Automated Author ProfileS. Moerman
S. Moerman
Current S-Index
Sum of Dataset Indices for all datasets
Average Dataset Index per Dataset
Average Dataset Index per dataset
Total Datasets
Total datasets for this author
Average FAIR Score
Average FAIR Score per dataset
Total Citations
Total citations to the author's datasets
Total Mentions
Total mentions of the author's datasets
S-Index Interpretation
The S-Index (Sharing Index) is a comprehensive metric that represents the cumulative impact of all your datasets. It is calculated as the sum of Dataset Index scores across all your claimed datasets.
What it means:
- A higher S-index indicates greater overall impact of your datasets relative to typical datasets in their fields of research
- The S-Index grows as you add more datasets or as existing datasets gain more citations and mentions
- It provides a single number to track your research data impact over time
Current S-Index: 60.8 (sum of 137 datasets Dataset Index scores)
More information here.
S-Index Over Time
Cumulative Citations Over Time
Cumulative Mentions Over Time
Datasets
IDDS Archeologie heeft in oktober 2024 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in Sassenheim, gemeente Teylingen. De doel- en vraagstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Met het inventariserend veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld. De geplande ontwikkelingen betreffen de aanleg van drie tracés voor middenspanningskabels. Daarvan worden middels dit onderzoek twee tracés onderzocht, waarvan de exacte loop al bekend is. Van deze tracés worden allen de delen met een hoge verwachting en waar een open ontgraving plaats vindt, onderzocht middels een verkennend booronderzoek. De nieuwe middenspanningskabels worden aangelegd in een gegraven sleuf met een breedte van 0,4 tot 0,6 m en een diepte van 0,8 tot 1,0 m onder het maaiveld.Uit het bureauonderzoek blijkt dat binnen het plangebied en voor de verschillende tracés, op basis van de archeologische beleidskaart, uiteenlopende archeologische verwachtingen gelden, van zones met een hoge archeologische waarde tot een lage verwachting. Uit de geomorfologische kaart, bodemkaarten en het AHN, het eerder in Sassenheim uitgevoerde archeologisch onderzoek en het historisch kaartmateriaal blijkt echter dat een groot deel van het bodemarchief in het plangebied waarschijnlijk verloren is gegaan als gevolg van de bloembollenteelt. Daarnaast zal de nieuwe kabel waarschijnlijk veelal worden aangelegd tussen of direct naast bestaande kabels en leidingen. Behalve de delen van het plangebied met categorie 1a en 1b hebben de verschillende tracés in het plangebied geen of slechts een zeer lage archeologische verwachting. De oorspronkelijk aanwezige archeologische resten zullen door verschillende graafwerkzaamheden (bloembollenteelt, de aanleg van wegen en kabels en leidingen) zijn verstoord of vernietigd. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de verwachting op basis van het bureauonderzoek correct is. In vrijwel het hele onderzochte gebied reiken de verstoringen dieper dan de geplande aanlegdiepte van maximaal 1,0 m -mv. Ter plaatse van boringen 17 en 26 is de ondergrond niet zo diep verstoord, maar hier zijn geen indicaties aanwezig voor een archeologisch relevant niveau. De twee niveaus waarop wel archeologische resten kunnen worden verwacht, zijnde boring 7 op 1,2 m -mv (-0,65 m NAP) en boring 23 op 2,1 m -mv (-1,8 m NAP), worden niet verstoord door de geplande werkzaamheden.IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden.
Authors
- A.W.E. Wilbers ;
- S. Moerman ;
- A.M.H.C. Koekkelkoren
<p>In opdracht van de gemeente Alphen aan den Rijn heeft archeologisch onderzoeksbureau IDDS Archeologie van 11 tot en met 21 april 2017 een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd in het plangebied Lage Zijde en Aargebouw in Alphen aan den Rijn, gemeente Alphen aan den Rijn. De aanleiding voor dit onderzoek zijn de plannen tot herinrichting van het gebied. Er zullen woningen worden gebouwd en aanpassingen plaatsvinden aan het wegenpatroon. Vooronderzoek had uitgewezen dat een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk was, met uitzondering van die delen van het plangebied die reeds verstoord of bebouwd waren. Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureau- en booronderzoek. Aan de hand van het veldonderzoek wordt informatie verkregen omtrent de aanwezige archeologische waarden (aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit). Vervolgens wordt een waardering van de archeologische waarden in het plangebied opgesteld. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn tien werkputten aangelegd van variërende oppervlaktes: die ten noorden van de Kromme Aar, drie ter plaatse van de historische woongrond op de zuidelijke oever van de Kromme Aar en vier in het zuiden van het plangebied. Het gebied ten noorden van de Kromme Aar bleek diep verstoord te zijn. Hoewel hier wel enkele sporen werden aangetroffen die mogelijk te relateren zijn aan een historische boerderijlocatie, krijgt deze vindplaats vanwege de lage gaafheid en conservering een lage waardering en is daarom niet behoudenswaardig. Ter plaatse van de historische woongrond op de zuidoever van de Kromme Aar waren bewoningssporen uit aanwezig. Het gaat om een gebouw uit de 17e eeuw en een gebouw uit de 18e/19e eeuw met een opvallende fundering van verticaal geplaatste dakpannen. Bij dit laatste gebouw is ook een houten bijgebouw aangetroffen. Vermoedelijk is ter plaatse van de 18e/19e-eeuwse bebouwing ook nog sprake van een oudere bebouwingsfase, waarvan enkele muurrestanten en greppels zijn aangetroffen. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn alleen recente sporen aanwezig. De oudere (prehistorische) sporen die op basis van het vooronderzoek werden verwacht, zijn niet aangetroffen. De vindplaats op de historische woongrond wordt behoudenswaardig geacht en er wordt geadviseerd deze op te graven. De aanbevolen opgraving heeft een oppervlakte van ongeveer 1930 m2 en er dient rekening te worden gehouden met de aanleg van minimaal twee vlakken.</p>
Authors
- A. M. H. C. Koekkelkoren ;
- S. Moerman
<p>IDDS Archeologie heeft in september 2017 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Heereweg 460a in Lisse, gemeente Lisse.</p>
Authors
- S. Moerman
<p>IDDS Archeologie heeft in juli 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Phoenixstraat naast nr. 10 in Haarlem, gemeente Haarlem.</p>
Authors
- S. Moerman
<p>In maart 2019 heeft IDDS Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Oude Zijlvest in Haarlem, gemeente Haarlem. Het plangebied kan voor de archeologische verwachting worden opgedeeld in vier zones:<br> Een zone met mogelijke resten van bebouwing uit de 15e-20e eeuw<br> Een zone die waarschijnlijk altijd als straat in gebruik is geweest<br> Een zone waarin resten van de stadsmuur worden verwacht<br> Een zone die tot de 19e eeuw in gebruik was als stadsgracht</p>
Authors
- S. Moerman
<p>In opdracht van Witteveen+Bos is in mei 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Fonteinlaan 1, de “Dreefzicht” in Haarlem, gemeente Haarlem.</p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op de strandwal van Haarlem. Deze strandwal bestaat uit een niet van elkaar te onderscheiden combinatie van Oude duinen waarbij in de afzettingen van de Oude duinen verschillende humeuze niveaus voorkomen veroorzaakt door de tijdelijke begroeiing van laagtes tussen de individuele duinen. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek in Haarlem is bekend dat op deze strandwal archeologische vindplaatsen voorkomen die dateren vanaf het Laat-Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Het gaat onder andere om vindplaatsen met resten van bewoning. Op basis van deze informatie kunnen in de bodem van het plangebied meerdere vegetatieniveaus voorkomen waarin archeologische vindplaatsen aanwezig kunnen zijn. Binnen het plangebied komt mogelijk een humeuze laag voor op circa -0,80 NAP (zoals aangetroffen bij werkzaamheden bij de Dreefzicht in 1979-1980) en dat is voor het grootste deel van het plangebied een diepte van ongeveer 2,6 m -mv. Uit datzelfde onderzoek bleek ook dat de bovengrond tot een diepte van 0,4 tot 0,7 m -mv verstoord is. Uit de informatie van de historische kaarten kan worden opgemaakt dat het terrein onder en rondom de Dreefzicht ligt op een verhoging (mogelijk deels opgebracht grond).</p><p>De archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de perioden Laat-Neolithicum tot Late Middeleeuwen is middelhoog en gekoppeld aan in de strandwal/Oude duinen aanwezige humeuze niveaus. Deze vindplaatsen kunnen bestaan uit bewoningsresten, begravingen, agrarische resten, nijverheid of infrastructuur waarbinnen de resten kunnen bestaan uit resten van aardewerk, metaal, glas, steen, en dergelijke en grondsporen van palen, kuilen, putten, sloten en dergelijke. De conservering van dergelijke archeologische waarden is veelal goed zolang deze begraven voorkomen. De archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en uit de Nieuwe tijd (tot ongeveer de 18e eeuw) is middelhoog. Dit blijkt onder meer uit het feit dat er een kelder en een waterput zijn aangetroffen tijdens de waarneming in 1980. Op diverse historische kaarten is bebouwing weergegeven in de directe omgeving in het plangebied, hoewel nooit in het plangebied zelf. Deze resten zullen voornamelijk aan de top van de afzettingen van de Oude duinen hebben gelegen en die afzettingen zijn mogelijk bij de inrichting van het plangebied in de 19e eeuw geëgaliseerd. In hoeverre deze resten verstoord zijn geraakt door deze herinrichting is op het moment onduidelijk.</p>
Authors
- ón Subías, de León ;
- S. Moerman
<p>IDDS Archeologie heeft in mei 2017 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Zuidelijke Dwarsweg, naast nummer 13D, in Waddinxveen, gemeente Waddinxveen. Direct rondom het plangebied zijn diverse archeologische booronderzoeken uitgevoerd. Uit deze booronderzoeken kan worden afgeleid dat in het plangebied sprake is van een opeenstapeling van fluviatiele afzettingen (hoogstwaarschijnlijk komafzettingen), veen en wadafzettingen. Het veenpakket dat oorspronkelijk aan het maaiveld lag, is afgegraven. Voor alle afzettingen geldt een lage archeologische verwachting omdat deze ontstaan zijn in milieus niet of nauwelijks geschikt waren voor menselijke bewoning. Er is een kleine kans op oever(walachtige) afzettingen in het plangebied, maar ook deze waren zeer nat dan wel vertonen geen tekenen van bodemvorming, waardoor ze naar verwachting niet geschikt waren voor bewoning.</p>
Authors
- S. Moerman
<p>In opdracht van Rotteveel M4 Projectontwikkeling heeft IDDS Archeologie in augustus 2018 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Dr. Dirk Bakkerlaan 14-18 in Bloemendaal, gemeente Bloemendaal. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande herontwikkeling van het perceel. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op een strandvlakte die sinds de Middeleeuwen bruikbaar is. Verwacht worden vooral off-site fenomenen als perceleringssloten, greppels en kuilen. Voor de Middeleeuwen is de verwachting daarom laag tot middelhoog. Uit de historische kaarten blijkt ook dat het plangebied pas met de huidige bebouwing rond 1933 bebouwd is. Voor de periodes vóór de Middeleeuwen geldt een lage verwachting omdat de strandvlaktes vanaf het ontstaan er van, en met name tijdens de veenvorming, vochtig waren en daardoor (ten opzichte van de hoger gelegen strandwallen) relatief ongunstig voor gebruik door de mens. Uit deze periodes kunnen eventueel wel losse vondsten voorkomen. Op basis hiervan kunnen in het plangebied verschillende archeologische niveaus voorkomen. Het diepste archeologische niveau betreft de top van het strandvlaktezand, waarvoor een lage archeologische verwachting geldt. De top van het veen kan zijn ontgonnen. De resten uit dit niveau kunnen dateren uit de Middeleeuwen en zullen naar verwachting behoren tot akkerland en bestaan uit greppels en kuilen. Boven dat niveau, in het Jonge duinzand en/of een opgebrachte laag, kunnen resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht. De kans hierop is echter klein, omdat het plangebied voor 1933 in gebruik was voor de bloembollenteelt. Het booronderzoek heeft de verwachting uit het bureauonderzoek grotendeels bevestigd. Voor de strandvlakte en het veen geldt een lage archeologische verwachting. De zandpakketten die daarboven zijn aangetroffen bestaan uit omgewerkt duinzand en zand dat is opgebracht ten behoeve van de bebouwing. In beide pakketten worden geen (intacte) archeologische resten verwacht.</p>
Authors
- S. Moerman ;
- ón Subías, De León
<p>In opdracht van IV-Infra BV is op 7 maart 2019 een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven – variant Archeologische Begeleiding uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Wervenkampweg in Bleskensgraaf, gemeente Molenlanden. Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven – variant Archeologische Begeleiding is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden.<br>Op basis van het bureauonderzoek is verondersteld dat in het plangebied een zeer hoge verwachting voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de ontginning van het gebied in de 11e eeuw) tot aan de Nieuwe tijd geldt. Vanaf het begin van de 19e eeuw, en mogelijk al eerder, is alle bebouwing langs deze weg verdwenen. In de omgevingsvergunning is daarom vastgelegd dat het ontgraven van de watercompensatie archeologisch moet worden begeleid. <br>Bij de archeologische begeleiding is één werkput aangelegd van ongeveer 34 x 6 m. Er zijn twee vlakken aangelegd: één direct onder de bouwvoor en één op de maximale diepte van de civieltechnische werkzaamheden. Er is alleen natuurlijk veen aangetroffen, zonder sporen of vondsten.</p>
Authors
- ón Subías, de León ;
- S. Moerman
<p>IDDS Archeologie heeft in maart 2018 een archeologisch bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Noorderhoofdstraat 10 in Krommenie, gemeente Zaanstad.</p>
Authors
- S. Moerman