Oranjewoud, Prins Bernhardweg 33 gemeente Heerenveen, Fr. Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase
View DatasetDescription
In opdracht van de gemeente Heerenveen is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (Verkennende en Karterende Fase) uitgevoerd voor plangebied Prins Bernhardweg 33 in Oranjewoud. De aanleiding voor het onderzoek is den planvorming voor een nieuwe school op de huidige locatie van de Albertine Agnesschool. De bestaande school wordt gesloopt en er komt een nieuw IKC op deze locatie. De hiermee gepaard gaande graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Op grond van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachtingswaarde voor vindplaatsen vanaf de steentijd tot de midden bronstijd en voor vindplaatsen vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd, bij een intacte bodemopbouw. Voor vindplaatsen voor de periode midden bronstijd tot en met de middeleeuwen geldt een lage archeologische verwachting. Het gebied was toen door vernatting niet geschikt voor bewoning. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische terreinen bekend in Archis 3. Het dichtstbijzijnde terrein ligt op 2500 meter afstand ten noordwesten van het plangebied. Het betreft het een terrein van hoge archeologische waarde met de kern van het veenontginningsdorp Heerenveen (AMK-terrein: 15014). Op de Kadastrale kaart uit 1832 is ter hoogte van het plangebied weiland afgebeeld. Het state-terrein van Landgoed Oranjewoud ligt ten oosten van het plangebied. In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende en karterende fase) zes boringen verricht. Met het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het plangebied grotendeels verstoord is, als gevolg van eerder uitgevoerde bodemingrepen. De bodem bestaat hoofdzakelijk uit een geroerd/verstoord zandpakket op restveen en dekzandafzettingen, op keizand, op keileem. In het plangebied is geen intact esdek (meer) aanwezig. Alleen in de boringen 1, 2 en 5 is mogelijk sprake van een B-horizont van een (niet duidelijk) podzolprofiel. Duidelijke, intacte bodemhorizonten zijn niet waargenomen, noch archeologische cultuurlagen. Het booronderzoek heeft geen eenduidige archeologische indicatoren opgeleverd. Wel zijn in de verstoringslaag vondsten gedaan die waarschijnlijk met de bemesting in de nieuwe tijd op het land terecht zijn gekomen (zie Hoofdstuk 3.3). Het onderzoek heeft verder geen vondsten opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen wijzen. Hiermee is er in het plangebied een lage kans op behoudenswaardige archeologische waarden.
Citations (0)
No citations found
Mentions (0)
No mentions found
Metrics Over Time
Publication Details
Subfield
Immunology
Field
Immunology and Microbiology
Domain
Life Sciences
Confidence Score
45%
Source
Scholar Data Model