Version 1.0

BO IVO Someren Hollestraat (ong.) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hollestraat (ong.) te Someren, gemeente Someren (NB)

View Dataset
J.J.A. Wijnen

Description

<p>Laagland Archeologie heeft in november-december 2020 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Hollestraat (ong.) te Someren. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van twee boerderijwoningen.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting vanaf het Laat-Paleolithicum vanwege de ligging op een dekzandrug met hoge zwarte enkeerdgronden in de nabij van een beekdal. Specifiek relevant voor de periode Laat-Paleolithicum-Vroeg-Neolithicum ligt het plangebied mogelijk net binnen een gradiëntzone. Voor landbouwers (Midden-Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen) is de verwachting hoog vanwege de hogere ligging op een dekzandrug. Omdat de bodem uit lemig zand bestaat gaat het bovendien om een redelijk vruchtbare bodem. Omdat het plangebied en directe omgeving begin 19e eeuw onbebouwd was is de archeologische verwachting middelhoog voor de Nieuwe tijd.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Verder zijn twee profielputjes gegraven omdat in een afgestoken profiel de bodemopbouw duidelijker is en de overgangen duidelijker zichtbaar zijn. Bovendien kan het profiel ook door derden geïnterpreteerd kan worden Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans hoog dat het plangebied archeologische sporen bevat. Vanwege het ontbreken van horizonten met een natuurlijke bodemvorming is de archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum-Vroeg-Neolithicum laag. Omdat in het plangebied voornamelijk enkeerdgronden met een onverstoorde ondergrond zijn aangetroffen kan de in het archeologisch bureauonderzoek gespecificeerde hoge archeologische verwachting vanaf het Midden-Neolithicum tot Late Middeleeuwen en de middelhoge archeologische verwachting voor de Nieuwe tijd worden gehandhaafd.<br>Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Alleen voor de gele zone die in 0 staat aangegeven wordt een verstoorde ondergrond verwacht en wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.<br>Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). <br>De opdrachtgever heeft aangegeven dat op de zuidoostelijke helft geen bodemingrepen zijn voorzien en dat ook de bestemming agrarisch met waarden – landschappelijke waarden niet zal veranderen. Om die reden wordt geadviseerd om de zuidoostelijke helft vrij te stellen van archeologisch onderzoek in het kader van deze ontwikkeling en de archeologische dubbelbestemming te handhaven. Een belangrijk deel van deze zone is op basis van het verkennend booronderzoek ook verstoord.<br>Voor het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek dient een door het bevoegd gezag goed te keuren programma van eisen (PvE) te worden opgesteld. Geadviseerd wordt om de proefsleuven in het daadwerkelijk te verstoren gebied uit te voeren. De norm is dat minimaal 8% van het relevante plangebied door middel van proefsleuven wordt onderzocht. Het relevante plangebied het noordwestelijke deel van het plangebied, zoals aangegeven staat in afbeelding 3 en Bijlage 12.<br>In het selectieadvies wordt voorgesteld het bodemarchief te behouden in-situ door het ophogen met een laag grond van tenminste 50 cm. Daarnaast zal in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen dat bodemingrepen dieper dan 50 cm onder het maaiveld, niet zijn toegestaan zonder voorafgaand archeologisch onderzoek. Mocht besloten worden tot het behoud van archeologische resten en derhalve archeologie vriendelijk te bouwen, dient dat te worden aangetoond middels een behoudsplan, waarin de te volgen werkwijze van de aannemer in detail is omschreven.<br>Mocht een dergelijke behoud geen optie zijn, luidt het selectieadvies een definitief archeologisch onderzoek in het plangebied uit te voeren. Dit vervolgonderzoek dient plaats te vinden in die gebieden waar bodemingrepen gepland zijn of waar deze door het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt (bouw van nieuwe woningen, mogelijkheden vergunningvrij bouwen en aanleg van kabels/leidingen, groen en waterberging). Het archeologisch onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een karterend en waarderend archeologisch proefsleuvenonderzoek (conform protocol Proefsleuven KNA 4.1) aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) en uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf dat gecertificeerd is voor het uitvoeren van archeologische opgravingen (Erfgoedwet 2016).<br>De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Someren, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw drs. R. Berkvens Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

2.0

FAIR Score

92%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

Assigned Domain

Subfield

Immunology

Field

Immunology and Microbiology

Domain

Life Sciences

Confidence Score

49%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and HumanitiesArcheologisch: non-destructief: boring

Normalization Factors

FT

15.38

CTw

1.00

MTw

1.00