Automated Author Profile

G.M.H. Benerink

SOB Research BV

Current S-Index

46.1

Sum of Dataset Indices for all datasets

Average Dataset Index per Dataset

1.4

Average Dataset Index per dataset

Total Datasets

34

Total datasets for this author

Average FAIR Score

80.5%

Average FAIR Score per dataset

Total Citations

0

Total citations to the author's datasets

Total Mentions

0

Total mentions of the author's datasets

S-Index Interpretation

S-Index Over Time

Cumulative Citations Over Time

Cumulative Mentions Over Time

Datasets

Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen ‘Plangebied Bommersheufsestraat’, Zevenaar, Gemeente Zevenaar (Version: 1.0)

<p>Ter plaatse van het plangebied is sprake van een bodemopbouw met opgebrachte lagen, op (oever-) Afzettingen van Tiel II, op (kom-) Afzettingen van Tiel I/ Gorkum IV, op Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye.</p><p>Archeologische resten uit de Nieuwe Tijd kunnen worden verwacht onder de subrecent opgebrachte bovenlaag binnen het plangebied, vanaf een diepte van circa 0.45 meter beneden het maaiveld. Archeologische resten uit de Vroege- en Late Middeleeuwen kunnen worden verwacht in – de bewerkte toplaag van de oeverafzettingen en in de top van de natuurlijke oeverafzettingen, vanaf een diepte van circa 1.0 meter beneden het maaiveld.</p><p>Archeologische resten uit de IJzertijd, de Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen kunnen worden verwacht op en in de top van de (kom-) Afzettingen van Tiel I/ Gorkum IV. Vanwege de ligging in een komgebied zal de kans op het aantreffen van dergelijke resten relatief laag zijn. De top van deze afzettingen kan worden aangetroffen vanaf een diepte van circa 1.5 meter beneden het maaiveld. Archeologische vindplaatsen uit de Steentijd, de Bronstijd en mogelijk de IJzertijd kunnen worden verwacht in de top van de Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye. De top van deze afzettingen kan worden aangetroffen vanaf een diepte van circa 2.6 meter beneden het maaiveld.</p><p>Vermoedelijk is er langs de westgrens van het plangebied, ter hoogte van Boring nr. 4 sprake van een gedempte sloot. Op oude kaarten wordt daar een belangrijke perceelgrens weergegeven. Subrecente verstoringen lijken beperkt te zijn tot lokale verstoringen ten gevolge van kabel- en leidingsleuven. Vermoedelijk is ter hoogte van Boring nr. 6 sprake van een diepere bodemverstoring, als gevolg van de aanleg van de bouwput voor het zwembad.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-xtr-zt8s2016

Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen, verkennend, 'Watergang Bedrijventerrein Kickersbloem 3', Hellevoetsluis, Gemeente Hellevoetsluis (Version: 1.0)

<p>Bij het onderzoek is vastgesteld dat de afzetting die in relatie staat tot de hoogste verwachting voor archeologische resten, betreffende het Hollandveen, vrijwel overal is geerodeerd. De kans op het aantreffen van vindplaatsen in de bovenliggende Afzettingen van Duinkerke is klein op basis van de resultaten van het eerdere uitgevoerde bureauonderzoek.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions92% FAIR1.0 Dataset Index
10.17026/dans-z3z-ckdw2017

Archeologische Begeleiding en Archeologische Opgraving Plangebied Quartier Damianus, Roermond (Version: 1.0)

<p>De Archeologische Begeleiding en de Archeologische Opgraving hebben nieuwe informatie opgeleverd over de ouderdom en de fasering van de ontwikkeling van dit deel van de oude stadskern van Roermond in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Op basis van het onderzoek kan immers worden geconcludeerd dat er ter plaatse van de zone langs de westelijke zijde van de Dionysiusstraat in ieder geval vanaf het midden van de 13de eeuw activiteitszones en bebouwing aanwezig zijn geweest. Deze zone kan worden beschouwd als een deel van de toenmalige stadskern, zoals ook al kon worden vermoed op basis van de ouderdom van de bebouwing die in 2006 bij de opgraving van een deel van het Kartuizer Klooster werd aangetroffen, direct ten oosten van de Bethlehemstraat en direct ten noorden van de Voogdijstraat.</p><p>Daarnaast is ook een uiterst belangrijk vondstcomplex aangetroffen. De in de kelder aangetroffen glasvondst van onversierd en versierd vensterglas uit de periode van circa 1200 - 1600 A.D. is de grootste en meest gediversifieerde die ooit in Nederland en België is aangetroffen. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor geheel Noord Europa. De oudste exemplaren van het gebrandschilderde glas behoren tevens tot het oudste gebrandschilderd glas dat ooit in Nederland en België is aangetroffen bij opgravingen, of bovengronds bewaard is gebleven.</p><p>De vondst biedt veel nieuwe informatie voor wat betreft het in die periode gebruikte vensterglas en gebrandschilderde glas in Roermond en in Nederland. Het productieafval is een belangrijke bron van informatie voor wat betreft de aan het einde van de 16de eeuw en het begin van de 17de eeuw gebruikte technieken voor het vervaardigen van glasplaten.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-2c5-bxbe2017

Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven ‘Plangebied Helmerstraat 310’, Enschede, Gemeente Enschede (Version: 1.0)

<p>Bij het proefsleuvenonderzoek zijn verspreid over het onderzoeksgebied 56 archeologische sporen en een zeer geringe hoeveelheid vondstmateriaal aangetroffen. Het betreft vooral paalkuilen die zijn toe te schrijven aan vermoedelijke structuren uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe Tijd, zoals bijgebouwen of omheiningen. De aard van de structuren kon echte vanwege de geringe oppervlakte van het onderzoeksgebied niet bader worden vastgesteld. Daarnaast zijn enkele kuilen aangetroffen, waaronder een drietal haardkuilen.</p><p>Zowel de paalkuilen als de overige kuilen zijn niet dateerbaar op basis van de geringe hoeveelheid vondstmateriaal. Op enkele sporen na, dateren de meeste sporen in ieder geval uit de fase van vóór de aanleg van het plaggendek. Daarnaast betreft het sporen die samenhangen met de inrichting van het cultuurlandschap, zoals een met de verkaveling van de es samenhangende perceelsloot en twee elkaar kruisende wegen met karrensporen.</p><p>Hoogstwaarschijnlijk kan het merendeel van de sporen worden gerelateerd aan de periferie van de erven van de voorgangers van de huidige boerderij in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Daarnaast zou een aantal sporen ook uit de Prehistorie kunnen dateren.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-zgq-cec32016

Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen, verkennend, ‘Plangebied Harga-Midden’, Olympiaweg - Hargalaan, Schiedam, Gemeente Schiedam (Version: 1.0)

<p>Ter plaatse van het plangebied is sprake van een bodemopbouw met Afzettingen van Duinkerke IIIa, deels op oudere Afzettingen van Duinkerke IIIa (of II), op Afzettingen van Duinkerke I, al dan niet op Hollandveen en ten dele op (kreek-) Afzettingen van Duinkerke 0, ten dele met inschakelingen van Hollandveen, op Afzettingen van Calais. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van post-Romeins veen.</p><p>Het betreft een gebied waar in de loop der tijd sprake is geweest van een zeer dynamische landschapsontwikkeling. Ter plaatse van het plangebied zijn fossiele krekenstelsels aanwezig uit de Calais IV-fase, alsook uit de Duinkerke 0- en I-transgressiefasen. In de Late Middeleeuwen is het oude landschap geheel afgedekt geraakt met Afzettingen van Duinkerke IIIa.</p><p>Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf circa 1200) tot en met de Nieuwe Tijd kunnen binnen het plangebied worden verwacht onder de subrecent opgebrachte bovenlaag en de oude bouwvoor, in de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIa. Op basis van de historische informatie en de oude kaarten zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bewoningslocaties uit de periode van na circa 1700 A.D. ter plaatse van het plangebied Dit met uitzondering van het meest noordwestelijke deel van het plangebied, waar op de kaart van Krukius uit 1712 een deel van een erf wordt weergegeven (zie Afbeelding 4). Mogelijk ligt de randzone van deze bewoningslocatie (boerderijerf) nog binnen het plangebied. Verder zijn in boringen houtskool en aardewerkfragmenten aangetroffen in de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIA. Tevens zijn ter plaatse van Boring nr. 91 een vuile laag met houtskool en leemspikkels aangetroffen.</p><p>Archeologische resten uit de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen (vóór circa 1200) kunnen worden verwacht op en in de top van de Afzettingen van Duinkerke I. De grootste kans op het aantreffen van vindplaatsen uit deze periode is aanwezig ter plaatse van de afgedekte en door inversie hoger gelegen fossiele Duinkerke 0-kreekrug en langs de hoger gelegen oeverzones van de Duinkerke I-kreken. In elk geval ter plaatse van één boring is een aardewerkfragment uit de Romeinse Tijd aangetroffen (Boring nr. 199). Daarnaast is bijvoorbeeld ter plaatse van Boring 327 een oeverzone met een opvallende gelaagdheid en grof hout aangetroffen, terwijl in de nabijheid van deze locatie in diverse boringen houtskool en leembrokken in de Afzettingen van Duinkerke I zijn aangetroffen.</p><p>Archeologische resten uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd kunnen worden verwacht op en in de top het Hollandveen. Archeologische resten uit de IJzertijd zouden tevens kunnen worden aangetroffen in de top van de Afzettingen van Duinkerke 0. Dit betreft de zone van de Duinkerke 0-kreekrug, maar ook de zones waar hoger gelegen, intact Hollandveen is aangetroffen ter plaatse van de oeverzones van deze voormalige kreek en buiten het Duinkerke 0-kreekstelsel. Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van het plangebied werd ter plaatse van veel boringen een, al dan niet veraarde, intacte top van het Hollandveen vastgesteld, met een kleibijmenging. Hoewel er geen materiaal van antropogene aard in werd aangetroffen, wordt de mogelijkheid van ondiepe bodembewerking of betreding niet uitgesloten.</p><p>Archeologische resten uit het Neolithicum en de Bronstijd en kunnen worden verwacht in dieper gelegen horizonten van het Hollandveen en op en in de top van de Afzettingen van Calais. Hoewel in diverse boringen houtskool is aangetroffen, is de diepteligging dermate groot dat dergelijk afzettingen waarschijnlijk niet zullen worden verstoord bij de planontwikkeling. Tevens was er geen sprake van afwijkende lagen waarin het houtskool werd aangetroffen. Daarom bestaat er een kans dat het aangetroffen houtskool van natuurlijke oorsprong is, of via water van elders werd getransporteerd. Subrecente bodemverstoringen lijken grotendeels beperkt te zijn gebleven tot lokale verstoringen ten gevolge van kabel- en leidingsleuven, bouwputten/funderingsleuven, drainagesleuven en sloten. Waarschijnlijk is ten gevolge van egalisatie de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIA plaatselijk in beperkte mate verstoord of afgegraven.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions48% FAIR0.5 Dataset Index
10.17026/dans-zb4-w2at2016

Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen ‘Plangebied Vordingstraat 28’, Ewijk, Gemeente Beuningen (Version: 1.0)

<p>Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de vergunningprocedure (omgevingsvergunning) voor de sloop van een deel van de bestaande bebouwing en de realisatie van nieuwbouw (herbouw en uitbreiding) ter plaatse van de Vordingstraat 28 te Ewijk (Gemeente Beuningen). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 596 m², de oppervlakte van het onderzoeksgebied (de zone waarbinnen de sloop en nieuwbouw zullen worden gerealiseerd) bedraagt circa 180 m².</p><p>Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied een bodemopbouw aanwezig is met (oever- en kom-)Afzettingen van Tiel, op (oever- en kom-)Afzettingen van Gorkum. De afzettingen van de Formatie van Kreftenheye zijn bij het booronderzoek niet bereikt binnen de gehanteerde boordiepte van maximaal 4.0 meter beneden het maaiveld.</p><p>Vanwege de ligging van het plangebied ter plaatse van de overgangszone met een terrasrug/-opduiking naar een geul in de Formatie van Kreftenheye geldt er een verhoogde kans voor archeologische resten uit de Steentijd (Laat Paleolithicum tot in het Neolithicum). Vanwege de vastgestelde activiteit van de oudere pleistocene geulinsnijdingen als crevassegeulen tot in de Bronstijd, moet er ook voor deze periode rekening worden gehouden met een verhoogde kans voor archeologische resten.</p><p>Het ontstaan van de Winssen stroomgordel, met een actieve periode van circa 5391 - 3891 voor Chr., heeft gezorgd voor nieuwe en veranderde bewoningsmogelijkheden. De bedding van deze stroomgordel ligt op een kleine afstand ten zuiden van het plangebied en zit vol met archeologische vindplaatsen vanaf het Neolithicum t/m de Romeinse tijd. Het plangebied is tijdens de actieve periode van deze stroomgordel in elk geval een zekere periode gelegen ter plaatse van het komgebied. De aanwezigheid van zandige afzettingen wijzen er op dat het plangebied op een bepaald moment ook deel uitgemaakt heeft van de (verschuivende) oeverzone, ofwel dat deze afzettingen werden gevormd onder invloed van een crevassegeul vanuit de Winssen-stroomgordel. In beide situaties kan gedurende een bepaalde periode een gunstige vestigingslocatie zijn ontstaan ter plaatse van het plangebied. Naast de inmiddels sinds lange tijd inactieve Winssen-stroomgordel is in de Late IJzertijd nu ook de Waal-stroomgordel actief. Vanaf deze tijd is de zuidelijke oever van de Waal ook als bewoningslocatie in trek.</p><p>Vanaf de Vroege Middeleeuwen concentreert de bewoning zich voornamelijk op de zuidelijke Waaloever. Mogelijk dat vanaf de periode met grootschalige ontginningen, waarbij tevens de dijken en kaden werden aangelegd, de bewoning zich ook langs de overloopgeulen naar het zuiden verspreidden. Een dergelijke overloopgeul is ook ter plaatse van de Vordingstraat gelegen. De aantoonbare 17de eeuwse, en waarschijnlijk oudere, datering van het boerderijerf ‘Toornsche hof’ en de aanwezigheid van meerdere boerderij-locaties langs de Vordingstraat volgens het kadastrale minuutplan van 1811-1832 wijzen hierop. Daarom kan gesteld worden dat ter plaatse van het plangebied een verhoogde kans geldt voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Middeleeuwen, vanaf de 8ste/9de eeuw, tot en met de Nieuwe tijd. In elk geval in de afgelopen 200 jaar was het plangebied gelegen aan de randzone van een boerderijerf, zodat sporen uit deze periode, maar waarschijnlijk ook uit een voorafgaande periode, mogen worden verwacht. Resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen dagzomend worden aangetroffen.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions92% FAIR1.0 Dataset Index
10.17026/dans-zh6-c92f2019

Archeologische Begeleiding ‘Plangebied Engelenburgerlaan 18b', Brummen, Gemeente Brummen (Version: 1.0)

<p>Bij aanvang van het onderzoek bleek dat de bouwput slechts zeer ondiep zou worden uitgegraven (circa 0.3 - 0.4 meter beneden het maaiveld). Daardoor werd niet tot in het archeologisch sporenniveau gegraven en werd het eindvlak aangelegd in geroerde grond. Het grootste deel van de oppervlakte van de bouwput behoorde tot het in 2015 opgegraven gebied. Slechts een kleine zone was destijds niet ontgraven vanwege de aanwezigheid van een drietal bomen. Bij het rooien van de stronken en wortels van deze bomen heeft echter ook daar een verstoring tot op onbekende diepte plaatsgevonden, wat zichtbaar was in het aangelegde vlak. In de geroerde grond werden nog enkele aardewerkfragmenten, fragmenten natuursteen en metaal aangetroffen. Een deel van dit materiaal kan worden gerelateerd aan het hier in 2015 opgegraven grafveld en nederzettingscomplex.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/dans-x45-cucg2019

Archeologische Opgraving 'Plangebied III, De Smid’, Raadhuisstraat/ Hogestraat, Druten, Gemeente Druten (Version: 1.0)

<p>Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bebouwing op deze locatie heeft bestaan uit een oudste bouwkern die uit de 18de eeuw of mogelijk nog uit de tweede helft van de 17de eeuw dateert. Naar alle waarschijnlijkheid was er tijdens deze eerste bebouwingsfase al sprake van een smederij. Vervolgens zijn aan beide zijden van het pand ruimtes aangebouwd in het einde van de 18de eeuw of het begin van de 19de eeuw. Vervolgens is in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw en het eerste kwart van de 20ste eeuw nieuwbouw of een grootschalige verbouwing gerealiseerd. De smederij is toen vermoedelijk verplaatst naar de bekende locatie in de zuidelijke aanbouw van het voormalige pand aan de Hogestraat. </p><p>Er zijn bij het onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor oudere bebouwing. Wel zijn bij het IVO-P op een dieper niveau sporen aangetroffen die mogelijk te relateren zijn aan een huisplaats of een ander complextype uit de Volle Middeleeuwen en zijn op diepere niveaus eveneens archeologische resten uit de Romeinse Tijd en de Prehistorie aangetroffen.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-xcn-esud2019

Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven 'Plangebied III’, Raadhuisstraat/Hogestraat, Druten, Gemeente Druten (Version: 1.0)

<p>Het archeologisch onderzoek moest worden uitgevoerd in het kader van de vergunningprocedure voor ‘Plangebied III’, gelegen op het kruispunt van de Raadhuisstraat en de Hogestraat te Druten (Gemeente Druten). De oppervlakte van het onderzoeksgebied bedroeg 1820 m².</p><p>Ter plaatse van Proefsleuf nr. 1 werd een bodemopbouw aangetroffen met (sub)recent opgebrachte grond, op een bouwvoor uit de Nieuwe Tijd, op oudere antropogene lagen, op (kom-)Afzettingen van de Formatie van Echteld, op afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (rivierduin). Ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 is sprake van een recent verstoorde bovenlaag op oudere antropogene lagen op afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (rivierduin). Ter plaatse van het oostelijke deel van het plangebied (langs de Hogestraat) zijn behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen direct onder de recent verstoorde bovenlaag en in de top van de afzettingen van de Formatie van Kreftenheye. Dit betreft archeologische resten uit de periode vanaf de Volle Middeleeuwen (11de/ 12de eeuw) tot en met de Nieuwe tijd, te relateren aan de historische kern van Druten. Tevens is op deze locatie vondstmateriaal aangetroffen uit de Prehistorie.</p><p>Ter plaatse van het westelijke deel van het plangebied kon door middel van een kijkgat worden vastgesteld dat de Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye hier veel dieper gelegen zijn, maar wel intact zijn. Tevens werden archeologische sporen waargenomen in de top van deze afzettingen. In het bovengelegen antropogene pakket met een dikte van 2.5 meter werd vondstmateriaal aangetroffen uit de Romeinse Tijd (onderin), de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. De aangetroffen sporen in de afzettingen van de Formatie van Kreftenheye dateren dus mogelijk nog voorafgaand aan de Romeinse tijd.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/dans-zd2-wjvm2019

Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven 'Plangebied V’, Veerstraat, Druten, Gemeente Druten (Version: 1.0)

<p>Het archeologisch onderzoek moest worden uitgevoerd in het kader van de vergunningprocedure voor ‘Plangebied V’, gelegen aan de Veerstraat te Druten (Gemeente Druten). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 4100 m², de oppervlakte van het onderzoeksgebied bedraagt circa 2000 m² (zie Afbeelding 3 en 4). Binnen het plangebied zal nieuwbouw van woningen plaatsvinden. Ten behoeve van het bouwrijp maken zou het terrein worden opgehoogd. Alleen ten behoeve van de aanleg van de nieuwe riolering zouden potentiële archeologische niveaus kunnen worden verstoord. Deze aanlegwerkzaamheden waren dan ook de aanleiding tot het archeologisch onderzoek.</p><p>Bij het onderzoek zijn naast een machinaal gegraven recente kuil, twee slootvullingen aangesneden. Het is goed mogelijk dat de beide sloten zijn gegraven bij een herinrichting van het terrein na de dijkdoorbraak waarbij het wiel aan de noordzijde van het plangebied is ontstaan. Een dikke laag overslagafzettingen wordt namelijk doorsneden door deze sloten. De sloten maken deel uit van de kavelgrens van een huisplaats die ten westen van het onderzoeksgebied is gelegen.</p><p>Op basis van het vondstmateriaal kan een begindatering van de aanwezige slootvulling worden gegeven. Hoewel er wat aardewerk bij zit dat mogelijk al uit de tweede helft van de 17de eeuw dateert, lijkt een belangrijk deel te dateren uit de eerste helft van de 18de eeuw. Mogelijk heeft ergens in de loop van de eerste helft van de 18de eeuw een dijkdoorbraak plaatsgevonden waarna de sloten zijn gegraven om het terrein opnieuw in te richten. De sloten zijn geleidelijk dichtgeraakt door het deponeren van afval, afgewisseld met dichtslibbing op natuurlijke wijze. Uiteindelijk zijn de resterende sloten gedempt bij de inrichting van het terrein rondom de loods toen deze werd gebouwd ergens in de tweede helft van de 20ste eeuw.</p>

Authors

  • G.M.H. Benerink
0 Citations0 Mentions92% FAIR1.0 Dataset Index
10.17026/dans-xba-z9dk2019