekke de documentatie uit te voerden, conform Protocol Opgraven.</p><p>Resultaten proefsleuvenonderzoek en opgraving, variant archeologische begeleiding Tijdens het veldonderzoek zijn zeven sporen aangetroffen, waarvan vier als niet natuurlijk en niet als een (sub)recente verstoring geïnterpreteerd kunnen worden. Deze sporen betreffen een soort damlichaam/beschoeiing, een puinconcentratie (baksteen), en een baksteenfundering in het zuidoostelijke deel van het plangebied, en een baksteenfundering in het noordwestelijke deel van het plangebied. Het soort damlichaam/beschoeiing kan op basis van het geassocieerde aardewerk in de 18e eeuw en vroege 19e eeuw gedateerd worden, en heeft mogelijk iets te maken met de op de Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (Geertruidenberg: opgetekend 1821) weergegeven ‘zustersloot’ of vijver. De puinconcentratie is geïnterpreteerd als afbraakpuin van een gebouw uit de 18e eeuw, mogelijk de schuurkerk uit 1767 - 1862. De baksteenfundering in het zuidoostelijke deel van het plangebied is in verband gebracht met een in 1771 aangelegde omheining tussen het Groot Prinsenhof en Klein Prinsenhof (1575 - 1771/1889), die als een van de residenties van Willem van Oranje fungeerde in het laatste kwart van de 16e eeuw. De baksteenfundering in het noordwestelijke deel van het plangebied kan mogelijk in verband gebracht worden met een gebouw op een achtererf van woningen aan de Venestraat uit de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw.<br><br>De bodemopbouw in het plangebied bestond uit deels (sub)recent opgebrachte (puin)lagen, met name ter plekke van de zuidoostelijk gelegen parkeerplaats, op zandige ophooglagen, op dekzand (C-horizont; Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). De ophooglagen kunnen op basis van het vondstmateriaal, hoofdzakelijk aardewerkfragmenten, gedateerd worden tussen de 14e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Hierbij is vondstmateriaal uit verschillende perioden deels vermengd door de verstoring van oudere ophooglagen door (sub)recente bodemingrepen. Verder is in de top van het dekzand geen profiel van de verwachte veldpodzolgronden aangetroffen.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions13% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-xqt-pjpcDecember 2024

Archeologische begeleiding St. Geertruid Dorpstraat Opgraving, variant archeologische begeleiding, en proefsleuvenonderzoek Dorpstraat te Sint Geertruid gemeente Eijsden-Margraten (Version: 1.0)

<p>Econsultancy heeft een opgraving, variant archeologische begeleiding, en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van de herinrichting van de openbare ruimte aan de Dorpstraat te Sint Geertruid in de gemeente Eijsden-Margraten. De herinrichtingswerkzaamheden zullen bestaan uit een bodemsanering, en de aanleg van een riolering, infiltratiekratten en boomgaten. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Sint-Geertruid, gemeente Eijsden-Margraten (vastgesteld 5 februari 2013; onherroepelijk). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 40 centimeter beneden het maaiveld. Als gevolg is archeologisch onderzoek noodzakelijk om te bepalen of archeologische waarden wel of niet aanwezig zijn in de ondergrond ter plekke van het plangebied, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan.</p><p>Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op basis van het eerder uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Volgens deze verwachting bestaat er een grote kans op het aantreffen van archeologische waarden uit het (Laat-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.</p><p>Gevolgde onderzoeksmethode Tijdens het veldwerk was er geen reden om van de onderzoeksmethodiek af te wijken zoals beschreven in het Programma van Eisen. In eerste instantie zijn de ontgravingen in het kader van de sanering archeologisch begeleid. Hierbij is een zone van circa 975 m2 onderzocht. Vervolgens zijn binnen de saneringszone vijf proefsleuven van circa 5 bij 1,8 meter aangelegd tot in de top van de Bt-horizont. Deze proefsleuven waren gepositioneerd op de locatie van de aan te leggen riolering, infiltratiekratten en boomgaten binnen de saneringszone. In het noordelijke deel en ten noorden van de saneringszone zijn zes kijkgaten van 1 bij 1 meter tot 1 meter beneden het maaiveld aangelegd ter plekke van geplande boomgaten. In totaal hadden de proefsleuven en kijkgaten een oppervlakte van circa 51 m2.</p><p>Resultaten veldonderzoek Tijdens de archeologische begeleiding van de bodemsanering en het proefsleuvenonderzoek is een bodemopbouw aangetroffen van een bouwvoor, op colluvium, op lössafzettingen met een Bt-horizont op een C-horizont. De C-horizont is in één dieper aangelegde proefsleuf waargenomen. Binnen het colluviumdek zijn enkele losse aardewerkfragmenten aangetroffen, dateerbaar in de Late-Middeleeuwen tot en met de Midden-Nieuwe tijd. Het uiterlijk van het aardewerk was sterk verweerd, hetgeen op herhaaldelijke, secundaire verplaatsing van het vondstmateriaal wijst.</p><p>Daarnaast is één spoor aangetroffen in de top van het colluvium tot in de Bt-horizont met vondstmateriaal uit de Tweede Wereldoorlog. Dit spoor is als een afvalkuil geïnterpreteerd, en bevatte onder andere lege patroonhulzen (M1 Garand geweer), patroonclips, glazen flessen, pannen, een emmer, een emaillen handvat (mok), een fragment van een landkaart (papier) met plaatsnamen in de Duitse Eifel (onder andere Kall en Sötenich) en een naamplaatje met Engelse tekst (onderdeel generator). Dit spoor kan gerelateerd worden aan Amerikaanse troepen. Historisch is bekend dat het 117e regiment infanterie van de Old Hickory divisie op 13 september 1944 Sint Geertruid heeft ingenomen. Navraag bij BeoBOM heeft uitgewezen dat in 1944 het gebied van Sint Geertruid voornamelijk is gebruikt voor goederen en inkwartiering van Amerikaanse soldaten. Direct aan de oostzijde van Sint Geertruid was tevens een groot Amerikaans oefenterrein aanwezig.</p><p>Selectieadvies Volgens de waardering op KNA, versie 4.1. (d.d. 24 mei 2018), voorgeschreven wijze krijgt de vindplaats uit de Tweede Wereldoorlog een middelhoge waardering en is niet behoudenswaardig. Het selectieadvies is daarom dan ook om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen in het kader van de herinrichting van de openbare ruimte aan de Dorpstraat te Sint Geertruid en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/dans-25d-txstDecember 2024

Proefsleuvenonderzoek Bladel Vogelwikke - WSZ De Biezen II Proefsleuvenonderzoek aan de Vogelwikke - WSZ De Biezen II te Bladel in de gemeente Bladel (Version: 1.0)

<p>Econsultancy heeft in opdracht een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd voor de Vogelwikke 6-14 te Bladel in de gemeente Bladel. In het plangebied zal de nieuwbouw van woningen en daaraan gerelateerd de aanleg van infrastructuur gerealiseerd worden. Doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting zoals vermeld in het bureau- en booronderzoek. Het gaat om gebied- of vindplaatsgericht onderzoek. Het proefsleuvenonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.</p><p>Het resultaat van een proefsleuvenonderzoek is een rapport met een waardering en een inhoudelijk (selectie-)advies (buiten normen van tijd en geld), aan de hand waarvan een beleidsbeslissing (een selectiebesluit) kan worden genomen. Dit betekent dat de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop deze beslissing gefundeerd genomen kan worden. Dat wil zeggen dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld.</p><p>De archeologische verwachting is voor het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen hoog en laag voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Tijdens het veldwerk is op kleine punten, na overleg met de adviseur van de bevoegde overheid, afgeweken van de methodiek zoals beschreven in het PvE. In totaal zijn er zeven proefsleuven gegraven met een totale oppervlakte van circa 630 vierkante meter. Vijf proefsleuven zijn 4 meter breed en 25 meter lang, één is 17 bij 4 meter en één is 11 bij 4 meter. De proefsleuven hebben een oppervlakte van circa 630 vierkante meter en zijn in de top van de C-horizont aangelegd.</p><p>Resultaten Proefsleuvenonderzoek In het onderzoeksgebied is vondstmateriaal uit de Nieuwe tijd aangetroffen. De aangetroffen sporen bestaan uit natuurlijke verstoringen en twee greppels uit de 19e eeuw. De greppel heeft te maken met het agrarisch gebruik van het plangebied. De sporen (Spoor 3 en Spoor 6) in Werkput 1 en 4 liggen in elkaars verlengde en behoren tot dezelfde greppel. Ook Spoor 4 en 15 behoren tot dezelfde greppel. Verder is in het gehele plangebied een humeus dek aangetroffen. Hoewel het humeuze dek bij het booronderzoek is beschreven als een eerddek, lijkt het op basis van de profielen eerder te gaan om een modern opgebracht pakket zand. De scherpe ondergrens en de aangetroffen gevlektheid lijkt er op te wijzen dat de bovengrond, mogelijk bij de aanleg van de sportvelden, is afgeschoven voor egalisatie waarna de bovengrond weer is teruggestort. In dit dek is aardewerk uit de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangetroffen die met de bemesting op het land terecht is gekomen. De datering van dit aardewerk zegt niets over de datering van het dek.</p><p>Selectieadvies Volgens de waardering op KNA voorgeschreven wijze krijgt de vindplaats een lage waardering en is niet behoudenswaardig. Het selectieadvies is daarom dan ook om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Bladel.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/dans-zb6-wkywDecember 2024

Archeologische begeleiding St. Geertruid Dorpstraat Opgraving, variant archeologische begeleiding, en proefsleuvenonderzoek Dorpstraat te Sint Geertruid gemeente Eijsden-Margraten (Version: 1.0)

<p>Econsultancy heeft een opgraving, variant archeologische begeleiding, en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van de herinrichting van de openbare ruimte aan de Dorpstraat te Sint Geertruid in de gemeente Eijsden-Margraten. De herinrichtingswerkzaamheden zullen bestaan uit een bodemsanering, en de aanleg van een riolering, infiltratiekratten en boomgaten. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Sint-Geertruid, gemeente Eijsden-Margraten (vastgesteld 5 februari 2013; onherroepelijk). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 40 centimeter beneden het maaiveld. Als gevolg is archeologisch onderzoek noodzakelijk om te bepalen of archeologische waarden wel of niet aanwezig zijn in de ondergrond ter plekke van het plangebied, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan.</p><p>Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op basis van het eerder uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Volgens deze verwachting bestaat er een grote kans op het aantreffen van archeologische waarden uit het (Laat-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.</p><p>Gevolgde onderzoeksmethode Tijdens het veldwerk was er geen reden om van de onderzoeksmethodiek af te wijken zoals beschreven in het Programma van Eisen. In eerste instantie zijn de ontgravingen in het kader van de sanering archeologisch begeleid. Hierbij is een zone van circa 975 m2 onderzocht. Vervolgens zijn binnen de saneringszone vijf proefsleuven van circa 5 bij 1,8 meter aangelegd tot in de top van de Bt-horizont. Deze proefsleuven waren gepositioneerd op de locatie van de aan te leggen riolering, infiltratiekratten en boomgaten binnen de saneringszone. In het noordelijke deel en ten noorden van de saneringszone zijn zes kijkgaten van 1 bij 1 meter tot 1 meter beneden het maaiveld aangelegd ter plekke van geplande boomgaten. In totaal hadden de proefsleuven en kijkgaten een oppervlakte van circa 51 m2.</p><p>Resultaten veldonderzoek Tijdens de archeologische begeleiding van de bodemsanering en het proefsleuvenonderzoek is een bodemopbouw aangetroffen van een bouwvoor, op colluvium, op lössafzettingen met een Bt-horizont op een C-horizont. De C-horizont is in één dieper aangelegde proefsleuf waargenomen. Binnen het colluviumdek zijn enkele losse aardewerkfragmenten aangetroffen, dateerbaar in de Late-Middeleeuwen tot en met de Midden-Nieuwe tijd. Het uiterlijk van het aardewerk was sterk verweerd, hetgeen op herhaaldelijke, secundaire verplaatsing van het vondstmateriaal wijst.</p><p>Daarnaast is één spoor aangetroffen in de top van het colluvium tot in de Bt-horizont met vondstmateriaal uit de Tweede Wereldoorlog. Dit spoor is als een afvalkuil geïnterpreteerd, en bevatte onder andere lege patroonhulzen (M1 Garand geweer), patroonclips, glazen flessen, pannen, een emmer, een emaillen handvat (mok), een fragment van een landkaart (papier) met plaatsnamen in de Duitse Eifel (onder andere Kall en Sötenich) en een naamplaatje met Engelse tekst (onderdeel generator). Dit spoor kan gerelateerd worden aan Amerikaanse troepen. Historisch is bekend dat het 117e regiment infanterie van de Old Hickory divisie op 13 september 1944 Sint Geertruid heeft ingenomen. Navraag bij BeoBOM heeft uitgewezen dat in 1944 het gebied van Sint Geertruid voornamelijk is gebruikt voor goederen en inkwartiering van Amerikaanse soldaten. Direct aan de oostzijde van Sint Geertruid was tevens een groot Amerikaans oefenterrein aanwezig.</p><p>Selectieadvies Volgens de waardering op KNA, versie 4.1. (d.d. 24 mei 2018), voorgeschreven wijze krijgt de vindplaats uit de Tweede Wereldoorlog een middelhoge waardering en is niet behoudenswaardig. Het selectieadvies is daarom dan ook om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen in het kader van de herinrichting van de openbare ruimte aan de Dorpstraat te Sint Geertruid en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/dans-zpb-hyb9November 2024

Archeologische opgraving Roermond Markt 27 Archeologische opgraving aan de Markt 27 te Roermond in de gemeente Roermond (Version: 1.0)

<p>Econsultancy heeft een definitieve opgraving (DO) uitgevoerd voor het plangebied aan de Markt 27 te Roermond. Het gravend archeologisch onderzoek diende te worden uitgevoerd in het kader van de nieuwbouwplannen m.b.t. het pand Markt 27 en het achter terrein aan de Grote Kerkstraat te Roermond. Hier zal een horecagelegenheid worden gerealiseerd. De opgraving is uitgevoerd op de plek waar een overdekt terras zal worden aangelegd, aan de noordzijde van het huidige pand aan de Markt 27. Hier zal de bestaande oppervlakteverharding en onderliggende bodem verwijderd worden tot circa maximaal 40 à 80 centimeter beneden het huidige maaiveld over een oppervlakte van circa 375 m2.</p><p>Het archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht om te bepalen of er een gerede kans is dat archeologische waarden wel of niet aanwezig (kunnen) zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Erfgoedwet (2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.</p><p>Doel van het de archeologische opgraving is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie ex situ te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden.</p><p>Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Bij het door BAAC bv in 2018 uitgevoerde bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd een hoge verwachting heeft. Daarnaast is in april 2016 een cultuurhistorische analyse, waarin hoofdzakelijk bouwhistorische kenmerken centraal stonden, uitgevoerd door Buro4 ǀ Monument en Ruimte ten aanzien van het pand aan de Markt 27 en het achtergelegen terrein aan de Grote Kerkstraat. De archeologische verwachting is met name van toepassing op de Middeleeuwen en Nieuwe tijd, gezien het feit dat het plangebied, c.q. onderzoeksgebied, in de oude stadskern van Roermond ligt. Het plangebied zoals het gehele oude, van oorsprong middeleeuwse centrum van Roermond, heeft daarom ook een AMK-status (“terrein van hoge archeologische waarde”, Monumentnummer 16.305). Er zijn geen aanwijzingen dat er grootschalige (sub)recente verstoringen in het plangebied aanwezig zijn, met uitzondering van een verwarmingskelder met een oppervlakte van circa 70 m2, tegen de Grote Kerkstraat aan.</p><p>Resultaten Opgraving Uit de opgraving blijkt dat in het plangebied resten aanwezig zijn van de uitvoering van ambachtelijke en/of industriële activiteiten op een achtererf van een woning in de 19e en vroege 20e eeuw. In totaal zijn 22 sporen aangetroffen tijdens het veldwerk, bestaande uit uitbraaksleuven van funderingen, funderingen van mergel en baksteen, bassins/ondiepe kelders, voerbakken van Naamse hardsteen, een bakstenen afvoergoot, en een bezinkput van baksteen en betonplaat. Het vondstmateriaal dat grotendeels uit de vulling van sporen, zoals keldervulling, verzameld kon worden bestond uit aardewerk, glas en dierlijk botmateriaal, van rund en hond. Tevens konden van de funderingen complete bakstenen en mortelresten verzameld worden.</p><p>De opgraving is beperkt gebleven tot de huidige plannen, die tot 60 centimeter beneden het huidige maaiveld reiken. Er kunnen zich nog archeologische waarden onder dit niveau bevinden. Indien toekomstige activiteiten leiden tot diepere bodemverstoringen, zal opnieuw archeologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions48% FAIR1.0 Dataset Index
10.17026/dans-xy8-5k7mNovember 2024

Proefsleuvenonderzoek Bergen Oude Kerkstraat Proefsleuvenonderzoek Oude Kerkstraat, Bergen, gemeente Bergen (Version: 1.0)

<p>Econsultancy heeft een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase, uitgevoerd voor de Oude Kerkstraat te Bergen in de gemeente Bergen. In het plangebied is nieuwbouw gepland. Hierbij zullen twee bouwblokken met een gezamenlijk oppervlak van circa 290 v worden bebouwd. Het archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht om te bepalen of archeologische waarden wel of niet aanwezig zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Erfgoedwet (d.d. 1 juli 2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.</p><p>Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Volgens het eerder uitgevoerde vooronderzeok is de gespecificeerde archeologische verwachting voor de periodes Paleolithicum en Mesolithicum middelhoog, voor de periodes Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen hoog en voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd laag.</p><p>Gevolgde onderzoeksmethode Tijdens het proefsleuvenonderzoek was er geen reden om significant van de onderzoeksmethodiek af te wijken zoals beschreven in het Programma van Eisen. Alleen de zuidelijke proefsleuf diende circa 6 meter naar het noordoosten verplaatst te worden, vanwege de aanwezigheid van een talud dat vanaf de Oude Kerkstraat toegang gaf tot het perceel. In totaal zijn binnen het plangebied twee proefsleuven van circa 25 bij 4 meter aangelegd, hetgeen ongeveer 8% van het totale oppervlak van het plangebied (circa 2.604 vierkante meter) is en circa 13% van het bouwvak (circa 1515 vierkante meter), waarbinnen de nieuwe bebouwing gerealiseerd zal worden. De proefsleuven zijn aangelegd tot in de top van de natuurlijke Maasafzettingen. Aan beide uiteinden van de proefsleuven zijn profielen gedocumenteerd om de bodemopbouw ter plekke van het plangebied in kaart te brengen (in totaal vier profielkolommen).</p><p>Resultaten Proefsleuvenonderzoek In de proefsleuven is een gevarieerde bodemopbouw waargenomen. In Werkput 1, in het noordoostelijke deel van het bouwvlak, c.q. plangebied, is beneden de bouwvoor en een recent opgebracht of verstoord bodempakket met veel brokken natuursteen en modern materiaal, zoals plastic, de Bw-horizont in de top van de laat-pleistocene oeverafzettingen van de Maas aangetroffen. Binnen een klein deel van Werkput 1 was nog een bodemopbouw aanwezig van een plaggendek, op holocene oeverafzettingen van de Maas, op de Bw- en C-horizont in de laat-pleistocene oeverafzettingen van de Maas. Deze laatstgenoemde bodemopbouw is ook grotendeels binnen Werkput 2, in het zuidwestelijke deel van het bouwvak, c.q. plangebied, aangetroffen, hoewel aan de noordoost zijde van deze proefsleuf het plaggendek en de holocene oeverafzettingen ontbraken. Geconcludeerd kan worden dat de natuurlijke bodemopbouw hoofdzakelijk bestaat uit oeverafzettingen van de Maas uit het koude stadiaal van het Late Dryas (circa 12.850 tot 11.650 jaar geleden), met lokaal een oeverdek uit het Holoceen en hierboven een plaggendek.</p><p>In Werkput 2 zijn twee sporen gedocumenteerd, die geïnterpreteerd konden worden als recente verstoringen. Andere archeologisch relevante sporen en vondsten zijn niet aangetroffen binnen de proefsleuven.</p><p>Selectieadvies Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn geen (behoudenswaardige) archeologische resten aangetroffen. Geadviseerd wordt daarom om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven in deze fase van de Archeologische Monumentenzorg-cyclus.</p>

Authors

  • A.C. Mientjes
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/dans-z9n-sqwgOctober 2024