Version 1.0

Gemeente Sint-Michielsgestel, Plangebied Dynamisch Beekdal te Berlicum.

View Dataset
M.J. van Putten

Description

<p>Het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘Dynamisch Beekdal (fase 6)’ te Berlicum (gemeenten ’s-Hertogenbosch en Sint Michielsgestel). Aanleiding voor het onderzoek is het plan om de natuurlijke dynamiek van het Aa-dal te vergroten. Dit in het kader van de ‘Visie op water’ van het Waterschap Aa en Maas, waarin staat beschreven waaraan een duurzaam watersysteem moet voldoen. Het Waterschap Aa en Maas, de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Sint-Michielsgestel en Bernheze werken in dit kader samen aan een duurzame inrichting van het watersysteem van de Aa tussen Heeswijk-Dinther en ’s-Hertogenbosch. De natuurlijke dynamiek van het Aa-dal zal hierbij worden vergroot. Het beekdal van de Aa tussen Heeswijk-Dinther en ’s-Hertogenbosch moet weer zo natuurlijk mogelijk gaan functioneren. De Aa krijgt binnen een zone van 100 tot 150 meter de ruimte om haar eigen weg te zoeken. Eventuele werkzaamheden die in dit kader zullen worden uitgevoerd, kunnen van invloed zijn op eventueel aanwezige archeologische waarden. In dat kader dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Tevens zijn de Cultuurhistorische waarden binnen het plangebied geïnventariseerd. Op basis van het bureauonderzoek is het plangebied op met name de geomorfologische kenmerken van het landschap onderverdeeld in een aantal verwachtingszones. Aan de dekzandruggen maar ook aan de beekdalen grenzend aan de dekzandruggen is een hoge specifieke verwachting toegekend. Op de archeologische verwachtingskaart (bijlage 6) is dit weergegeven middels een rode kleur. Aan een zone van 100 m rond een dekzandrug/kop is een middelhoge specifieke verwachting toegekend op het aantreffen van (prehistorische) vondsten en sporen. Dit geldt ook voor de dekzandwelvingen. Op de archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven middels een oranje kleur. Aan die delen van het plangebied waar zich geen dekzandruggen/welvingen in de directe omgeving bevinden, wordt een lage specifieke verwachting toegekend. Op de archeologische verwachtingskaart) is dit weergegeven middels een gele kleur. Voor de restgeulen geldt een lage archeologische verwachting maar met kans op bijzondere datasets. Op de archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven middels een blauwe kleur. Op basis van historisch kaartmateriaal is voor het plangebied de nog bestaande en inmiddels verdwenen historische bebouwing in kaart gebracht. Hierbij is aan de historische kernen, zones rond bepaalde puntlocaties als historische erven, (water)molens, kastelen en mogelijke voorden een hoge specifieke verwachting toegekend op het aantreffen van vondsten en sporen daterend vanaf de middeleeuwen. Op de archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven middels een donkerbruine kleur. De vermoedelijke ligging van de vestingwerken uit de Tachtigjarige oorlog zijn apart weergegeven middels een paarse arcering. Aan de delen binnen het plangebied waar ontgrondingen hebben plaatsgevonden en die zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek, wordt geen specifieke verwachting toegekend. Op de archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven middels een grijze kleur. Voor een groot deel van het deelgebied waarvoor een voorlopig ontwerp bekend is, kan worden vastgesteld dat het een lage, dan wel geen verwachting heeft op archeologische vondsten. Hier is archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk. In het noordoostelijke deel van het plangebied bevindt zich echter een dekzandkop. Hieraan, en aan het nabijgelegen beekdal is een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische vindplaatsen uit alle perioden toegekend. Het advies luidt om hier een veldonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van boringen wanneer de verstoringsdiepte dieper dan de bouwvoor zal reiken. Dit geldt ook voor het deel van het gebied waaraan een middelhoge archeologische verwachting is toegekend. Het uiterste noorden en oosten van het deelgebied bevindt zich in een zone waar mogelijk sporen van de circumvallatielinie van het beleg van ’s-Hertogenbosch uit 1629 in de ondergrond aanwezig zijn. Indien hier bodemingrepen gaan plaatsvinden dan dient een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Aangezien voor het overgrote deel van het plangebied nog geen plannen bekend zijn, is het niet mogelijk een passend advies te geven. Dit hangt namelijk af van de mate van verstoring, de grootte van het gebied, de verwachting, etc. Wel kan voor het plangebied een globale advisering gegeven worden: 1. Indien in een gebied van archeologische waarde bodemingrepen zullen plaatsvinden, is vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. Dit geldt ook voor de gebieden met een hoge verwachting wanneer deze is gebaseerd op de nabijheid van een cultuurhistorisch element. Ook wanneer mogelijke sporen van de linie uit 1629 worden bedreigd door bodemingrepen is een proefsleuvenonderzoek de meest geijkte methode voor vervolgonderzoek. 2. In gebieden met een middelhoge tot hoge verwachting wordt een archeologisch booronderzoek geadviseerd. 3. Wanneer gegraven wordt in een gebied met een lage verwachting maar met kans op een bijzondere dataset adviseert BAAC om deze graafwerkzaamheden middels een begeleiding protocol opgraven te laten onderzoeken. 4. Gebieden met een lage of geen verwachting zijn vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek. Met betrekking tot de binnen het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt geadviseerd om bij ruimtelijk ingrepen rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, zoals deze in bijlage 7 zijn weergegeven. Door deze zo vroeg mogelijk in het planningsproces te betrekken, kan de kwaliteit van het landschap niet alleen behouden blijven, maar ook worden versterkt.</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

0.5

FAIR Score

64%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

License

Creative Commons Attribution 4.0 International

Assigned Domain

Subfield

Economics and Econometrics

Field

Economics, Econometrics and Finance

Domain

Social Sciences

Confidence Score

44%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and Humanities

Normalization Factors

FT

43.27

CTw

1.00

MTw

1.00