Automated Author Profile

Brouwer, E.W.

Current S-Index

36.9

Sum of Dataset Indices for all datasets

Average Dataset Index per Dataset

1.0

Average Dataset Index per dataset

Total Datasets

38

Total datasets for this author

Average FAIR Score

72.8%

Average FAIR Score per dataset

Total Citations

0

Total citations to the author's datasets

Total Mentions

0

Total mentions of the author's datasets

S-Index Interpretation

S-Index Over Time

Cumulative Citations Over Time

Cumulative Mentions Over Time

Datasets

Archeologisch bureauonderzoek Plaggenmarsweg - Havermarsweg (Marslanden) te Hardenberg, gemeente Hardenberg (OV) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in mei 2024 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Plaggenmarsweg - Havermarsweg (Marslanden) te Hardenberg. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom geplande woningbouw.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied en bevindt zich in het stroomdal van de Vecht. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een beekdaloverstromingsvlakte. Tijdens overstromingen kan in het plangebied klei of zand zijn afgezet. Op het AHN is te zien dat ten oosten van het plangebied een lintvormige laagte loopt die overeen komt met de beekdalbodem op de geomorfologische kaart. Verder is te zien dat rondom het plangebied meerdere verhogingen in het landschap liggen die overeenkomen met dekzandruggen en landduinen op de geomorfologische kaart. Verder is te zien dat het zuidwestelijke deel van het plangebied iets hoger ligt dan het noordoostelijke deel. De oorspronkelijke morfologie is waarschijnlijk afgezwakt door grondbewerking (ploegen). Bodemkundig ligt het plangebied in een zone met beekeerdgronden.In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen bekend. Deze vondsten bevinden zich met name in de hogere delen van het landschap.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland. Gebaseerd op de vorm van de bouwpercelen gaat het hier om relatief recent ontgonnen bouwlanden (begin 19e eeuw). Op een enkel gebouwtje op de topografische kaart van 1904 is in historische tijden geen bebouwing weergegeven.Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting voor alle archeologische perioden. Er worden geen (intacte) archeologische resten verwacht of de kans hierop is erg klein. Wel zijn er aanwijzingen dat door het plangebied een oude geul liep. We adviseren een aantal boringen haaks op deze vermoedelijke geul te zetten om dit te bevestigen en de dimensies van deze eventuele geul in kaart te brengen.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hardenberg. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, dr. O. Satijn (regio-archeoloog).Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Authors

  • Ponten, A.M.S. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/ar/ef2b2p2025

Archeologisch bureauonderzoek Hijschgebied - Hart van Zuid te Hengelo, gemeente Hengelo (OV) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in maart 2023 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Hijschgebied - Hart van Zuid te Hengelo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van nieuwe van woningen en appartementen op de locatie van hier nu aanwezige parkeerterreinen.Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied. Op de gemeentelijke kaart ligt het zuidwestelijke deel van plangebied in een zone met dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek. De rest van het plangebied ligt in een zone met dekzandwelvingen en vlakten met een -plaggendek. Op het AHN is te zien dat het plangebied zich bevindt tussen een lager gelegen deel ten westen en een hoger gelegen deel ten zuidoosten van het plangebied. Het noordoostelijke deel van het plangebied ligt iets lager dan het zuidwestelijke deel.In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland. In 1868 wordt de Machinefabriek van Stork opgericht. Deze bevindt zich iets ten oosten van het plangebied. In de loop van de tijd worden rondom het plangebied meerdere fabrieksgebouwen gebouwd. Dit betreffen onder andere de Wilhelminaschool, de gieterij, de modelmakerij, de pompenafdeling en de pijpenbuigerij. Vanaf 1908 is ook bebouwing in het hele plangebied aanwezig. Deze bebouwing wordt rond 2010 gesloopt.In de Tweede Wereldoorlog is Hengelo diverse keren gebombardeerd tussen 1942 en 1945. De bombardementen hadden tot doel het station en de fabrieken van Stork en Holland Signaal te vernietigen. De hele omgeving van het station werd met de grond gelijk gemaakt en er vallen 150 doden. Aangezien het plangebied zich midden in het industriële complex van Stork bevindt is de kans op explosieve resten reëel. Dit zal toekomstig onderzoek op dit gebied verder uitwijzen.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor resten uit de periode Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Vermoedelijk is het bodemprofiel in het plangebied grotendeels verstoord als gevolg van bombardementen, explosievenruimingen en de diverse bouw- en sloopfasen in de afgelopen eeuw. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kunnen archeologische resten verwacht worden. Dit is overigens afhankelijk van de mate waarin de bodem nog intact is. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied circa acht grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten.Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Hengelo. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, O. SatijnMochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Authors

  • Ponten, A.M.S. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.3 Dataset Index
10.17026/ar/hkmvwa2025

Archeologisch bureauonderzoek Westerweg 5 te ‘t Zandt, gemeente Eemsdelta (GR) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in Januari 2024 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Westerweg 5 te ‘t Zandt. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van bestaande bebouwing en het nieuwbouwen van een woning en schuur op dezelfde locaties.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt in het Fries – Gronings kleigebied. Op de geomorfologische kaart ligt de noordelijke helft van het plangebied in een zeeboezemvlakte en de zuidelijke helft op een kwelderwal. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met kalkrijke poldervaaggronden. Op het AHN is te zien dat in de oostelijke en westelijke helft van hen plangebied twee verschillende verhogingen liggen met daartussen een laagte. De hoogte aan de oostkant is op de archeologische verwachtingskaart aangeduid als wierde. De hoogte aan de westzijde betreft mogelijk ook een huiswierde. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Middeleeuwen bekend. In de 13e eeuw beginnen monniken dijken te bouwen in de omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt tegen een van deze dijken: de Wieldijk. De boerderij binnen het plangebied draagt ook deze naam. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als boerderij met erf. Deze boerderij is waarschijnlijk rond 1817 gebouwd. In 1860 wordt een schuur bijgebouwd aan de zuidwestzijde van het plangebied en in 1990, 2002 en 2021 zijn nog meer schuren bijgebouwd in het plangebied.In het plangebied kunnen resten uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd worden verwacht. Deze resten worden met name verwacht bij de mogelijke (huis)wierden. Op basis van historisch onderzoek kan de bestaande bebouwing in ieder geval tot het begin van de 19e eeuw teruggevoerd worden. Voorgangers kunnen teruggaan tot voor de 13e eeuw.Omdat specifiek de twee oudste gebouwen in het plangebied gesloopt gaan worden (gebouwd in 1817 en 1860) worden vanzelfsprekend resten van de fundamenten van deze bebouwing verwacht. Archeologisch onderzoek is niet de geëigende methode om resten van bestaande bebouwing te onderzoeken. De kans is groot dat ter hoogte van deze gebouwen resten van historische voorgangers of erfinrichting aanwezig zijn. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Eemsdelta. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Authors

  • Ponten, A.M.S. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.3 Dataset Index
10.17026/ar/wqgxnn2025

Archeologisch bureauonderzoek Hazelaarwal - Kruidentuin te Emmen, gemeente Emmen (DR) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in mei 2024 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Hazelaarwal - Kruidentuin te Emmen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de ontwikkeling van een braakliggende terrein aan de Hazelaarswal – Kruidentuin te Emmen.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt in het Drentse Zandgebied. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten blijkt dat gedurende de laatste ijstijd een beekdal loopt door het oostelijke deel van het plangebied. Ook verder ten westen van het plangebied loopt een beekdal dat met het eerder genoemde beekdal verbonden is. Tussen 5500 en 2750 voor Chr. vult het beekdal ten westen van het plangebied zich met veen. In de eeuwen erna neemt de veengroei nog iets toe maar bereikt nooit het plangebied. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op welvingen van sneeuwsmeltwaterafzettingen. In het meest oostelijke deel van het plangebied ligt een dalvormige laagte. Op de gedetailleerde bodemkaart ligt het gebied grotendeels in een zone met veldpodzolgronden, zwak lemig en grof zand. Tegen de zuidzijde van het plangebied ligt een zone met kalkhoudende vlakvaagggronden. Op de (landelijke) bodemkaart van Nederland worden deze gronden aangeduid als beekeerdgronden. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Mesolithicum tot en met de midden Bronstijd bekend.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als weiland. Rond 1988 wordt tegen de noordzijde van het plangebied een snelweg aangelegd. Rond 2010 wordt tegen de zuidzijde van het plangebied een woonwijk gebouwd. Het plangebied zelf is in historische tijden nooit bebouwd geweest. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum. Resten uit latere perioden worden niet verwacht (lage verwachting). De geplande bodemingrepen zullen eventuele resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Emmen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Luuk van der Weijden.Mochten tijdens grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Authors

  • Ponten, A.M.S. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.3 Dataset Index
10.17026/ar/zzu8cq2025

Archeologisch bureauonderzoek Brugstraat 1 te Klazienaveen, gemeente Emmen (DR) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in juli 2024 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Brugstraat 1 te Klazienaveen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige bebouwing en de nieuwbouw van woningen/kantoorpanden.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt in het Drentse Zandgebied. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten blijkt dat het plangebied gedurende de laatste op een glaciale rug ligt. Dit betreft een uitloper van de Hondsrug (geomorfologisch betreft dit een ijsstroomheuvelrug). Tussen 3850 en 2750 voor Chr. raakt het plangebied bedekt met veen. Dit veen verdwijnt niet meer uit het plangebied. Op DINO boringen in de omgeving van het plangebied is te zien dat zich rond 40 cm -mv nog steeds een veenlaagje van 30 a 40 cm dik bevindt. Bodemkundig is het gebied niet gekarteerd. Ten noordwesten van het plangebied liggen moerige podzolgronden en veengronden op veenkoloniaal dek op zand. Op het AHN is te zien dat het plangebied op een hoogte ligt die richting het oosten afloopt. Verder is te zien dat er een laagte in het midden van het plangebied ligt. Dit betreft een kuil met een diepte van circa 1 m of meer, ontstaan tijdens de sloopwerkzaamheden van voormalige bebouwing. Bij bodemkundig onderzoek uit 2022 zijn diepe bodemverstoringen aangetroffen in het plangebied. In 2 boringen loopt de verstoring door tot 200 cm diep. In boring 1 is onder dit verstoorde pakket het keileem waargenomen. Boring 7 is midden in de kuil gezet. De overige boringen zijn tot een diepte van circa 50 cm -mv gezet en tonen alle tot die diepte een verstoord bodemprofiel.In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd de omgeving van het terrein omschreven als weiland. In 1900 werd het plangebied zelf nog als heide aangeduid. Het plangebied bleef onbebouwd tot 1962. Toen verscheen bebouwing binnen het plangebied. Of de bebouwing in de decennia erna alleen is verbouwd en uitgebreid of dat er ook sloop en nieuwbouw heeft plaatsgevonden is niet met zekerheid te zeggen. Op basis van oude bouwtekeningen was de recent gesloopte bebouwing tot 170 cm -mv gefundeerd en deels tot 200 cm -onderkelderd.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Emmen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, L. van der Weijden.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Authors

  • Ponten, A.M.S. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.3 Dataset Index
10.17026/ar/afjlsj2025

Archeologisch bureauonderzoek Martinusplein 19 te Losser, gemeente Losser (OV) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in maart 2022 een Bureauonderzoek uitgevoerd op een locatie aan het Martinusplein 19 en 25 te Losser. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige bebouwing ten gunste van nieuwbouw.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd. Op ongeveer 120 m ten oosten van het plangebied ligt een zone met dekzandwelvingen. Het is aannemelijk dat het plangebied ook in deze zone ligt. Ten oosten van het plan- en onderzoeksgebied bevinden zich grondmorenewelvingen die verband houden met de stuwwal die zich nog verder richting het westen bevindt. Op het AHN is te zien dat zich ten westen van het plangebied een verhoging in het landschap bevindt die verband houdt met de grondmorenewelvingen die zijn weergegeven op de geomorfologische kaart. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een verlaging die overeenkomt met de beekdalbodem van de Dinkel. Bodemkundig is het gebied ook niet gekarteerd. Op ongeveer 220 m ten oosten van het plangebied is een zone met kleiige beekdalgronden weergegeven. Deze beekdalgronden komen overeen met de verlaging op het AHN voor de rivier de Dinkel. Ook zijn ten noorden en westen van het plangebied veldpodzolgronden en hoge zwarte enkeerdgronden weergegeven. Op basis van het Historisch onderzoek wordt vermeld dat het plangebied zich in de historische kern van Losser bevindt. Gebaseerd hierop kan in het plangebied een oude stadsophoging verwacht worden met daaronder mogelijk nog (restanten van) een esdek.In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Vroege IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd bekend. De nadruk ligt hierbij op vondsten uit de Middeleeuwen. In historische tijden (vanaf circa 1787) was het terrein bebouwd (woningen met erf). Bebouwing in het plangebied is zeer waarschijnlijk veel verder terug te voeren aangezien het plangebied deel uitmaakt van de oude kern van Losser. Op 10 meter ten zuiden van het plangebied stond een kerk die in de 14e/ 15e eeuw gebouwd is. De kerk is in 1904 gesloopt maar de toren is behouden. De huidige bebouwing in het oosten van het plangebied is gebouwd in 1955 en de huidige bebouwing in het westen van het plangebied komt uit 1985.Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor de periode Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen en een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Geadviseerd wordt archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren in de vorm van verkennende boringen. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Losser. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, E. KaptijnMochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Authors

  • Ponten, A. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/ar/4mf1lk2024

Archeologisch bureauonderzoek Binnenhavenstraat 55 te Hengelo, gemeente Hengelo (OV) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in Februari 2024 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Binnenhavenstraat 55 te Hengelo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de uitbouw van een bestaand bedrijfspand.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.

Authors

  • Ponten, A. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/ar/t8d2pu2024

Archeologisch bureauonderzoek Steenhuizen 6 te Zevenaar, gemeente Zevenaar (GD) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in 31-08-2022 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Steenhuizen 6 te Zevenaar. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van het huidige schoolgebouw, gevolgd door de bouw van nieuwe woningen.Het onderzoek is uitgevoerd conform het protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek bestaat de bodemopbouw van het plangebied uit een opgebracht antropogeen pakket (ophooglaag). Daaronder ligt een oeverwal van de doorbraakgeul De Aa. Onder deze oeverafzettingen zijn komafzettingen uit het Holoceen aanwezig met hieronder, op een diepte van 2 tot 3,4 meter diepte, afzettingen van de Kreftenheye Formatie. Het historisch onderzoek geeft aan dat op ongeveer 80 meter ten westen van het plangebied een historisch erf het Hof Steenhuizen aanwezig was. In het plangebied zijn mogelijk afvalresten van dit hof te verwachten, wellicht ook sporen van bijgebouwen. Deze sporen dateren waarschijnlijk uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd en bevinden zich waarschijnlijk direct in en onder de ophogingslagen of in de top van de oeverafzettingen. Daarnaast kunnen er resten aanwezig zijn van de afwatering van de stadsgracht. Deze afwatering is omstreeks de 15e eeuw gegraven en komt op de kaarten uit begin 19e eeuw nog voor. De verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is hoog. De kans op het aantreffen op resten uit de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen is laag.Dit advies is overgenomen door de gemeente Zevenaar, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer M. Defilet.Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

Authors

  • I. Keurhorst ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/ar/hely512024

Archeologisch bureauonderzoek Wellenseind 7-9 te Lage Mierde, gemeente Reusel-De Mierden Noord-Brabant (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in oktober 2021 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Wellenseind 7-9 te Lage Mierde. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van een aantal vakantiewoningen.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Landschappelijk gezien ligt het plangebied op de overgang van hogere dekzandgronden (lagere dekzandruggen) naar een beekdal. Bodemkundig ligt het terrein in een zone met veldpodzolen. Op het AHN is zichtbaar dat het plangebied grotendeels is geëgaliseerd. In en rondom het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In historische tijden is het plangebied tot circa 1970 onbebouwd geweest. Op de eerste kadastrale kaart uit 1832 ligt het terrein in een groot heidegebied. Vanaf circa 1900 werd het terrein geleidelijk ontgonnen. Tussen circa 1940 en 1966 was het in gebruik als gras- en weideland. Archeologisch booronderzoek in een terrein grenzend aan het zuidelijke plangebied heeft uitgewezen dat de bodem hier tot circa 50 cm -mv is verstoord.Op basis van landschappelijke criteria is er een hoge verwachting voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum. Het plangebied is echter volledig geëgaliseerd en daardoor compleet verstoord. Steentijdvondsten liggen vaak dicht aan het oppervlak. Gezien de hoge mate van verstoring kan worden aangenomen dat de kans op het aantreffen van dit type vondsten, en vondsten uit andere perioden, laag is. Daarom adviseren wij om dit gebied vrij te geven.De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Reusel-De Mierden. Dit rapport is niet beoordeeld.

Authors

  • Ponten, A. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions64% FAIR0.3 Dataset Index
10.17026/ar/ohssyb2023

Archeologisch Bureauonderzoek Lageweg 14 te Sellingen, gemeente Westerwolde (GR) (Version: 1.0)

Laagland Archeologie heeft in juni 2022 een Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd aan de Lageweg 14 te Sellingen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom het slopen en nieuwbouwen van een vakantiewoning.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt op een dekzandlaagte. Min of meer grenzend aan de zuidelijke zijde van het plangebied ligt een dekzandrug. Verder is minder dan een halve meter hoogteverschil binnen het plangebied. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met veldpodzolgronden.In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische vondsten bekend. In het onderzoeksgebied is een archeologische begeleiding geregistreerd maar deze maakt deel uit van een veel groter onderzocht gebied en is waarschijnlijk weinig relevant voor het plangebied. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als zandheide. Rond 1935 is het plangebied ontgonnen tot bouw- en weiland. Vanaf 1971 maakt het plangebied deel uit van een campingterrein. In 1980 is in het plangebied een vakantiewoning gebouwd.Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden geen (intacte) archeologische resten verwacht of is de kans hierop erg klein. We adviseren daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Westerwolde. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Authors

  • Ponten, A. ;
  • Brouwer, E.W.
0 Citations0 Mentions92% FAIR2.0 Dataset Index
10.17026/ar/lbli5m2022