Published on 03 December 2021 |

Version 1.0

Proefsleuvenonderzoek Lochem bedrijventerrein Diekink Rapportage Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) bedrijventerrein Diekink te Lochem, gemeente Lochem.

View Dataset
F.J. Heijting

Description

<p>Econsultancy heeft in opdracht van mRO Maatschap voor Ruimtelijke Ordening een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied te Lochem waar het bedrijventerrein Diekink ontwikkeld zal worden. Er zullen verschillende bodemingrepen plaatsvinden, onder andere ten behoeve van de realisatie van van nieuwbouw en boven- en ondergrondse infrastructuur. Hierdoor zullen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek werden in het gehele plangebied vindplaatsen (bewoning) uit de prehistorie en Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd verwacht. Verder zou er, op basis van een bij het booronderzoek gevonden vuursteenafslag, een vuursteenvindplaats aangetroffen kunnen worden.</p><p>Het doel van inventariserend veldonderzoek (IVO) was het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het vaststellen van de aanwezigheid van archeologische sporen en vondsten en, wanneer die aanwezig zijn, het bepalen van hun inhoudelijke en fysieke kwaliteit. Tevens had het onderzoek als doel een advies te formuleren over welke maatregelen dienen te worden getroffen in het plangebied in het kader van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg.</p><p>Er zijn 37 proefsleuven aangelegd, verspreid over het terrein. In het noorden van het plangebied bevonden zich twee bebouwde percelen die niet onderzocht konden worden bij het proefsleuvenonderzoek.</p><p>Bij het proefsleuvenonderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied enkele dekzandruggen aanwezig zijn, die naar het zuiden toe aflopen naar het beekdal van de Berkel. Het plangebied was in de Nieuwe tijd in gebruik als bouwland/akkerland en de bemesting van het terrein met mest en plaggen heeft ertoe geleid dat er een eerdgrond is ontwikkeld. De meeste vondsten zijn verzameld uit het plaggendek. Deze vondsten worden als mestaardewerk beschouwd en betreffen onder andere aardewerkfragmenten met een datering vanaf de Late-Middeleeuwen (13e eeuw) tot in de Nieuwe tijd (19e eeuw), met een zwaartepunt in de 18e en 19e eeuw. Door de landbewerking, met name het diepploegen, het graven van esgreppels en zandwinningskuilen, is de bodem in grote delen van het plangebied verstoord. Met name in het zuiden van het plangebied is de bodem volledig verploegd tot in de C-horizont. De kans dat in het zuiden een archeologisch behoudenwaardige vindplaats aanwezig is wordt klein geacht. De vuursteenafslag die bij het vooronderzoek in het zuiden is gevonden, moet derhalve als een toevalsvondst uit een geroerde context beschouwd worden. Er is geen vuursteenvindplaats aanwezig.</p><p>Het archeologisch leesbare vlak is rond 0,8 m -mv (tussen 10,4 en 11,8 m +NAP) aangelegd. Op twee locaties was de aanleg van een tweede vlak vereist (op 1,0 dan wel 1,4 m -mv). Bijna een derde van de 687 sporen bleken natuurlijke of recente verstoringen. De 486 archeologisch relevante sporen zijn aan drie vindplaatsen toegekend: - Vindplaats 1: prehistorische vindplaats (niet-opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter) met een ruime datering van Neolithicum tot en met de IJzertijd: kuilen, paalkuilen en haardkuilen.<br>- Vindplaats 2: vindplaats uit de Late-Middeleeuwen/Vroege-Nieuwe tijd (niet opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter): kuilen, paalkuilen en waterput.<br>- Vindplaats 3: vindplaats uit de Nieuwe tijd (agrarische productie en voedselvoorziening): greppels en eerdgrond.</p><p>Vindplaats 3 beslaat het gehele plangebied. Deze is gewaardeerd als zijnde ‘niet-behoudenswaardig. Het advies is dan ook om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling, met uitzondering van de delen (inclusief bufferzones) die tot vindplaats 1 en 2 gerekend worden en de twee percelen die nog niet onderzocht zijn bij het proefsleuvenonderzoek.</p><p>De behoudenswaardige prehistorische vindplaats (vindplaats 1) overlapt deels de vindplaats uit de Late-Middeleeuwen/Vroege-Nieuwe tijd (vindplaats 2). De twee niet-onderzochte percelen grenzen aan deze vindplaatsen. Geadviseerd wordt om binnen deze percelen een waarderend en karterend vervolgonderzoek uit te voeren. Dat kan door middel van proefsleuven, al dan niet met een directe doorstart naar een opgraving van een eventuele vindplaats.</p><p>Voor beide behoudenswaardige vindplaatsen is het advies deze in situ te behouden en indien dat niet mogelijk of wenselijk is, deze op te graven, waarbij rekening wordt gehouden met een bufferzone van 20 m rondom de sporenclusters. Mochten bij een eventuele opgraving in de bufferzone vindplaatsgerelateerde sporen worden aangetroffen, dan kan het op te graven terrein uitgebreid worden. Omdat de vindplaatsen elkaar deels overlappen is het minimaal op te graven areaal kleiner dan de som van oppervlakte van beide vindplaatsen: 10.139 m2. Dit op te graven areaal staat niet definitief vast. Er dient rekening gehouden te worden met een uitbreiding van de bufferzone en/of een opgraving binnen de twee nog niet gewaardeerde percelen.</p><p>Bovenstaand betreft het selectieadvies van Econsultancy. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Lochem.</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

2.0

FAIR Score

92%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

Assigned Domain

Subfield

Immunology

Field

Immunology and Microbiology

Domain

Life Sciences

Confidence Score

49%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and HumanitiesArcheologisch: destructief:proefputten\proefsleuven

Normalization Factors

FT

15.38

CTw

1.00

MTw

1.00