Definitief rapport archeologisch bureauonderzoek (9125.002) Bloemenbuurt te Didam
View DatasetDescription
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek<br>Op basis van de landschappelijke ligging van het plangebied, deels op een relatief hoog gelegen dek-zandrug met hoge bruine enkeerdgronden en deels in een laagte met vlakvaaggronden, geldt voor het noordelijke deel van het plangebied een hoge verwachting voor alle periodes vanaf het Laat-Paleolithicum en voor het zuidelijke deel een lage verwachting. Deze verwachting op basis van landschappelijke kenmerken wordt bevestigd door de archeologische waarden die reeds bekend zijn uit het gebied; op de dekzandrug met enkeerdgronden zijn vondsten bekend daterend uit verschillende periodes, terwijl in de laagte met name verstoorde bodemprofielen zijn aangetroffen. Uit de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd worden op de hoge dekzandrug, die als grootschalig bouwland in gebruik was, met name sporen van agrarisch gebruik verwacht. In deze periode verplaatsten de er-ven naar de randzones van de akkergebieden, op de overgang van hoog naar laag. Voor de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd geldt derhalve een hoge verwachting voor bebouwde erven in het zuidelijke deel van het plangebied. Verder geldt specifiek voor deelgebied C een hoge verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog.</p><p>De archeologische resten uit de Nieuwe tijd worden direct aan het maaiveld verwacht. Oudere resten worden in het noordelijke deel van het plangebied verwacht onder het (dikke) antropogene eerddek, in de top van het dekzand. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. In het zuidelijke deel van het plangebied worden de resten onder de (sub)recent geroerde bovengrond verwacht.</p><p>Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd.</p><p>Bodemverstoring<br>Het noordelijke deel van het plangebied is tot de bouw van de bestaande woningen in gebruik geweest als akker. Hier is een dik beschermend eerddek aanwezig. Grootschalige diepe verstoringen, anders dan de bouw van de bestaande woningen, worden hier niet verwacht. Tijdens de bouw van de woningen zal naar verwachting ter plaatse van het merendeel van de woningen een bouwkuip zijn ontgraven ter plaatse van de gehele bouwblokken. Deze bouwkuip is ontgraven tot op de vaste grond. Dit niveau betreft vermoedelijk de top van de ongeroerde natuurlijke afzettingen. Dit niveau is tevens het verwachte archeologische spoorniveau. Het vondstniveau, dat in (de basis van) het antropogene dek werd verwacht, zal hierbij wel verloren zijn gegaan. Op basis van de beschikbare gegevens uit de bouwdossiers (hoogtes vaste grond en maaiveld voorafgaand aan de bouw) was in het zuidelijke deel van deelgebied B geen sprake van een dik eerddek. Ook hier wordt niet verwacht dat de basis van de fundering dieper is aangelegd dan de top van de natuurlijke afzettingen, aangezien het maaiveld hier tegenwoordig op 11,9 tot 12 m NAP ligt (tegenover 11,3 voorafgaand aan de bouw) en tijdens de bouw sprake zal zijn geweest van ophoging, waardoor de fundering nu alsnog op circa 1 m onder het huidige maaiveld ligt. Op basis van deze gegevens wordt dan ook verwacht dat het archeologisch spoorniveau onder de bestaande woningen nog (deels) intact aanwezig kan zijn. Hetzelfde geldt voor de bijgebouwen, die ondieper gefundeerd zijn dan de woningen.</p><p>Conclusie en advies<br>Op basis van de gegevens uit de bouwdossiers blijkt verder dat het bodemprofiel onder de bestaande woningen afgegraven zal zijn tot op het archeologisch spoorniveau, waarbij de bovenliggende vondst-laag verloren zal zijn gegaan. Het spoorniveau kan op basis van deze gegevens nog (grotendeels) intact zijn. De bijgebouwen zijn ondieper gefundeerd. Ook is hier tussen de funderingen niet ontgraven tot op de vaste grond, maar zijn enkel funderingssleuven gegraven tot op het spoorniveau. De verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden zal hierdoor minimaal zijn. Verder blijkt dat plaatselijk een ophoogdek is aangebracht tijdens de bouw van de woningen (waar een voldoende dikke antropogene bovengrond ontbrak). Deze zal tijdens de gebruiksperiode als woonperceel een beschermende werking hebben gehad. Onderliggende archeologische resten zullen hierdoor (en door het aanwezige dikke antropogene dek in de overige delen van het plangebied) beschermd zijn geweest tegen reguliere bodemingrepen die doorgaans op woonpercelen plaatsvinden. Al met al wordt dan ook verwacht dat eventueel aanwezige vindplaatsen mogelijk nog grotendeels intact zijn.<br>Vanwege de hoge archeologische verwachting en de mogelijkheid dat eventueel aanwezige vindplaatsen nog grotendeels intact aanwezig zijn, adviseert Econsultancy om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek (inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende en karterende fase) voor het gehele plangebied (deelgebieden A tot en met D).</p><p>Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Dit advies is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid (de gemeente Montferland). De bevoegde overheid heeft ingestemd met het door Econsultancy opgestelde advies.</p>
Citations (0)
No citations found
Mentions (0)
No mentions found
Metrics Over Time
Publication Details
DOI
Publisher
DANS Data Station Archaeology
Subfield
Immunology
Field
Immunology and Microbiology
Domain
Life Sciences
Confidence Score
46%
Source
Scholar Data Model