Automated Author ProfileS. Hakvoort
ACVU-HBS
S. Hakvoort
Current S-Index
Sum of Dataset Indices for all datasets
Average Dataset Index per Dataset
Average Dataset Index per dataset
Total Datasets
Total datasets for this author
Average FAIR Score
Average FAIR Score per dataset
Total Citations
Total citations to the author's datasets
Total Mentions
Total mentions of the author's datasets
S-Index Interpretation
The S-Index (Sharing Index) is a comprehensive metric that represents the cumulative impact of all your datasets. It is calculated as the sum of Dataset Index scores across all your claimed datasets.
What it means:
- A higher S-index indicates greater overall impact of your datasets relative to typical datasets in their fields of research
- The S-Index grows as you add more datasets or as existing datasets gain more citations and mentions
- It provides a single number to track your research data impact over time
Current S-Index: 0.3 (sum of 1 dataset Dataset Index scores)
More information here.
S-Index Over Time
Cumulative Citations Over Time
Cumulative Mentions Over Time
Datasets
<p>Conclusies en Aanbevelingen<br>Tijdens het onderzoek op de Vlasakkers zijn in totaal ca. 53 ha onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Tevens is de mate van intactheid van het bodemprofiel onderzocht. Binnen het plangebied als geheel moet onderscheid gemaakt worden tussen de terreinen die zich op de oude akkercomplexen bevinden (1 a en Ib) en de terreinen die op de voormalige heide liggen (2, 3, 4 en 5).</p><p>Tijdens het bureauonderzoek bleek dat de trefkans op archeologische vindplaatsen op de voormalige heide geringer is dan op de oude akkerscomplexen. Het gebied bestond uit natte heide met plaatselijk moerassen en is pas in de 20er jaren van de vorige eeuw ontgonnen. In de boorprofielen was te zien dat de oorspronkelijke bodemopbouw tijdens de ontginning tot op een diepte van 0.3-0.45 m verstoord is. Slechts op enkele plaatsen is nog een restant van de oude heidebodem aanwezig. Meestal zijn de restanten van de oorspronkelijke bodem bewaard gebleven op plaatsen waar zich dichtgeschoven laagten bevinden. Als gevolg van de vulling van de laagte is de oude bodem in dat geval buiten het bereik van de ploeg komen te liggen.</p><p>Gezien de matige diepte van de verstoring is niet uit te sluiten dat zich in het gebied nog niet ontdekte archeologische resten bevinden. Erg waarschijnlijk is dit echter niet, aangezien zowel bij de veldkarteringen als bij het booronderzoek geen archeologische indicatoren aan het licht zijn gekomen. Gezien de overeenkomstige ligging gelden deze conclusies mogelijk ook voor gebied 2. In gebied 2 is echter nog geen veldonderzoek uitgevoerd. </p><p>In het op de dekzandrug met oude akkers gelegen gebied la is de grond onlangs "bouwrijp" gemaakt. In de boorprofielen was te zien dat de grond er onlangs tot op een diepte van 0.6 tot 0.9 m uitgegraven en omgezet is. Tevens was aan de rand van het perceel herkenbaar dat de ondergrens van het plaggendek er oorspronkelijk op een diepte van 0.3 m onder de huidige oppervlakte lag. Dit betekent dat op dit terrein alleen nog bijzonder diepe archeologische grondsporen - zoals waterputten - bewaard gebleven kunnen zijn. Ook gebied Ib is deels door modern grondverzet verstoord. Hier hangen de verstoringen echter vermoedelijk samen met intensief agrarisch grondgebruik. De omvang van deze verstoringen is nog niet precies bekend. Verder bleek op enkele plaatsen in gebied Ib nog een deel van de onder het plaggendek liggende bodem bewaard gebleven te zijn, wat lokaal op een goede conservering van eventuele archeologische resten kan duiden. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren opgehoord zodat nog niets bekend is over de aard en omvang van eventueel onder de humeuse toplaag verborgen archeologische resten.</p><p>Gezien de resultaten van het bureau- en veldonderzoek is het naar onze mening niet nodig om in de gebieden la, 3, 4 en 5 verder archeologisch onderzoek uit te voeren. In gebied Ib zou echter, gezien de hoge verwachtingswaarde en de plaatselijk nog intacte bodemopbouw, een beperkt proefsleuvenonderzoek plaats moeten vinden. Pas na een dergelijk proefsleuvenonderzoek zal het mogelijk zijn om tot een definitief selectieadvies voor dit gebied te komen. Het proefsleuvenonderzoek dient inzicht te geven in de aanwezigheid, aard en omvang van eventuele archeologische resten en dient tevens inzicht te verschaffen in de mate van verstoring van het terrein.</p>
Authors
- M.A. Lascaris ;
- S. Hakvoort ;
- K-J. Kerkhaert