Published on 01 January 2024 |

Version 2.0

Onderzoeksgebied Kabel-/leidingentracé ontwikkellocatie Weerdenburg te Werkhoven, gemeente Bunnik.

View Dataset
Peeters, D.

Description

</p>In opdracht van Plegt-Vos Infra & Milieu heeft RAAP in september 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Kabel -/leidingentracé ontwikkellocatie Weerdenburg te Werkhoven in de gemeente Bunnik. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunningaanvraag. Op basis van eerder in het plangebied uitgevoerd archeologisch onderzoek, is in het plangebied een behoudenswaardige vindplaats aanwezig uit de late middeleeuwen (Krist, 2019 en Hogervorst, 2022). Volgens het genomen selectiebesluit zijn grondroerende werkzaamheden, die ondanks de ophoging van het terrein tot in het archeologisch niveau reiken, enkeltoegestaan bij een opgraving of onder archeologische begeleiding. In het kader van de voorgenomen werkzaamheden in het kabel-/leidingentracé, waarbij graafwerkzaamheden tot maximaal 2,62 m +NAP zullen reiken, heeft de bevoegde overheid (op advies van de ODRU) de uitvoer van een verkennend archeologisch booronderzoek vereist. Dit onderzoek had als doel om duidelijkheid te verschaffen of de voorgenomen graafwerkzaamheden tot in ongeroerde grond en/of (potentiële) archeologische niveaus reiken of, zoals aangedragen door de opdrachtgever, uitsluitend in geroerde grond zullen plaatsvinden, waardoor een archeologische begeleiding van de voorgenomen graafwerkzaamheden niet zinvol zou zijn.</p></p>ConclusiesHet verkennend booronderzoek heeft uitgewezen dat de verstoorde grond op de meeste boorlocaties tot dieper dan de voorgenomen maximale ontgravingsdiepte reikt (2,62 m +NAP). Alleen in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied is dit plaatselijk niet het geval. Hier kunnen in (een restant van) een oeverpakket, dat plaatselijk vanaf 95 cm -mv/2,67 m +NAP opduikt, archeologische restenaanwezig zijn (boringen 10 en 12). Er bestaat met name een (zeer) hoge verwachting voor de late middeleeuwen, maar hierin kunnen ook resten uit andere perioden aanwezig zijn. In de tussengelegen boring is één decimeter dieper dan de voorgenomen maximale ontgravingsdiepte (2,52 m +NAP) de (vermoedelijke) vulling van een laat middeleeuwse sloot aangetroffen. Voor de westelijke helft van de aan te leggen nutstracés bestaat dus nog een archeologische verwachting, terwijl het oostelijk deel al is opgegraven tijdens de opgraving variant archeologische begeleiding (Hogervorst, 2022). In het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied kunnen ook archeologische resten aanwezig zijn, maar hierzijn ontkalkte oeverafzettingen enkele decimeters dieper dan de voorgenomen maximale ontgravingsdiepte aangetroffen (vanaf 80 cm -mv/2,44 m +NAP en dieper).</p></p>AdviesOp basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat op veruit de meeste boorlocaties geen archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen, die tot maximaal 2,62 m +NAP zullen reiken. Alleen ter hoogte van boringen 10 en 12 is dit mogelijk wel het geval , aangezien de verstoorde grond hier tot circa 2,62-2,67 m +NAP reikt en vanaf deze diepte oeverafzettingenaanwezig zijn. Daarom is de opdrachtgever geadviseerd om waar mogelijk de resultaten van dit onderzoek in te passen in het ontwerp voor het westelijk gelegen nutstracé (waar boringen 9-12 zijn uitgevoerd) om zodoende de kans op het verstoren van archeologische resten te minimaliseren en te streven naar in situ behoud van (eventueel) aanwezige archeologische resten. In het herziene ontwerp,op basis van dit tussentijdse advies, zijn de ontgravingen in het westelijk deel van dit nutstracé hierdoor beperkt tot 2,82 m +NAP (vergelijk dwarsprofiel 1 in figuur 2 en figuur 14), waardoor hier uitsluitend in verstoorde grond wordt gegraven en er geen archeologische resten worden bedreigd. In het oostelijk deel van het nutstracé wordt tot de voorgenomen maximale ontgravingsdiepte gegraven(2,62 m +NAP). Bij deze werkzaamheden zullen echter geen archeologische resten worden verstoord, aangezien dit deel van het tracé reeds is opgegraven (Hogervorst, 2022). Na deze inpassing van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek, worden er geen archeologische resten bedreigd bij de voorgenomen bodemingrepen.</p></p>Indien blijkt dat de realisatie van het nutstracé door een verdere herziening van het ontwerp toch gepaard gaat met diepere ontgravingen tot in archeologisch kansrijke lagen, wordt de uitvoer van een archeologische begeleiding van de civieltechnische ontgravingen geadviseerd (conform protocol Opgraven). Voorafgaand aan dit type vervolgonderzoek dient een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Bunnik, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

0.3

FAIR Score

13%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

Assigned Domain

Subfield

Immunology

Field

Immunology and Microbiology

Domain

Life Sciences

Confidence Score

45%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and Humanities

Normalization Factors

FT

15.38

CTw

1.00

MTw

1.00