Version 1.0

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Kerklaan 81 te Wateringen Gemeente Westland

View Dataset
E.E.A. van der Kuijl

Description

<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van de heer J. Geerdink van Search Ingenieursbureau, een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de geplande nieuwbouw van 16 eensgezinswoningen aan de Kerklaan 81 te Wateringen, gemeente Westland. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 4.300 m². De exacte verstoringsdiepte is vooralsnog onbekend, maar zal meer dan 50 cm meter minus maaiveld bedragen.</p><p>De archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Westland (2012) geeft een hoge archeologische verwachting. Conform het bestemmingsplan is een archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen dieper dan 50cm minus maaiveld en groter dan 100m².</p><p>Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat moet uitwijzen of vervolgonderzoek nodig is om de intactheid van de bodemopbouw te toetsen (w.o. de aan- of afwezigheid van de Gantellaag en de Laag van Poeldijk) en de aanwezigheid van vindplaatsen, waaronder de aanwezigheid van een Romeinse weg vast te stellen. Wij adviseren om dit in eerste instantie te toetsen met behulp van verkennende archeologische boringen (inventariserend veldonderzoek, verkennende fase).</p><p>Conclusie bureauonderzoek<br>Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit de periode vanaf de Romeinse Tijd tot aan de Nieuwe Tijd. Vondsten in de directe omgeving van het plangebied zijn afkomstig uit deze perioden. Nabij het plangebied heeft o.a. een Romeinse weg gelopen. De aanwezigheid van een nederzetting uit deze periode kan op voorhand niet uitgesloten worden. De bouw van opstallen vanaf 1830 heeft waarschijnlijk voor een aanzienlijke bodemverstoring gezorgd. Voor de aanwezige bebouwing bedraagt de verstoring minimaal 80 cm-mv (fundering woning). Onbekend is echter tot hoe diep de bodem rondom de bebouwing is verstoord. Dit zal met behulp van booronderzoek worden aangetoond.</p><p>Selectieadvies<br>Op 24 juli 2014 heeft via de e-mail overleg met de gemeentelijk archeoloog, drs. J.M. Blom, Archeoloog ROV/OVE van gemeente Westland plaatsgevonden. Hierbij is door de gemeentelijk archeoloog aangegeven dat voor het veldwerk tenminste 4 boringen tot 2 meter dienen te worden gezet. Eén boring dient te worden verdiept tot 4 m -mv. Doel van het booronderzoek is de toetsing van de intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling, waarbij gelet wordt op aanwezigheid van de te verwachten Gantellaag en Laag van Poeldijk binnen het Laagpakket van Walcheren en bij een intacte bodem het vaststellen van de aanof afwezigheid van cultuurlagen of vondstlagen. Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de SIKB Leidraad voor Inventariserend Veldonderzoek (Tol 2012). De boringen worden tot 1 mmv uitgevoerd met een edelmanboor met een diameter van 7 cm. Daarna worden 5 boringen tot op een diepte van maximaal 3 m-mv (onderzijde Laagpakket van Walcheren) doorgezet met een steekguts met een diameter van 3 cm. Eén boring zal conform het advies van de gemeentelijk archeoloog doorgezet worden tot 400 cm-mv ter bestudering van de diepere bodemopbouw. De boorkernen worden versneden en gecontroleerd worden op archeologische indicatoren zoals fragmenten houtskool, aardewerk, verbrande leem en fosfaten. Op grond van de onderzoeksresultaten zal in overleg met de gemeentelijk archeoloog bepaald worden of vervolgonderzoek in de vorm van karterende boringen, proefsleuven of een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden noodzakelijk is of niet.</p><p>Resultaten van het veldonderzoek In totaal zijn door E. van der Kuijl (senior KNA archeoloog) op 5 september 2014 zes (6) boringen geplaatst. Vier boringen zijn in overleg met de gemeentearcheoloog tot 2m-mv doorgezet en 1 boring is doorgezet tot een diepte van 4 m-mv en 1 boring is voortijdig gestuit. De boringen zij tot een diepte van 1 m-mv gezet met een zogeheten edelmanboor met een boordiameter van 7 cm. Daarna zijn de boringen tot een diepte van maximaal 4 mmv doorgezet met behulp van een steekguts met een diameter van 3 cm.</p><p>De bodemopbouw in het plangebied kent een tamelijk uniforme bodemopbouw. De bovenlaag bestaat uit een graszode met daaronder een bruingrijze humeuze teeltlaag met veel baksteenpuin. Deze laag gaat scherp over in een iets dikker bruingrijze humeuze zandige laag met baksteenpuin. Naast baksteenpuin bevindt zich ook glas en betonpuin in deze laag. Beide lagen zijn geïnterpreteerd als tuingrond die in een subrecent verleden (19e en/of 20e eeuw) opgebracht is.</p><p>Onder de tuinaarde bevindt zich de verspitte top van de mariene afzettingen, de zogeheten Laag van Poeldijk, die tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren gerekend kan worden. Deze verspitte deklaag bestaat uit zandige vlekkerige klei (voorheen DII/III) die over het gehele terrein aangetroffen is. De diepte tot waarop deze laag verspit is, varieert van 95 cm-mv bij boring 3 tot 180 cm-mv bij boring 2.</p><p>Onder deze verspitte deklaag is verder sprake van een ongeroerd pakket van natuurlijke kleiafzettingen op een ondergrond van oude strandafzettingen. De kleilaag is in alle boringen aangetroffen tot op een boordiepte van 220 cm-mv en maakt deel uit van de Gantellaag. Het zandpakket is geïnterpreteerd als oude strandafzettingen die gerekend kunnen worden tot het Laagpakket van Zandvoort. Tijdens het versnijden van de afzonderlijke boorkernen zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. </p><p>Selectieadvies<br>De te verwachten bodemopbouw correspondeert weliswaar grotendeels met de verwachting in het bureauonderzoek, maar oeverwalafzettingen of beddingafzettingen van de Gantel zijn niet aangetroffen. De aangetroffen sedimenten zijn, met uitzondering van de bovenste meter vanaf het maaiveld, onder natuurlijke condities gevormd in een overwegend nat milieu dat niet erg geschikt was voor menselijke bewoning. Hierdoor is de trefkans op vindplaatsen zoals erven en off site sporen zoals greppels, duikers, beschoeiingen, etc. uit de periode van de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd, zeer gering.</p><p>Uit de op 8 september 2014 door de opdrachtgever aangeleverde funderingstekeningen (zie doorsnede BA01 t/m BA05 in bijlage 1) blijkt dat de nieuwbouwwoningen voorzien worden van een kruipruimte en gefundeerd worden op een betonplaat. De aanlegdieptes variëren van 80 cm t.o.v. het bestaande maaiveld tot 100 cm t.o.v. het bestaande maaiveld. Hieruit kan geconcludeerde worden dat de te plegen bodemverstoring beperkt blijft tot de subrecent opgebrachte laag tuingrond (60 cm-mv) en de in de Nieuwe tijd en Moderne tijd verspitte top van de Laag van Poeldijk (tot 100 cm-mv). Hierdoor zullen geen archeologisch relevante lagen worden geroerd. Daarnaast zien wij vanwege het ontbreken van sporen van menselijke bewoning, zoals cultuurlagen, bewoningslagen, akkerlagen of het profiel van een Romeinse weg en het ontbreken van relevante archeologische indicatoren, geen aanleiding voor een vervolgonderzoek.</p><p>Voorbehoud<br>Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten en aanbevelingen uit conceptrapport zijn op 19 maart 2015 getoetst door het bevoegd gezag, Gemeente Westland en haar adviseur. drs. J.M. (Jitske) Blom, Archeoloog ROV/OVE. De opmerkingen op het rapport zijn verwerkt in het onderhavige rapport. Op basis van het definitieve rapport zal het bevoegd gezag een selectiebesluit nemen of vervolgonderzoek noodzakelijk is of niet.</p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de gemeentelijk archeoloog van de Gemeente Westland ([email protected]).</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

2.0

FAIR Score

92%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

Assigned Domain

Subfield

Immunology

Field

Immunology and Microbiology

Domain

Life Sciences

Confidence Score

47%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and Humanities

Normalization Factors

FT

15.38

CTw

1.00

MTw

1.00