Automated Author ProfileE.E.A. van der Kuijl
Hamland Advies
E.E.A. van der Kuijl
Current S-Index
Sum of Dataset Indices for all datasets
Average Dataset Index per Dataset
Average Dataset Index per dataset
Total Datasets
Total datasets for this author
Average FAIR Score
Average FAIR Score per dataset
Total Citations
Total citations to the author's datasets
Total Mentions
Total mentions of the author's datasets
S-Index Interpretation
The S-Index (Sharing Index) is a comprehensive metric that represents the cumulative impact of all your datasets. It is calculated as the sum of Dataset Index scores across all your claimed datasets.
What it means:
- A higher S-index indicates greater overall impact of your datasets relative to typical datasets in their fields of research
- The S-Index grows as you add more datasets or as existing datasets gain more citations and mentions
- It provides a single number to track your research data impact over time
Current S-Index: 4.0 (sum of 2 datasets Dataset Index scores)
More information here.
S-Index Over Time
Cumulative Citations Over Time
Cumulative Mentions Over Time
Datasets
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. J.A. Lorist van de Hemelumer Hoeve een archeologisch Bureauonderzoek en Karterend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Soal 4 te Hemelum gemeente Súdwest-Fryslân. Het initiatief is het vergroten van het bestaande bouwblok van de Hemelumer hoeve met ca. 19.000 m2. Voorzien zijn de bouw van twee varkensstallen, een mengkeuken/opslag, twee mestsilo’s, erfinrichting en een waterberging. De waterberging is ingepland tussen de stallen en de weg. De nieuwe verstoringsdiepte bedraagt tussen de 1,00 m en 1,25 m- mv onder de gebouwen (fundering) en 0,30 m - 0,50 m voor de erfinrichting en een nog onbekende diepte voor de waterberging. Het bestaande bedrijf staat ook in het plangebied, maar hier wordt de grond niet verstoord en daarom zal op deze plek een onderzoek niet nodig zijn Voor de ontwikkeling dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden, dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden conform de Wet op de archeologische monumenten zorg (Wamz). Het plangebied heeft op de FAMKE een aanduiding Karterend onderzoek 1 voor de Steentijd en de Middeleeuwen. Hiervoor is bij ingrepen van meer 500 m² een historisch en karterend onderzoek noodzakelijk met 6 (Middeleeuwen) en 12 (Steentijd) boringen per ha, waarbij duidelijk wordt wat de archeologische waarde van het plangebied is. Doordat het plangebied de vrijstellingsgrens overschrijdt is door Hamaland Advies een KNA conform Bureauonderzoek en Karterend booronderzoek met 12 boringen per ha uitgevoerd, waarbij een archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld, de samenstelling en intactheid van de bodemopbouw is getoetst en de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen is vastgesteld.</p><p>Bureauonderzoek<br>Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische vindplaatsen uit de periode Steentijd en de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. In de periode tussen de Steentijd en de Vroege Middeleeuwen is het gebied door veenvorming niet of minder geschikt geweest voor bewoning. De bodem is opgebouwd uit een kleiige bouwvoor van 40cm. Daaronder wordt in een deel van het plangebied naar verwachting een deels ontgonnen veenpakket aangetroffen of bevindt zich direct het dekzandpakket. De aanbeveling luidt om in geval van planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening voor bodemingrepen vroegtijdig archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend archeologisch veldonderzoek (Karterende fase) uit te voeren.</p><p>Veldonderzoek<br>Op 30 oktober 2015 is in het plangebied een karterend booronderzoek uitgevoerd. Vanwege de intacte bodem en de brede verwachting is ervoor gekozen om meteen karterend te boren (conform SIKB leidraad, zoekoptie E1). Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in vrijwel het gehele plangebied sprake is van een natuurlijke bodemopbouw, waarbij onder een laag kalkhoudende mariene klei die deels omgewerkt is door landbewerking (ploegen), veraard restveen is aangetroffen van de Formatie van Nieuwkoop. Daaronder is verspoeld dekzand aangetroffen. In de top van het dekzand heeft zich een natuurlijke bodem gevormd in de vorm van een harde 20 tot 30 cm dikke inpoelingshorizont (podzol B). Door de aanwezigheid van een intacte podzolbodem, worden vindplaatsen uit de periode van de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd dan ook niet verwacht. In de top van het verspoelde dekzandpakket zijn geen aanwijzingen gevonden voor een vindplaats in de vorm van een cultuurlaag of archeologisch indicatoren. Het in de ondergrond aanwezige dekzandpakket kent een geleidelijk hoogteverschil van zuid naar noord en is op natuurlijke wijze vervlakt. Het maakt deel uit van het overgangsgebied van de Soal naar de Morra dat bestaat uit verspoeld dekzand. Ten westen van het plangebied, net buiten het plangebied, is een intacte dekzandkop aanwezig die vanwege de hogere ligging gunstig was voor menselijke bewoning in het verleden. Door de aanwezigheid van deze hoger gelegen dekzandkop in de nabijheid van het plangebied, is de kans klein dat er in het aangrenzende relatief laaggelegen plangebied steentijdvindplaatsen aangetroffen worden.</p><p>Selectieadvies<br>Vanwege de intacte natuurlijke bodemopbouw die bestaat uit een vlakte van verspoeld dekzand waarin een podzol is gevormd, het ontbreken van aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen en het ontbreken van archeologische indicatoren, zien wij geen aanleiding voor een vervolgonderzoek. Vanwege het ontbreken van dekzandkoppen of dekzandruggen wordt een waarderend booronderzoek niet noodzakelijk geacht. Indien vindplaatsen uit de steentijd of recentere perioden aanwezig zijn, dan worden deze eerder verwacht op de ten westen van het plangebied hooggelegen dekzandkop. De onderzoeksresultaten wijzen uit dat de voorgenomen bodemingrepen vanuit archeologisch oogpunt niet bezwaarlijk zijn.</p><p>Voorbehoud<br>Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Súdwest-Fryslân), die vervolgens een selectiebesluit neemt. De resultaten en aanbevelingen uit het Bureauonderzoek en Karterend booronderzoek dienen te worden getoetst en onderschreven door het bevoegd gezag, gemeente Súdwest-Fryslân en diens adviseur (mw. drs. Y. Boonstra, e-mail: [email protected]).</p><p>Selectiebesluit<br>Het aangepaste conceptrapport en het selectieadvies zijn voorgelegd aan de opdrachtgever, gemeente Súdwest-Fryslân en diens adviseur, mevrouw drs. Y. Boonstra. Op 30 december 2015 heeft mevrouw drs. Y. Boonstra het conceptrapport beoordeeld en het selectieadvies onderschreven. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde archeologisch onderzoek wordt voor de onderzochte locatie geen vervolgonderzoek geadviseerd. Mevrouw drs. Y. Boonstra adviseert de gemeente Súdwest-Fryslân om hier mee in te stemmen.</p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Súdwest-Fryslân hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
Authors
- E.E.A. van der Kuijl
<p>Conclusie<br>Het plangebied is gelegen op een dekzandrug en -welving waarop door plaggenbemesting vanuit de potstal een hoge zwarte enkeerdgrond is ontstaan. Ze ligt aan de Otterdijk, ten zuiden van de Lierop. Er geldt een hoge archeologische waarde voor het deel aan de Otterdijk vanwege de aanwezigheid van een historisch erf en heeft een hoge archeologische verwachting voor zowel vindplaatsen van jager/verzamelaars uit de prehistorie als voor landbouwende samenlevingen vanaf het Neolithicum, vanwege de ligging op de overgang van een dekzandrug en dekzandwelving naar het beekdal van de Kleine Aa. Voor de Tweede Wereldoorlog geldt een lage verwachting. Archeologisch relevante niveaus worden verwacht onder de subrecente bouwvoor tot in de top van het dekzand op circa 100 cm-mv. De geplande verstoringsdiepte voor de nieuwe bebouwing in het plangebied bedraagt 90 cm-mv. Ter plaatse van de bestaande bebouwing voor zowel Otterdijk 3 als 7 is de bodem al grotendeels verstoord door aanleg van gierkelders en funderingen van de huidige en eerder bebouwing tot een diepte van circa 100 cm-mv tot 190 cm-mv. Daarmee is de verwachting dat met de geplande bodemingrepen nieuwe bodemverstoringen zullen ontstaan gering. De nieuw geplande bebouwing ligt in het noordwestelijk deel van het plangebied ten oosten van de huidige bebouwing. Hiermee geeft deze nieuwbouw een nieuwe bodemverstoring buiten de contouren (het bouwvlak) van de bestaande bebouwing. In het zuidwestelijk deel van het plangebied ligt de geplande bebouwing deels over de stallen met gierkelders en een bestaande bodemverstoring van 190 cm-mv. Hier wordt geen nieuwe bodemverstoring veroorzaakt. Het deel van de gebouwen, dat buiten de contouren van de bestaande bebouwing wordt gebouwd geeft wel een nieuwe bodemverstoring. </p><p>Selectieadvies<br>Doordat de nieuwbouw voornamelijk wordt gerealiseerd buiten de contouren van het bestaande bouwvlak van de bebouwing aan zowel Otterdijk 3 als Otterdijk 7 zullen potentieel aanwezige archeologische vindplaatsen verstoord worden.</p><p>Op grond van hiervan adviseert Hamaland Advies om een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen, verkennende fase uit te voeren in de nieuw te bebouwen delen van het plangebied, die buiten de contouren van het bestaande bouwvlak liggen, waarbij de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem getoetst worden. De omvang van het te onderzoeken deel buiten het bestaande bouwvlak bedraagt circa 32.817 m² (zie het blauwe kader in Afbeelding 12). Voor de verkennende fase zijn 6 boringen per ha noodzakelijk. Dit resulteert in 20 verkennende boringen die zo verspreid mogelijk over het onderzoeksgebied worden gezet tot minimaal 25 cm in de top van het dekzand. Tevens worden handmatig 2 profielputjes gegraven om de aanwezige profielopbouw te controleren.</p><p>Selectiebesluit<br>Het bevoegd gezag, de gemeente Someren en de Regioarcheoloog van de omgevingsdienst ZuidoostBrabant (mw. H.L.M. Berkvens), hebben de resultaten van het bureauonderzoek getoetst op 19 juli 2020.<br>Met het advies tot archeologisch vervolgonderzoek kunnen zij instemmen, maar adviseren dit wel uit te voeren in de vorm van proefsleuven in plaats van verkennende boringen. Verkennende boringen kunnen namelijk geen vindplaatsen aantonen, laat staan waarderen. En aangezien er geen vermoedens zijn van grootschalige en diepe verstoringen hebben boringen volgens het bevoegd gezag weinig toegevoegde waarde. Zij adviseren om nader onderzoek uit te voeren in het plangebied in de vorm van een karterend en waarderend archeologisch proefsleuvenonderzoek (conform protocol BRL 4003 Proefsleuven KNA 4.1 en de Leidraad proefsleuven). Dit vervolgonderzoek dient plaats te vinden in alle gebieden, waar in het kader van de geplande sloop- en bouwwerkzaamheden de bodem verstoord gaat worden of waar dit in het kader van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt (bijv. bouwvlakken, maar ook waterberging).</p><p>Het proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen en uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf bevoegd tot het uitvoeren van archeologische opgravingen. Op basis van de uitkomsten van dit inventariserende vooronderzoek(en) beslist de gemeente of de archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien hierbij archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze veilig gesteld te worden door mogelijke planaanpassing en als dat niet mogelijk door het opgraven van de aanwezige archeologische resten. Het besluit hierover ligt bij de gemeente. Voor die delen die - vooralsnog - niet verstoord worden, dient in het bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Archeologie’ te worden opgenomen ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden.</p><p>Voorbehoud<br>Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient conform de BRL 4003 een Programma van Eisen te worden opgesteld en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag, voordat het onderzoek kan worden uitgevoerd.</p><p>Het uitgevoerde bureauonderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar voor de gemeente Someren (mevrouw H.L.M. Berkvens) hierover direct te informeren.</p>
Authors
- E.E.A. van der Kuijl