Version 1.0

Bureauonderzoek, Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Bontiuslaan 1a te Wassenaar, gemeente Wassenaar

View Dataset
E.E.A. van der Kuijl

Description

<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. J. de Jong van het Rijksvastgoedbedrijf een archeologisch bureauonderzoek en verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling van het perceel aan de Bontiuslaan 1a te Wassenaar, gemeente Wassenaar. Het perceel waarop de ontwikkeling plaatsvindt, heeft een omvang van 1.030 m². Omdat er nog geen definitieve plannen beschikbaar zijn voor de herontwikkeling is er nog geen nieuwe bodemverstoring bekend. Omdat de huidige bebouwing mogelijk gesloopt gaat worden heeft het Rijksvastgoedbedrijf verzocht om het gehele perceel als plangebied op te nemen, zodat het hele perceel beschikbaar is voor de herontwikkeling. </p><p>Volgens gemeentelijk beleid heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30cm. De nieuwe bodemverstoring is nog onbekend, maar overschrijdt naar alle waarschijnlijkheid de vrijstellingsgrens indien de huidige bebouwing vervangen zal worden door nieuwbouw. Om alle mogelijkheden voor herontwikkeling (slopen, bij- en aanbouw) open te laten is als plangebied de gehele kavel genomen met een oppervlakte van 1.030 m². Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek met een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied. </p><p>Conclusie <br>Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit de periode vanaf de Bronstijd tot aan de Nieuwe Tijd. Vondsten in de directe omgeving van het plangebied zijn afkomstig uit de periode Bronstijd tot de Late Middeleeuwen. </p><p>De in het plangebied aangelegde tuin van de buitenplaats en de aanwezige bebouwing en de mogelijk eerder uitgevoerde sloop- en bouwwerkzaamheden hebben de bodem tot op nog onbekende diepte verstoord. De nieuwe bodemverstoring is nog onbekend en zal mogelijk aanwezige archeologische (nog niet verstoorde) lagen raken van het Laagpakket van Schoorl en het Hollandveen, waar vondsten vanaf de Bronstijd mogelijk zijn. </p><p>Het veldonderzoek heeft aangetoond dat binnen het plangebied sprake is van ophogingen en bodemverstoringen. Deze verstoringen reiken tot minimaal 75 cm-mv (boring 4) en maximaal 240 cm-mv (boring 2). De ophogingslagen gaan scherp over in de top van de Chorizont; kustduinafzettingen. Deze horizont bestaat uit grijs of geel, matig fijn, goed gesorteerd, kalkhoudend zand met iets schelpenresten en is getypeerd als de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl (zogenaamde ‘jonge duinen’). Vanwege de diepreikende bodemverstoring worden in het Laagpakket van Schoorl (kustduinafzettingen) geen vindplaatsen meer verwacht. Dit betekent dat vindplaatsen uit de periode Bronstijd – Nieuwe tijd naar verwachting niet meer aanwezig zijn binnen het plangebied. De archeologische verwachting was hoog voor alle hierboven genoemde periodes, maar kan worden bijgesteld naar laag. </p><p>Selectieadvies <br>Op basis van het bureauonderzoek<br>De hoge archeologische verwachting wordt door het bureauonderzoek bevestigd en tevens blijkt uit onderzoeken uit de omgeving dat er archeologisch relevante niveaus in de bodem aanwezig kunnen zijn. Onbekend is tot hoe diep de bodem ter plaatse van het plangebied reeds verstoord is. </p><p>Daarom adviseert Hamaland Advies een vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een inventariserend booronderzoek ter plaatse van het plangebied, om de intactheid van de bodem en eventuele aanwezige waarden vast te stellen. </p><p>Dit zal met behulp van verkennende of karterende boringen moeten worden getoetst. Het plangebied is in totaal 1.030 m² groot. Om de mate van intactheid van de bodemopbouw en de archeologische verwachtingswaarde te toetsen dienen eerst 6 boringen per ha (IVO verkennende fase) te worden gezet met een minimum van 5 boringen per plangebied. Gezien de brede archeologische verwachting voor het plangebied wordt bij een karterend booronderzoek standaardmethode E1 aanbevolen en dienen 20 boringen per ha gezet te worden met een minimum van 5 boringen per plangebied. Vanwege het ontbreken van een numeriek verschil in aantallen boringen (5), wordt geadviseerd om direct karterend te boren buiten de bestaande bebouwing. In verband met veiligheidsrisico’s en de trefkans op Niet Gesprongen Explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog verdient het aanbeveling tevens een historisch vooronderzoek naar CE (conventionele explosieven) te laten verrichten door een WCWS-OCE gecertificeerd bureau. Het WCWS-OCE onderzoek is uitgevoerd door Reaseuro en de locatie is op 9 februari 2018 vrij gegeven door de opdrachtgever. </p><p>Doel van het booronderzoek is de toetsing van de intactheid van de bodem en bij een intacte bodem het vaststellen van de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen en zo ja welke en waar (welke diepte)en in welke vorm. Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de SIKB Leidraad voor Inventariserend Veldonderzoek (Tol 2012), BRL SIKB protocol 4003 en de KNA versie 4.0. De boringen worden tot een zo groot mogelijke diepte, uitgevoerd met een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Daarna worden de boringen tot op een diepte van maximaal 4,00 m-mv doorgezet met een steekguts met een diameter van 3 cm. Indien een archeologische laag aanwezig kan over de gehele profielkolom een karterende uitspraak worden gedaan. Indien geen archeologische laag aanwezig is kan alleen voor het gedeelte dat geboord is met de edelmanboor een karterende uitspraak gedaan worden. Het overige deel van de boorkolom kan dan alleen verkennend beoordeeld worden. Boring onder de grondwaterspiegel kunnen maximaal 1,5 meter doorgeboord worden met behulp van een zuigerboor met een diameter van 5 cm. Voor boringen met de zuigerboor geldt dat de gehele boorkolom als karterend beschouwd mag worden indien minimaal vijf (5) geslaagde boringen worden gezet. De boorkernen worden gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 3 mm en gecontroleerd op archeologische indicatoren zoals fragmenten houtskool, aardewerk, verbrande leem en fosfaten. Tevens zal de mate van ontkalking van het opgeboorde bodempakket gecontroleerd worden met behulp van HCl. Voorafgaand aan het booronderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld dat ter toetsing is aangeboden aan gemeente Wassenaar en diens archeologisch adviseur. Het bureauonderzoek en het Plan van Aanpak zijn op 15 januari 2018 gecontroleerd en geaccordeerd namens gemeente Wassenaar door mw. drs. K. van der Kant van werkorganisatie Duivenvoorde. </p><p>Op basis van het veldonderzoek<br>Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodem binnen het plangebied tot op grote diepte verstoord en/of opgehoogd is, waardoor de top van de kustduinafzettingen (jonge duinen) niet langer intact is. De relevante archeologische niveaus binnen de toekomstige verstoringsdiepte zijn verstoord. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen. Op basis hiervan adviseert Hamaland Advies om het plangebied vrij te geven voor de geplande bodemingrepen. </p><p>Selectiebesluit <br>Het bureauonderzoek en het Plan van Aanpak zijn op 15 januari 2018 gecontroleerd en geaccordeerd namens gemeente Wassenaar door mw. drs. K. van der Kant van werkorganisatie Duivenvoorde. De resultaten en aanbevelingen van het uitgevoerde veldwerk zijn op 30 oktober 2018 getoetst. Met betrekking tot het rapport zijn geen opmerkingen gemaakt. </p><p>Mw. drs. K. van der Kant stemt in met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat een vervolgonderzoek niet noodzakelijk is, omdat de bodem binnen het plangebied verstoord en/of opgehoogd is, waardoor de top van de kustduinafzettingen (jonge duinen) niet langer intact is. Tijdens het veldwerk zijn tevens geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Het plangebied heeft op de herijkte archeologische beleidskaart van de gemeente Wassenaar (2013) een hoge archeologische verwachting. Gezien de resultaten van dit onderzoek kan de verwachting naar beneden worden bijgesteld.</p><p>Voorbehoud <br>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort.</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

1.0

FAIR Score

92%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

Assigned Domain

Subfield

Molecular Biology

Field

Biochemistry, Genetics and Molecular Biology

Domain

Life Sciences

Confidence Score

47%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and Humanities

Normalization Factors

FT

30.77

CTw

1.00

MTw

1.00