Automated Author Profile

F. van den Blink

BAAC bv

Current S-Index

2.3

Sum of Dataset Indices for all datasets

Average Dataset Index per Dataset

0.3

Average Dataset Index per dataset

Total Datasets

7

Total datasets for this author

Average FAIR Score

84.3%

Average FAIR Score per dataset

Total Citations

0

Total citations to the author's datasets

Total Mentions

0

Total mentions of the author's datasets

S-Index Interpretation

S-Index Over Time

Cumulative Citations Over Time

Cumulative Mentions Over Time

Datasets

Gemeente Tilburg. Plangebied Kenniskwartier te Tilburg. (Version: 1.0)

<p>BAAC heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kenniskwartier te Tilburg in de gelijknamige gemeente. Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen van de gemeente Tilburg om op de lange termijn grootschalige ontwikkelingen te laten plaatsvinden in het plangebied. Er wordt onder meer bestaande bebouwing vervangen voor nieuwbouw, infrastructuur aangepast en openbare ruimte wordt heringericht (bijlage 1). De omvang en bijbehorende verstoringsdiepten van de toekomstige ontwikkelingen zijn nog niet bekend. Het doel van het bureauonderzoek is om in kaart te brengen waar realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Het eindproduct bevat een gespecificeerde archeologische verwachtings- en advieskaart voor het plangebied.</p><p>Het plangebied ligt in het Zuid-Nederlandse zandgebied op de westrand van de Roerdalslenk. In de ondergrond zijn dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) aanwezig. Op grotere diepte (7-12 m -mv) liggen Pleistocene rivierafzettingen uit de Formatie van Sterksel.</p><p>Het zuiden van het plangebied ligt op het dekzandplateau van Tilburg. Deze gaat richting het noorden en westen over in dekzandwelvingen. In het westen van het plangebied hebben zandverstuivingen tot stuifduinen en uitblazingsvlaktes geleid. Vanaf het maaiveld zijn hier nog stuifzandpakketten (Laagpakket van Kootwijk, Formatie van Boxtel) aan te treffen.</p><p>In het plangebied zijn in de late middeleeuwen de herdgangen van De Hoeven, Herstal of Herstalsche Spoel, Bockhamer en De Reit ontstaan. Op basis van het type lintbebouwing dateert de Hoeven na 1000 en voor de eerste vermelding in 1316. De herdgang van Herstal/ Herstalsche Spoel dateert voor 1419, Bokhamer voor 1369 en De Reit voor 1390. De oorspronkelijke locatie van de Reit lag in de zuidelijke helft van het plangebied. In de loop van de 19e eeuw verschuift het toponiem naar het noorden richting de herdgangen van Herstal, Bokhamer en De Hoeven. Van de oude herdgang van De Reit is in het straatbeeld weinig overgebleven. De overige herdgangen zijn wel nog in het stratenpatroon terug te zien. Langs deze straten zijn meerdere historische huizen en boerderijen aanwezig waaronder de Tongerlose Hoef (voor 1361) en de Oliemeulen (circa 1648).</p><p>Vanaf de jaren ’60 hebben grootschalige wijkuitbreidingen plaatsgevonden wat resulteerde in de wijken Het Zand en De Reit. Bij de bouwwerkzaamheden heeft grondverzet plaatsgevonden waarbij de natuurlijke bodem geroerd is. Bij verstoringen onder de 50 cm -mv kan er bij de aanwezigheid van een oud bouwlanddek en/of een stuifduin nog sprake zijn van een onverstoord bodemprofiel. In het noorden van het plangebied is de bodem verstoord door leemafgravingen bij de steenfabriek De Oude Wolf. In het plangebied zijn duinvaaggronden, vlakvaaggronden, veldpodzolgronden en/of hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig.</p><p>Vindplaatsen van boerensamenlevingen concentreren zich voornamelijk in het oosten van het plangebied. Dit komt ook vanwege de hier aanwezige historische kernen en de hogere landschappelijke ligging op het dekzandplateau en de hogere delen van de dekzandwelvingen. De meeste vindplaatsen dateren uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd en liggen in de bekende herdgangen. Ook is er een bronstijdvindplaats in het zuidwesten van het plangebied langs de randen met het stuifzandgebied. Het ontbreken van (oudere) vindplaatsen is niet alleen het gevolg van de landschappelijke situatie maar is ook te correleren aan het geringe aantal onderzoeken in met name het noordoosten van het plangebied.</p><p>Er geldt in het plangebied een lage tot middelhoge verwachting op vindplaatsen van jager-verzamelaars, een hoge verwachting voor vindplaatsen uit het (laat-)neolithicum tot en met de middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.</p><p>In het plangebied bevinden zich met name langs de Bredaseweg, de Reitse Hoevenstraat en de Bokhamerstraat meerdere cultuurhistorische elementen. Daarnaast zijn er nog enkele relicten van historische wegen verspreid over het plangebied aanwezig. Het overgebleven historisch groen bestaat uit onder meer de Oude Warande, het Wandelbos en de bomenlaan van de Bredaseweg.</p>

Authors

  • F. van den Blink
0 Citations0 Mentions92% FAIR0.6 Dataset Index
10.17026/ar/ea9bvy2026

Gemeente Oudewater. Plangebied Hoenkoopsebrug te Oudewater. (Version: 1.0)

<p>Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied op een gelaagd landschap ligt waar meerdere stroomruggen door de tijd afzettingen hebben achtergelaten. Het diepste niveau bestaat uit pleistocene rivierafzettingen waarvan de exacte diepte niet kon worden vastgesteld. Deze liggen naar verwachting dieper dan 6 m -mv. In het noorden van het plangebied liggen hier de getijdengeulafzettingen van de Oudewater stroomgordel op. Op deze komafzettingen heeft zich later door een hoge grondwaterstand een veenpakket gevormd. In de vroege ijzertijd werd de Lange Linschoten ten oosten van het plangebied actief. Het plangebied lag in het komgebied van deze stroomrug om welke reden er op het oude veenpakket weer komafzettingen zijn afgezet. In de Romeinse tijd begon de Hollandsche IJssel door het plangebied te stromen. Ter hoogte van de Hollandsche IJssel zijn de oude afzettingen van de Oudewater en Lange Linschoten stroomgordels doorsneden door de jongere geul. Er is langs de oevers van de bestaande geul sprake van een bodemopbouw van bedding- en oeverafzettingen van de Hollandsche IJssel. Het noorden van het plangebied betreft waarschijnlijk een overgangsgebied van oever- naar komafzettingen. </p><p>In de late middeleeuwen (11e eeuw) ontstaat de nederzetting van Oudewater. De omliggende moerasgronden worden vanaf de 11e-12e eeuw vanaf de oeverwallen van o.a. de Hollandsche IJssel ontgonnen. Langs de Hollandsche IJssel worden dijken opgeworpen. Van de middeleeuwse stad van Oudewater worden in meerdere fases in de nieuwe tijd de verdedigingswerken uitgebreid. Eén van de latere buitengrachten kruist het zuidoostelijke deel van het plangebied. </p><p>In de moderne tijd is het maaiveld kunstmatig opgehoogd ten behoeve van woningbouw. De natuurlijke ondergrond ligt onder een ophoogpakket van naar verwachting 70 tot 100 cm dik. Dit is afhankelijk van de locatie en kan op korte afstand variëren.</p><p> Het plangebied heeft een onbekende verwachting op resten van jager-verzamelaars en een lage verwachting op resten uit het neolithicum tot en met de ijzertijd. Voor de periode van de Romeinse tijd-middeleeuwen is de verwachting in het noorden van het plangebied middelhoog en in de rest van het plangebied hoog. Voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd is er een specifieke verwachting op oude dijklichamen langs de oevers van de Hollandse IJssel en in zuidoosten van het plangebied op de resten van een oude buitengracht van Oudewater. Voor de huidige geul van de Hollandsche IJssel geldt een verwachting op het aantreffen van water-gerelateerde vondsten, zoals scheepsresten.</p>

Authors

  • F. van den Blink
0 Citations0 Mentions92% FAIR0.5 Dataset Index
10.17026/ar/oylfjj2026

Gemeente Altena. Plangebied Altena's Laantje te Almkerk. (Version: 1.0)

BAAC heeft een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Altena’s Laantje te Almkerk, gemeente Altena. Aanleiding voor het onderzoek is het in kaart brengen van de mogelijke archeologische waarden binnen het plangebied voorafgaand aan een eventuele gebiedsontwikkeling. De inhoud van de gebiedsontwikkeling is ten tijde van onderhavig onderzoek nog niet vastgesteld. Het is om deze reden nog niet bekend of mogelijke aanwezige archeologische waarden zullen worden aangetast. Het plangebied is onderdeel van het rivierenlandschap in het noorden van Brabant. Op de locatie van het plangebied komen de Werken en Alm stroomgordels samen in de Almkerk stroomgordel. Deze stroomgordels zijn actief geweest vanaf de ijzertijd tot in de late middeleeuwen, toen de rivieren zijn afgesneden door de Maas. In 1421 raakt het plangebied overstroomd tijdens de St.-Elisabethsvloed. De oeverafzettingen van de bovengenoemde stroomgordels raakten toen bedekt met een dik pakket sterk zandige overstromingsafzettingen. Tussen de twee onderscheiden deelgebieden oost en west (respectievelijk ten oosten en ten westen van het Altena’s Laantje ligt de motteheuvel van Kasteel Altena, dat is aangewezen als rijksmonument. Dit middeleeuwse kasteel is niet meer bovengronds aanwezig. De heuvel is tegenwoordig onderdeel van de Altena Hoeve. Op de motte staat een schuilplaats van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op en rondom de heuvel zijn in de bovengrond resten van aardewerk en bouwmateriaal aangetroffen. Bij gravende onderzoeken zijn oude funderingen gedocumenteerd, ook naast de heuvel. De voorburcht is nog niet in kaart gebracht. Op basis van het AHN ligt het zuiden van deelgebied west binnen de oude flanken van de heuvel. Hier kunnen nog resten van een oude woongrond uit de late middeleeuwen liggen. Deelgebied oost was onderdeel van inundatiegronden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en stond tijdens WO II onder water. In het plangebied liggen mogelijk (meerdere) restgeulen van de Alm. Er is geen historische bebouwing bekend in deelgebied oost. Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting op nederzettingslocaties vanaf de ijzertijd. Voor deelgebied west geldt specifiek een zeer hoge verwachting op het aantreffen van resten behorende tot de voorburcht van Kasteel Altena. De archeologische verwachting van met name deelgebied oost hangt samen met de bodemopbouw in het gebied. Er liggen naar verwachting één of meerdere restgeulen in deelgebied oost welke voor een erosie van de oeverafzettingen met eventuele archeologische resten kan hebben gezorgd. Om dit te kunnen vaststellen wordt geadviseerd een vervolgonderzoek plaats te laten vinden in de vorm van een verkennend en/of karterend booronderzoek. Met een verkennend booronderzoek wordt de lokale bodemopbouw in kaart gebracht en de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek getoetst. Bij een karterend booronderzoek wordt er gericht gekeken naar archeologische indicatoren die op een vindplaats kunnen wijzen. In deelgebied west is een zeer hoge verwachting op het aantreffen van de restanten van de voorburcht van Kasteel Altena (rijksmonument). Vanwege deze gerichte verwachting luidt het advies om in deelgebied west archeologische resten zoveel mogelijk in te passen in de toekomstige plannen en grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm -mv te vermijden. Als dat niet kan, dan wordt geadviseerd een eventueel verkennend booronderzoek over te slaan en in plaats daarvan een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Bovenstaand advies dient voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (rijksmonument: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; overige delen: gemeente Altena) in het kader van de vergunningsaanvraag en vormt de basis voor het selectiebesluit van de gemeente Altena/Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten.Vanwege het staken van de beoogde ontwikkeling is het rapport niet beoordeeld door de bevoegde overheid.

Authors

  • F. van den Blink
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/ar/rwpbyl2025

Plangebied Kraaijenberg te Vught. (Version: 1.0)

Het plangebied ligt op de overgang van dekzandwelvingen naar een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. Hier worden hoge zwarte enkeerdgronden verwacht. Binnen het plangebied zijn op basis van historisch kaartmateriaal en de AHN twee hogere dekzandkopjes aan te wijzen. Voor de dekzandkoppen geldt een middelhoge verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars en een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit het neolithicum tot en met de middeleeuwen. Buiten deze dekzandkopjes is de verwachting voor deze perioden middelhoog. Het plangebied wordt omsloten door enkele oude landgoederen zoals Wargashuijze en Coebax. Omstreeks 1900 was het plangebied deels onderdeel van landgoed Elzenburgh. Het betroffen de bouwlanden van het landgoed, de woning en tuin liggen ten zuidwesten van het plangebied. Dit landgoed bestaat nog steeds maar is kleiner geworden waardoor het plangebied er buiten is komen te liggen. Er zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing binnen het plangebied. Sporen van het landgoed Elzenburgh zullen voornamelijk oude perceelgreppels van de bouwlanden van het landgoed betreffen. Uit het veldonderzoek blijkt dat in het plangebieden één van de verwachte dekzandkoppen in het plangebied aanwezig is. Deze ligt centraal in het plangebied. Hieromheen zijn overwegend nattere bodems met beekafzettingen en veen aanwezig. Voor de dekzandkop blijft de in het bureauonderzoek gestelde archeologische verwachting gehandhaafd. De delen van het plangebied buiten de dekzandkop krijgen een lage verwachting voor alle perioden.

Authors

  • F. van den Blink ;
  • T. van Putte
0 Citations0 Mentions92% FAIR0.6 Dataset Index
10.17026/ar/x1olfw2025

Gemeente Maasdriel Plangebied Burchtstraat 6/8 te Rossum Archeologisch bureauonderzoek (Version: 1.1)

<p>AAC heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Burchtstraat 6/8 te Rossum, gemeente Maasdriel. Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen nieuwbouw toe te voegen in het plangebied. De exacte ligging en oppervlakte van de nieuwbouw staat ten tijde van onderhavig onderzoek nog niet vast. De oppervlakte van de bodemverstoring bedraagt circa 350 m², waarvan circa 150 m² vergunningsvrij, de verstoringsdiepte is nog niet bekend. Omdat de verwachting is dat realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische waarden wordt onderhavig bureauonderzoek uitgevoerd.</p><p>Het plangebied stond tot de aanleg van de Waaldijk onder invloed van de stroomgordel van de Waal-Merwede welke actief werd in de laat-Romeinse tijd. In het midden-neolithicum stond het plangebied onder invloed van een naamloze stroomgordel (pre-Lith) welke direct ten westen van het plangebied heeft gelegen. Ten zuiden van het plangebied lag een crevasse van de Waal. Vanaf circa 1,25 m +NAP (5 m -mv) liggen Pleistocene terrasafzettingen uit het Laagpakket van Kreftenheye. Op basis van een geologische boring vlak bij het plangebied lijkt er sprake te zijn een oeverwal direct op het Pleistocene zand. De top van deze oeverwal ligt op3,2 m -mv. Op de oeverwal ligt een veenlaagje dat is gevormd in een rustige periode achter de oeverwal (3-3,2 m -mv, 1,4-1,2 m +NAP). Na een doorbraak van de oeverwal zijn er oever/crevasseafzettingen in het plangebied afgezet. </p><p>Het plangebied ligt aan de noordrand van de historische kern van Rossum. Aan de oostkant van Rossum, circa 920 m ten oosten van het plangebied, heeft een Romeins castellum gestaan. Rossum wordt zelf voor het eerst aan het einde van de 9e eeuw genoemd. Direct ten noorden van het plangebied werd vanaf 1327 de Waaldijk aangelegd. Het noordoosten van het plangebied ligtop de flank van deze dijk. In 1599 was Rossum onderdeel van het beleg van Zaltbommel waarbij er in het dorp veel verwoestingen hebben plaatsgevonden. O.a. het kasteel van Rossum is hierbij vernield. Het plangebied zelf was begin 19e eeuw in gebruik als boomgaard. In 1873 wordt het buitenverblijf De Veentjes gebouwd. Omdat onbekend is wat de exacte diepteligging en conservering is van het Pleistocene niveau geldt er voor vindplaatsen van jagerverzamelaars uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum een onbekende verwachting. Ook voor het laat-neolithicum tot en met de midden-ijzertijd is de verwachting onbekend. Deze resten zullen op de oeverwal van de naamloze pre-Lith stroomgordel liggen, maar het is onbekend in welke mate deze doorloopt in het plangebied. Op basis van vondstmeldingen in de omgeving van het plangebied en de verwachte oeverwal van de Waal-Merwede stroomgordel heeft het plangebied een middelhoge verwachting op bewoningsresten van de late-ijzertijd tot en met de late middeleeuwen. Voor resten van landgebruik uit de nieuwe tijd is de archeologische verwachting ook middelhoog. Er geldt ook speciaal een middelhoge verwachting op resten van het beleg van Zaltbommel van 1599.</p><p>Omdat de geplande bodemverstoringen maximaal 350 m² zullen bedragen wordt geadviseerd in het kader van de huidige plannen geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. De gemeente onderschrijft dit advies. Verder is het advies om bij toekomstige werkzaamheden groter dan 500 m² en dieper dan 30 cm -mv wel een verkennend booronderzoek uit te voeren, conform de archeologische beleidskaart. </p><p>Hoewel getracht is een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden, kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten in de gebieden waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. BAAC wil er daarom op wijzen dat men bij bodemverstorende activiteiten alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen). Bij het aantreffen van deze waarden dient men hiervan, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet en afdeling 19.2 Omgevingswet, zo spoedig mogelijk melding te maken bij de minister van OC&W (in de praktijk de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en bij de gemeente.</p>

Authors

  • F. van den Blink
0 Citations0 Mentions92% FAIR0.5 Dataset Index
10.17026/ar/bzsajk2025

Gemeente Hilversum. Plangebied Sportpark Crailoo - Spandersbosch te Hilversum. (Version: 1.0)

BAAC heeft een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd in het plangebied Sportpark Crailoo - Spandersbosch te Hilversum, gemeente Hilversum. Aanleiding voor het onderzoek is de renovatie van hole 3 op de golfbaan Crailoo. Hierbij wordt een waterpartij gegraven waarbij de vrijgekomen grond wordt gebruikt om de hole op te hogen (bijlage 1). Realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische waarden.Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied op de stuwwal van Hilversum heeft gelegen. Op deze stuwwal ligt een groot aantal archeologische vindplaatsen daterend uit het neolithicum tot in de middeleeuwen, die samen als archeologisch rijksmonument zijn aangewezen. In 1870 werd begonnen met de aanleg van de spoorweg Amsterdam-Amersfoort ten westen van het plangebied, welke in 1874 is geopend. Voor de aanleg werd het maaiveld afgegraven. In 1887 werd begonnen met de commerciële zandafgraving in en rondom het plangebied. In 1970 werd de afgraving gesloten en werd het plangebied onderdeel van het sportpark Crailoo. Door de zandafgravingen ligt het maaiveld in het plangebied minimaal 3 en maximaal 10 m lager dan de naastgelegen intacte stuwwal. Naar verwachting is het oorspronkelijke archeologisch niveau verdwenen met het afgraven van de zandlagen.Op basis van het bureauonderzoek geldt er voor het gehele plangebied een zeer lage archeologische verwachting voor het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.

Authors

  • F. van den Blink
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/ar/la7flk2025

Plangebied Lodewijkstraat te Eindhoven (Version: 1.0)

BAAC heeft voorafgaand aan sloop en nieuwbouw een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het circa 1,6 ha grote plangebied Lodewijkstraat te Eindhoven. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied op een lage dekzandrug ligt aan het nabijgelegen beekdal van de Gender. Het plangebied maakt tot halverwege de 20e eeuw deel uit van het landelijke gebied van Hurk: weiland, bouwland en bijbehorende houtwallen liggen dan in het plangebied. Daarna volgen leemafgravingen om twee steenfabrieken ten zuidwesten van het plangebied via een smalspoor te voorzien van leem. Er komen fabrieken in het plangebied, die in de jaren 80 worden verwijderd, waarna een gemeentewerf wordt opgebouwd. Het is aannemelijk dat voor aanvang van de bouw van de fabrieken de grond geëgaliseerd en opgehoogd is om de gevolgen van de leemafgravingen te vereffenen. Op basis van het bureauonderzoek geldt er voor het gehele plangebied een lage archeologische verwachting voor het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Dit heeft ermee te maken dat er in de jaren 50 van de vorige eeuw grootschalige leemafgravingen hebben plaatsgevonden in het gehele plangebied. Dit heeft tot grove verstoringen van de bodem en de archeologische waarden geleid. Uit het veldonderzoek blijkt door het graven van leemkuilen of grondwerkzaamheden anderszins dan wel het opbrengen van grond in het verleden de top van de natuurlijke bodem in vrijwel het gehele plangebied tot onbekende diepte is verstoord, waarbij een eventueel archeologisch niveau vernietigd zal zijn. De top van de natuurlijke bodem (C-horizont) ligt vrijwel steeds tussen 0,85 en 1,45 m -mv. Deze natuurlijke ondergrond bestaat uit beekafzettingen. De kans dat archeologische waarden in het plangebied aanwezig zijn, is gezien de bodemverstoringen zeer klein. Bovendien waren de omstandigheden (laaggelegen en nat) ongunstig voor bewoning. Een archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.De rapportage is beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid (gemeente Eindhoven).

Authors

  • W.A. Bergman ;
  • F. van den Blink ;
  • A. Spier
0 Citations0 Mentions92% FAIR0.6 Dataset Index
10.17026/ar/76hrcq2025