Automated Author Profile

annick Raczynski-Henk, Yannick

Bodac B.V.

Current S-Index

0.6

Sum of Dataset Indices for all datasets

Average Dataset Index per Dataset

0.6

Average Dataset Index per dataset

Total Datasets

1

Total datasets for this author

Average FAIR Score

92.3%

Average FAIR Score per dataset

Total Citations

0

Total citations to the author's datasets

Total Mentions

0

Total mentions of the author's datasets

S-Index Interpretation

S-Index Over Time

Cumulative Citations Over Time

Cumulative Mentions Over Time

Datasets

De Pals 210726_A0026_BOOR (Version: 1.0)

<p>Bodac B.V. heeft begin 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van Windmolenpark De Pals in het buitengebied van Hapert en Bladel, dicht bij de Belgische grens. Dit in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de aanleg van dit park. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat een groot gedeelte van het toenmalige plangebied/tracé vrijgegeven kon worden, aangezien hier enkel een kabelsleuf gegraven wordt. Voor het windpark zelf geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Bij de aanleg van de kabels, een bouwweg, kraanopstelplaatsen en de windmolens zelf worden binnen het 4,18 hectare grote onderzoeksgebied ontgravingen van circa 0,50 tot 3,00 meter onder maaiveld uitgevoerd. Om de bodemopbouw binnen dit gedeelte van het plangebied te beoordelen, is aanbevolen om een verkennend booronderzoek uit te voeren.Het verkennend archeologisch booronderzoek had als doel om door middel van boringen de ontstaansgeschiedenis, aard, topografie, morfologie en bodemvormende processen van de ondergrond in het plangebied in kaart te brengen. Aan de hand van de resultaten van het verkennend archeologisch booronderzoek is de mate van intactheid van de bodem en de daarmee samenhangende archeologische potentie van het plangebied bepaald. Hierbij is gebruik gemaakt van een 7 centimeter Edelmanboor, waarbij de boringen 50 meter uit elkaar lagen. Daarnaast is het boorgat nageboord met 12 centimeter Edelmanboor en alle opgeboorde sediment gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 millimeter. Dit om, hoewel het boorgrid niet fijn genoeg is voor correcte opsporing, eventuele vuursteenvindplaatsen vast te kunnen stellen. De afwezigheid van vuursteen in de uitgevoerde boringen betekent dus niet dat er geen dergelijke vindplaatsen zijn.Uit het op 24, 25 en 28 juni uitgevoerde onderzoek blijkt dat de ondergrond bestaat uit een dunne laag, al dan niet verspoeld, dekzand met daaronder pleistocene, fluviatiele afzettingen. Deze laatste bestaan uit matig grof tot zeer grof zand met bijmenging van kleine tot grote grinden. In een enkele boring is een veenlaag aangetroffen. De grondwaterstand bevindt zich op een diepte van 60 tot 80 centimeter onder maaiveld. In het overgrote deel van de boringen is een AC(p)-profiel aanwezig, wat wijst op de verstoring van de natuurlijke bodemopbouw en/of de aanwezigheid van relatief natte eerdgronden. Daarnaast is een tiental boringen een verstoorde laag tussen de A- en C-horizont waargenomen, een aanwijzing voor verstoring van de top van de C-horizont. Ook is in een aantal boringen een (gedeeltelijk verstoorde) podzolbodem aangetroffen. Bij de gedeeltelijke verstoorde podzolen is de uitspoelingslaag verdwenen, maar de inspoelingslaag boven de C-horizont nog wel aanwezig.Ter plaatse van de enkele boringen waar de podzolbodem volledig intact is blijft de hoge verwachting voor vuursteenvondsten van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum intact. Voor dit deel van het plangebied adviseren wij een karterend booronderzoek in een grid van 10 bij 12 om eventuele vindplaatsen te lokaliseren. Voor de rest van het plangebied wordt deze verwachting bijgesteld naar laag aangezien hier geen intacte bodemprofielen aanwezig zijn.Daarnaast blijft de hoge archeologische verwachting voor sporen en vondsten van nederzettingen uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen grotendeels gehandhaafd. In het westen van het onderzoeksgebied wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid van archeologische resten en of deze behoudenswaardig zijn. Wij adviseren vrijgave voor de resterende zones binnen het onderzoeksgebied. Deels in verband met een relatief natte context, wat bewoning onwaarschijnlijk maakt, deels omdat het onderzoeksgebied hier relatief smal is en archeologisch onderzoek weinig informatie op zal leveren.Extra aandacht verdient de holocene dalvlakte van de Goorloop. Bij eventuele grondroerende werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de vondst van archeologische hotspots in vorm van een voorde en/of rituele deposities. Daarom wordt aanbevolen om de werkzaamheden hier archeologisch te begeleiden.Het rapport en bovenstaand advies dienen beoordeeld te worden door de adviseur archeologie van de gemeente Bladel en leidt tot een selectiebesluit.</p>

Authors

  • annick Raczynski-Henk, Yannick
0 Citations0 Mentions92% FAIR0.6 Dataset Index
10.17026/dans-2bs-dd8f2021