Automated Author ProfilePruijsen, M.
Pruijsen, M.
Current S-Index
Sum of Dataset Indices for all datasets
Average Dataset Index per Dataset
Average Dataset Index per dataset
Total Datasets
Total datasets for this author
Average FAIR Score
Average FAIR Score per dataset
Total Citations
Total citations to the author's datasets
Total Mentions
Total mentions of the author's datasets
S-Index Interpretation
The S-Index (Sharing Index) is a comprehensive metric that represents the cumulative impact of all your datasets. It is calculated as the sum of Dataset Index scores across all your claimed datasets.
What it means:
- A higher S-index indicates greater overall impact of your datasets relative to typical datasets in their fields of research
- The S-Index grows as you add more datasets or as existing datasets gain more citations and mentions
- It provides a single number to track your research data impact over time
Current S-Index: 1.0 (sum of 3 datasets Dataset Index scores)
More information here.
S-Index Over Time
Cumulative Citations Over Time
Cumulative Mentions Over Time
Datasets
<p>In augustus en september 2011 zijn in opdracht van Bosch Transmission Technology BV door Archol BV twee archeologische vooronderzoeken uitgevoerd voor het plangebied Bosch Transmission Technology. De onderzoeken betreffen een bureauonderzoek (BO - augustus 2011) en een inventariserend veldonderzoek (IVO – 31 augustus t/m 1 september). Het inventariserende veldonderzoek op de locatie heeft geen archeologische waarden opgeleverd.</p>
Authors
- Pruijsen, M.
<p>Begin zomer 2008 is in opdracht van het Waterschap Aa & Maas door Archol BV een archeologische begeleiding uitgevoerd in het kader van de aanleg van een ecologische verbindingszone langs de Leigraaf nabij Vorstenbosch. Uit vooronderzoeken was gebleken dat de aanleg gepaard gaat met graafwerkzaamheden die bedreigend kunnen zijn voor in de bodem aanwezige archeologische resten. <br>De aanwezige archeologische sporen beperken zich tot weinig relevante verkavelinggreppels daterend uit de nieuwe tijd. Vermoedelijk zijn middeleeuwse bewoningssporen aanwezig geweest op de dekzandrug in het westen van het terrein. Deze zijn echter weggegraven bij een eerdere ontgronding.</p>
Authors
- Pruijsen, M.
<p>In opdracht van de gemeente Bernheze heeft Archol in januari 2011 een verkennend en waarderend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op planlocatie De Helling te Vorstenbosch. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande nieuwbouw op de locatie. Het proefsleuvenonderzoek is een vervolg op een eerder uitgevoerd bureau- en aanvullend booronderzoek. Uit het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat de bodemopbouw binnen het plangebied sterk getekend is door vroegere ontginningsactiviteiten. Deze activiteiten uiten zich vooral in de vorm van ontginningsbanen en ontwateringsgreppels. Een dergelijk fenomeen is op naburige locaties te Vorstenbosch eveneens aangetoond. Op de hogere delen van het terrein bleek ten gevolge van de ontginning de oorspronkelijke bodem grotendeels ofwel onthoofd ofwel opgenomen in het esdek. Op de lagere delen van het perceel (zuiden en noordoosten) zijn restanten van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Ondanks de ligging op een dekzandrug, de aanwezigheid van een esdek en de gedeeltelijke intactheid van de oude bodem zijn er verrassend weinig archeologische waarden gevonden binnen het plangebied. Het weinige dat is aangetroffen, biedt echter wel een opmerkelijk inzicht in de bewoningsgeschiedenis van Vorstenbosch. Op het hoogste deel van het terrein is een haardkuil gevonden. Door middel van een houtskooldatering kon de kuil worden gedateerd in het mesolithicum (7500–7200 voor Chr. ). Al in deze vroege periode trokken jager/verzamelaars door de regio Vorstenbosch op zoek naar voedsel. De volgende stap in de bewoningsgeschiedenis laat zes millennia op zich wachten. In de midden bronstijd A (1800-1500 v. Chr.) wordt in het zuidoostelijke deel van het plangebied een opmerkelijke depositie achtergelaten. Een zogenaamde Hilversum-urn is op de kop geplaatst. Dergelijke vondstomstandigheden zijn tevens bekend op 200 meter afstand van locatie De Helling. Circa 3000 jaar later wordt het plangebied ontgonnen. Bij het in gebruik nemen van het gebied worden greppels en banen gegraven ter verbetering van de grond. Bij het graven van één van deze greppels is helaas de Hilversum-urn geraakt en grotendeels vergraven. Wat rest zijn fragmenten van de rand en delen van de wand. Na de ontginning is men begonnen met het bemesten van de grond. Continuering van de plaggenbemesting wijst op het gebruik van het plangebied voor akkerbouw, een gebruik wat tot de opgraving in januari 2011 heeft voortgeduurd.</p>
Authors
- Pruijsen, M.