Automated Author ProfileLaan, E. van der
Laan, E. van der
Current S-Index
Sum of Dataset Indices for all datasets
Average Dataset Index per Dataset
Average Dataset Index per dataset
Total Datasets
Total datasets for this author
Average FAIR Score
Average FAIR Score per dataset
Total Citations
Total citations to the author's datasets
Total Mentions
Total mentions of the author's datasets
S-Index Interpretation
The S-Index (Sharing Index) is a comprehensive metric that represents the cumulative impact of all your datasets. It is calculated as the sum of Dataset Index scores across all your claimed datasets.
What it means:
- A higher S-index indicates greater overall impact of your datasets relative to typical datasets in their fields of research
- The S-Index grows as you add more datasets or as existing datasets gain more citations and mentions
- It provides a single number to track your research data impact over time
Current S-Index: 2.9 (sum of 8 datasets Dataset Index scores)
More information here.
S-Index Over Time
Cumulative Citations Over Time
Cumulative Mentions Over Time
Datasets
ADC ArcheoProjecten heeft in november en december 2022 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Vogelweg te Zeewolde. Het verkennende booronderzoek is uitgevoerd op locatie C en het karterende booronderzoek is uitgevoerd op locatie A & B. In een eerder stadium is een bureauonderzoek voor deze locaties gedaan (ADC Rapport 5892) De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanleg van een gasleiding waarvoor een omgevingsvergunnig nodig is. ten behoeve van de aanleg van de gasleiding wordt het tracé over een breedte van 0,6 m en een maximale diepte van 1,5 m -mv ontgraven.Op basis van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek geldt een hoge verwachting op het aantreffen Vroeg-Neolithische vindplaatsen (Swifterbantcultuur) op de oeverwallen langs de getijdengeulen van het Laagpakket van Wormer. Ter hoogte van zones A en B, maar aan de overzijde van de weg, zijn deze oeverafzettingen al tijdens een eerder booronderzoek aangetoond. De top van de oeverafzettingen ligt hier op 5,9 – 6,9 m -NAP in zone KABEL_VOGEL1 (het dichtst bij zone A van voorliggend rapport) en in zone KABEL_VOGEL2 (het dichtst bij zone B van dit rapport) op 5,6 – 6,4 m -NAP.Voor dit deel van het plangebied werd op basis van het bureauonderzoek geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek. Het betreft twee zones van ieder 215 m lang (zone A en B). Ten oosten van de Grote Trap worden op basis van het AHN getijdengeulen verwacht. Hiervan is nog niet bekend wat de diepteligging is en of ook sprake is van gerijpte oeverafzettingen die geschikt waren voor bewoning. Voor dit deel van het plangebied werd geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren. Het betreft een zone van 160 m (zone C). Uit het verkennende veldonderzoek in zone C bleek dat de top van de Wormerafzettingen zich bevindt op 2,6 – 2,65 m -mv (6,8 – 7,0 m -NAP) dit betreffen oeverafzettingen. In de oeverafzettingen zijn geen sporen van bodemvorming en geen rijping waargenomen. Bovendien worden naar verwachting geen archeologische waarden bedreigd door de toekomstige planontwikkelingen gezien de diepteligging van de afzettingen van Wormer (2,6 m -mv) ten opzichte van de beoogde ingrepen (1,5 m -mv).Het karterende onderzoek in zones A en B heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van een vindplaats. Bovendien ligt het relevante archeologische niveau, de top van de Wormerafzettingen, op 2,45 – 3,25 m -mv (6,4 - 7,25 m -NAP) in zone A en op 2,3 – 2,9 m -mv (5,96 - 7,13 m -NAP) in zone B. De voorgenomen bodemingrepen reiken tot maximaal 1,5 m -mv en vormen geen bedreiging voor dit niveau.
Authors
- Hessing, J.Q ;
- Laan, E. van der ;
- Valentijn, P.
<p>RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in juni 2011 en inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd in verband met de voorgenomen bouwwerkzaamheden in de gemeente Houten.</p><p>Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan worden geconcludeerd dat in de Late Middeleeuwen in het plangebied een terp is aangelegd. Deze terp bevindt zich in het noorden van het onderzochte gebied. In de Nieuwe tijd is het gebied normaals opgehoogd. Deze ophoging uit de Nieuwe tijd beslaat een groter areaal dan de laat middeleeuwse terp. De aanwezigheid van de laat-middeleeuwse terp is alleen in het noorden van het plangebied vastgesteld. De ophoging uit de Nieuwe tijd is in het hele plangebied aangetroffen, zij het dat het in het zuiden om een relatief dunne ophogingslaag gaat.<br>Hoewel de terp uit de Late Middeleeuwen vondstrijk is, hoeft dit niet te duiden op een intensief gebruik van het perceel als woonerf. Vaak werd er in de Middeleeuwen opgehoogd met afval van elders. Bovendien zijn in de proefsleuven geen sporen aangetroffen die op een woonerf verwacht worden, zoals (beer)putten of (afval)kuilen. Ook zijn geen afvalconcentraties binnen de ophogingslaag aanwezig. Dit wijst in de richting van een pakket met afval en materiaal van elders dat in één keer is opgebracht. Daarom is het aannemelijker dat de terp verband houdt met de kerk en is aangelegd ten behoeve van de bouw van de kerk. De kerk dateert uit de 14e eeuw. Dit is in overeenstemming met de datering van het materiaal afkomstig uit de oudste ophogingslaag.</p><p>Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in het noordelijke deel van het plangebied parallel aan de Waalseweg twee laat-middeleeuwse greppels aangetroffen. Hieruit is onder andere kogelpot en steengoed uit Siegburg (dat in de 14e-16e eeuw gedateerd wordt) geborgen. In dit gedeelte is ook een puinkuil aanwezig die vanaf de top van het ophogingspakket uit de Nieuwe tijd is ingegraven.<br>Verder naar het zuiden zijn nog twee laat-middeleeuwse greppels aanwezig. Deze hebben een oriëntatie haaks op de eerder genoemde greppels. Uit een van de greppel is een zilveren muntje geborgen dat gedateerd wordt vanaf 1500. De noordelijke greppels zijn aangelegd na de oudste ophoging (14e eeuw) en voorafgaand aan de ophoging in de Nieuwe tijd. De zuidelijke greppels zijn in ieder geval ouder dan de ophoging uit de Nieuwe tijd. Waarschijnlijk hebben de greppels met oude percelering of met de ontginning van het gebied te maken.</p>
Authors
- RAAP Archeologisch Adviesbureau, B.V. ;
- Laan, E. van der
<p>RAAP Archeologisch Adviesbureau in april 2011 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de aanleg van een 110 kV kabel verbinding tussen de schakelstations Westermeerdijk en Ens in de gemeente Noordoostpolder. Het veldonderzoek had betrekking op drie tracédelen tussen Ens (Schokkerringweg) en Emmeloord (Nagelerweg):<br>- tracédeel 1: kavels P30/P31; Schokkerringweg tot aan de Kamperweg/- N50 (circa 1,0 km);<br>- tracédeel 2: kavels P87 t/m P92, Q1 en Q17; Kamperweg/N50 tot aan de Enservaart/Drietorensweg (circa 3,0 km);<br>- tracédeel 3: kavels O21 t/m O23; globaal Nagelerweg/Bomenweg tot halverwege de Bomentocht (circa 1,5 km).</p><p>Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn 224 boringen gezet, hetgeen een gedetailleerde geoarcheologische doorsnede van dit deel van de Noordoostpolder opleverde.</p><p>In de tracédelen 1 en 3 zijn (binnen 3,5 m -Mv) geen oeverafzettingen of andere hiermee samenhangende mariene afzettingen aangetroffen. Dit betekent wel dat de aanwezigheid van oever wallen en dus ook archeologische resten die op basis van het bureauonderzoek verwacht werden, kunnen worden uitgesloten.</p><p>In tracédeel 2 zijn over een lengte van circa 1350 m rivierduinafzettingen aangetroffen, waarvan de top zich grotendeels binnen 2,5 m -Mv bevindt. Omdat het rivierduin(encomplex) in een groot deel van de boringen is afgedekt met veen, kan aangenomen worden dat de top van het duin op deze plekken zeker intact is (d.w.z. niet is geërodeerd door latere afzettingen). Een andere aanwijzing voor de mate van (natuurlijke) aantasting/intactheid van de rivierduinen vormt de aanwezigheid van tamelijk goed ontwikkelde podzolbodems in een zeer groot aantal boringen, met name in de raaien B en C.</p>
Authors
- Boer, G.H. de ;
- Pruim, J.E. ;
- Laan, E. van der ;
- RAAP Archeologisch Adviesbureau, B.V.
<p>onderzoeksrapport</p>
Authors
- Burnier, C.Y. ;
- Laan, E. van der
<p>onderzoeksrapport</p>
Authors
- Laan, E. van der ;
- Jacobs, E.
<p>onderzoeksrapport</p>
Authors
- Laan, E. van der ;
- Jacobs, E.
<p>onderzoeksrapport</p>
Authors
- Jacobs, E. ;
- Laan, E. van der