Automated Author ProfileJ. Flamman
Vestigia b.v.
J. Flamman
Current S-Index
Sum of Dataset Indices for all datasets
Average Dataset Index per Dataset
Average Dataset Index per dataset
Total Datasets
Total datasets for this author
Average FAIR Score
Average FAIR Score per dataset
Total Citations
Total citations to the author's datasets
Total Mentions
Total mentions of the author's datasets
S-Index Interpretation
The S-Index (Sharing Index) is a comprehensive metric that represents the cumulative impact of all your datasets. It is calculated as the sum of Dataset Index scores across all your claimed datasets.
What it means:
- A higher S-index indicates greater overall impact of your datasets relative to typical datasets in their fields of research
- The S-Index grows as you add more datasets or as existing datasets gain more citations and mentions
- It provides a single number to track your research data impact over time
Current S-Index: 1.1 (sum of 3 datasets Dataset Index scores)
More information here.
S-Index Over Time
Cumulative Citations Over Time
Cumulative Mentions Over Time
Datasets
<p>In opdracht van Search Ingenieursbureau bv heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie een archeologische vooronderzoek uitgevoerd op de locatie Blankenburgsestraat, perceel C 1013, te Ophemert, gemeente Neerijnen (afbeelding 1). Het vooronderzoek omvat een Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van boringen. Het plangebied is gelegen in de dorpskom van Ophemert en heeft een oppervlak van ca. 593 m2, waarvan ca. 160 m2 wordt verstoord door de nieuwbouw van een woning (110 m2) met vrijstaande garage (50 m2). Voor deze ontwikkeling is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het onderzoek is nodig voor de ruimtelijke onderbouwing van de artikel 19 procedure.</p><p>In de boringen zijn twee primaire archeologische indicatoren aangetroffen voor menselijke aanwezigheid gedurende de Romeinse tijd of Middeleeuwen in de vorm van een aardewerk scherf en een fragment zacht gebakken keramisch bouwmateriaal. Deze zijn echter aangetroffen in de bouwvoor, dus de verstoorde toplaag. Wel zijn in drie van de vier boringen fosfaatafzettingen aangetroffen. Zonder harde archeologische indicatoren kunnen deze echter niet zonder meer aan bewoningsactiviteiten worden toegeschreven.</p><p>Op basis van de onderzoeksresultaten en het beperkte oppervlak van de geplande bodemverstoringen adviseert Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie derhalve geen nader archeologisch onderzoek en ziet geen bezwaar tegen de voortgang van de bouwplannen. Het dient echter aanbeveling om bij de aanleg van de bouwputten amateurarcheologen van de oudheidkundige vereniging Beoefenaren Archeologie Tiel en Omstreken (BATO) de gelegenheid te geven het niveau waarop de fosfaten zich concentreren, op 80 tot 90 cm onder het oppervlak, te onderzoeken of er ook archeologische sporen en vondsten aanwezig zijn die met de fosfaatconcentratie in verband kunnen worden gebracht. Aangezien de bouwputten tussen de 100 tot 150 cm onder het oppervlak zullen worden uitgegraven kan niet volledig worden uitgesloten dat eventuele archeologische sporen en vondsten zullen worden aangetroffen.</p>
Authors
- C. Verschoor ;
- R. Schrijvers ;
- J. Flamman
<p>In opdracht van de Gemeente Deurne heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie in het kader van het opstellen van het nieuw bestemmingsplan De Vennen/Kleine Bottel een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (afbeelding 1). Binnen het bestemmingsplan komen zeven deelgebieden in aanmerking voor archeologisch onderzoek, aangeduid als ‘deelgebied 1’ tot en met ‘deelgebied 7’ (afbeelding 1). Het vooronderzoek omvat een Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO). Het onderzoeksterrein was ten tijde van het onderzoek grotendeels braakliggend. De nieuwe ontwikkelingsplannen omvatten voor deelgebied 1 tot en met 5 en deelgebied 7 de bouw van woningen. Op deelgebied 6 zal een boerderij in twee delen worden gesplitst; hierbij zullen volgens de opdrachtgever geen grondverstorende werkzaamheden plaatsvinden.</p><p>Tijdens het onderzoek is alleen in één boring in deelgebied 4 één fragment houtskool aangetroffen. Zonder de aanwezigheid van andere indicatoren is houtskool geen sterke, directe indicator voor menselijke bewoning. Het bodemprofiel in deelgebied 2, 3 en 4 is op sommige delen in grote mate verstoord, maar er komen ook stukken voor waar alleen de toplaag geroerd is. Deelgebied 5 ligt niet op de dekzandrug, maar in een lager gelegen gebied waar zelfs veenvorming heeft plaats gehad en om die reden voor bewoning minder gunstig geweest.</p><p>Bij het onderzoek zijn geen indicatoren aangetroffen die direct verband houden met menselijke bewoning en landgebruik in het verleden. Bekend is echter dat de verspreiding van archeologische indicatoren op zandgronden dermate dun is, dat niet alleen op basis van aan- en afwezigheid van archeologische indicatoren de verwachting op archeologische vindplaatsen kan worden bepaald. Naar aanleiding van de uitkomsten van zowel het bureauonderzoek als het booronderzoek wordt per deelgebied aangegeven wat de aanbevelingen zijn:<br>- deelgebied 1 geen nader archeologisch onderzoek.<br>- deelgebied 2 geen nader archeologisch onderzoek.<br>- deelgebied 3 geadviseerd wordt enerzijds op het westelijk deel van het terrein geen vervolgonderzoek uit te voeren en anderzijds op het oostelijke deel een vervolgonderzoek met behulp van proefsleuven uit te voeren.<br>- deelgebied 4 geadviseerd wordt enerzijds op het oostelijke deel van het terrein geen vervolgonderzoek uit te voeren en anderzijds op het westelijke deel een vervolgonderzoek met behulp van proefsleuven uit te voeren.<br>- deelgebied 5 geen nader archeologisch onderzoek.<br>- deelgebied 6 wanneer grondverstorende werkzaamheden op dit deel van het plangebied gaan plaatsvinden zal op het deel met hoge verwachting vervolgonderzoek in de vorm van boringen moet plaatsvinden.<br>- deelgebied 7 geen nader archeologisch onderzoek.</p>
Authors
- J. Flamman ;
- E. Louwe ;
- L. Haaring
<p>In opdracht van de Gemeente Deurne heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op de locatie Helmondsingel te Deurne. Het onderzoek omvatte een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van aanvullende boringen. Het plangebied maakt deel uit van een terrein waar door Vestigia eerder een Bureauonderzoek (BO) en een IVO met verkennend booronderzoek is verricht. Het terrein is ten tijde van het onderzoek onbebouwd. Op het terrein zal groeninrichting c.q. natuurcompensatie worden aangelegd.</p><p>Tijdens het veldonderzoek is de op voorhand verwachte onverstoorde podzolbodem niet aangetroffen. Tevens zijn geen primaire archeologische indicatoren vastgesteld, in de boringen, die aanwijzingen geven voor menselijke aanwezigheid gedurende de periode van het Paleolithicum tot de Nieuwe tijd (8800 v.Chr. - heden).<br>Tijdens het booronderzoek bleek bovendien dat het plangebied recentelijk is diepgeploegd. Door deze verstoringen zullen de archeologische sporen, indien die op voorhand al aanwezig waren, zijn verwoest.</p><p>Op grond van de hoge mate van verstoring op het terrein en het ontbreken van archeologische indicatoren moet de verwachting aan de hand van het aanvullend Inventariserend Veldonderzoek (IVO) naar beneden worden bijgesteld tot laag.</p><p>Op basis van de onderzoeksresultaten adviseert Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie derhalve geen nader archeologisch onderzoek en ziet geen bezwaar tegen de voortgang van de plannen.</p>
Authors
- E. Louwe ;
- J. Flamman ;
- L. Haaring