Automated Author ProfileJ. Huizer & Bulambo, F.M.
RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.
J. Huizer & Bulambo, F.M.
Current S-Index
Sum of Dataset Indices for all datasets
Average Dataset Index per Dataset
Average Dataset Index per dataset
Total Datasets
Total datasets for this author
Average FAIR Score
Average FAIR Score per dataset
Total Citations
Total citations to the author's datasets
Total Mentions
Total mentions of the author's datasets
S-Index Interpretation
The S-Index (Sharing Index) is a comprehensive metric that represents the cumulative impact of all your datasets. It is calculated as the sum of Dataset Index scores across all your claimed datasets.
What it means:
- A higher S-index indicates greater overall impact of your datasets relative to typical datasets in their fields of research
- The S-Index grows as you add more datasets or as existing datasets gain more citations and mentions
- It provides a single number to track your research data impact over time
Current S-Index: 0.3 (sum of 1 dataset Dataset Index scores)
More information here.
S-Index Over Time
Cumulative Citations Over Time
Cumulative Mentions Over Time
Datasets
<p>In opdracht van Witteveen + Bos Raadgevende Ingenieurs B.V. heeft RAAP in maart-april 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor een plangebied langs de N402 te Loenen aan de Vecht in de gemeente Stichtse Vecht, waar een sloot wordt aangelegd c.q. verplaatst en een fietspad wordtaangelegd.<p><p>Volgens de in het bureauonderzoek geformuleerde gespecificeerde archeologische verwachting (par. 2.7) worden er archeologische resten uit de ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen in de top van stroomgordelafzettingen verwacht en geldt er een specifieke verwachting voor oeverafzettingen.De bewoningsniveaus in deze afzettingen zullen zich mogelijk bodemkundig kenmerken door een vegetatieniveau en/of ontkalking van het sediment.<p><p>In een groot deel van de boringen is een ontkalkt niveau in de oeverafzettingen daadwerkelijk aangetroffen, in de meeste gevallen binnen 0,50 m -mv. Hier geldt derhalve inderdaad een verwachting voor archeologische resten (vondsten en sporen) uit perioden vanaf de ijzertijd.<p><p>In enkele boringen zijn crevasseafzettingen aangetroffen. Deze zijn bovenin niet ontkalkt. Hiermee is de kans klein dat er zich een potentieel vondstniveau bevindt, dit is mogelijk opgenomen in de bouwvoor. In de crevasseafzettingen kunnen mogelijk wel diep ingegraven sporen aanwezig zijn. Om deze reden geldt ook voor de crevasseafzettingen een archeologische relevantie.<p><p>Ter plaatse van de aan te leggen of te verbreden sloten zal in het noordelijk deelgebied tot ca. 2,10 m -NAP worden ontgraven en in het zuidelijk deelgebied tot ca. 2,90 m -NAP. Dit is dieper dan het potentiële archeologische niveau.<p><p>Voor het fietspad, dat in het noordelijke deelgebied over een oppervlakte van ca. 6000 m2 wordt aangelegd, worden geen bodemingrepen dieper dan de bouwvoor verwacht.<p><p>Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in een deel van het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen aanleg van sloten. Daarom wordt geadviseerd om in deze zones de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door in deze zones geen graafwerkzaamheden uit te voeren.<p><p>Indien deze planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg(AMZ) te nemen.<p><p>Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek. Gezien de prospectiekenmerken is een onderzoek met behulp van proefsleuven de geëigende methode voor vervolgonderzoek (zie ookhttps://pom.cultureelerfgoed.nl).<p><p>Ter plaatse van de voorgenomen aanleg van het fietspad wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Als bij uitvoering van de werkzaamheden vondsten worden gedaan waarvan wordt vermoed dat het archeologische vondsten betreft, bestaat er op grond van art. 5.10 van de Erfgoedwet een verplichting om deze te melden bi j de bevoegde overheid. Om praktische redenen kan deze melding bij de gemeente worden gedaan. De melding dient vergezeld te gaan van een foto van devondst en gegevens over de exacte locatie van de vondst.<p>
Authors
- J. Huizer & Bulambo, F.M.