Version 1.0

Loppersum, Wirdumerweg (Gemeente Loppersum) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende fase

C.R.C. Schamp

Description

<p>In opdracht van Aannemersbedrijf A. van Ooijen & Zn. bv, vertegenwoordigd door de heer G. van Ooijen, is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd (verkennende fase) aan de Wirdumerweg te Loppersum, gemeente Loppersum, provincie Groningen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van tijdelijke wisselwoningen aan de Wirdumerweg voor Centrum Veilig Wonen. De exacte diepte van de hiermee gepaarde bodemingrepen is nog onbekend, maar er wordt uitgegaan van een verstoringsdiepte van maximaal 1 meter beneden maaiveld voor de aanleg van funderingen. Conform het beleid van de gemeente Loppersum is een archeologisch onderzoek noodzakelijk omdat de oppervlakte van de bodemingrepen groter zal zijn dan 200 m2 en dieper dan 0,5 meter beneden het maaiveld. De verstoringszone voor de tijdelijke woningen heeft een omvang van circa 1,5 hectare. De ingrepen betekenen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van deze archeologische waarden. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een hoge kans op archeologische resten die vanaf het maaiveld kunnen voorkomen. Archeologische resten kunnen met name bestaan uit grondsporen en materiaal uit de perioden ijzertijd tot en met nieuwe tijd, waarbij resten vooral samenhangen met bewoning op (huis)wierden en het gebruik van steenhuizen/borgen in de omgeving. Resten uit oudere perioden zoals de steentijd worden verwacht in de top van het pleistocene zand op een relatief grote diepte onder het maaiveld (circa 10,5 tot 8,5 m beneden maaiveld – 10 tot 8 m beneden NAP). Met name kansrijk zijn zandkoppen waarop podzolbodems zijn gevormd. Hierop kan onder meer bewerkt vuursteen en houtskool gevonden worden. Dit niveau (circa 10,5 tot 8,5 m beneden maaiveld – 10 tot 8 m beneden NAP) ligt echter buiten het bereik van de voorgenomen graafwerkzaamheden (circa 1 m beneden het huidige maaiveld). Tijdens het veldonderzoek is het verwachtingsmodel getoetst en zijn op 04 juli 2019 negen boringen uitgevoerd. In overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek bestaat de opbouw van het plangebied van boven naar beneden uit een pakket vergraven/ verrommelde klei waargenomen op een pakket met getijden-afzettingen (kwelder- en wadafzettingen) dat doorloopt tot een diepte van tenminste twee meter beneden het maaiveld. De bodemopbouw in het plangebied heeft een kleiige bovengrond en wordt naar beneden zandiger. In de hier geplaatste boringen zijn geen lagen waargenomen zoals vegetatiehorizonten die zouden kunnen wijzen op tijdelijk rustigere afzettingsomstandigheden waarbij het plangebied in het (verre) verleden mogelijk geschikt zou zijn geweest voor bewoning. Daarnaast zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen (zoals houtskool, aardewerk en/of fosfaatvlekken) en zijn in de bodem van het plangebied geen cultuurlagen of aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een vindplaats of bewoning op een (huis)wierde. Daarom kan de archeologische verwachting zoals opgesteld in Paragraaf 2.5 naar beneden toe worden bijgesteld.</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

0.5

FAIR Score

64%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

License

Creative Commons Attribution 4.0 International

Assigned Domain

Subfield

Immunology

Field

Immunology and Microbiology

Domain

Life Sciences

Confidence Score

47%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and Humanities

Normalization Factors

FT

40.38

CTw

1.00

MTw

1.00