Site is currently under maintenance
Some features may be unavailable or limited during this time. We apologize for any inconvenience and appreciate your patience.

Published on 30 October 2020 |

Version 1.0

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Kwazenboschweg ong. te Brummen, Gemeente Brummen

View Dataset
E.E.A. van der Kuijl

Description

<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van de heer Nijenhuis te Brummen een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kwazenboschweg ong. te Brummen, gemeente Brummen. Het betreft de nieuwbouw van een servicetankstation bij rotonde N348 aan de zuidzijde van de Kwazenboschweg. Ten behoeve van de ontwikkeling zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3.500 m². De nieuwe verstoringsdiepte is vanwege het ontbreken van een concreet bouwplan of inrichtingsplan nog onbekend, maar zal dieper zijn dan de vrijstellingsgrens van 30 cm-mv.</p><p>Het noordoostelijke gedeelte van plangebied ligt, op de archeologische waarden- en beleidskaart van de gemeente Brummen (vastgesteld op 18 september 2014) in een gebied met een hoge verwachting (AWG 1) voor archeologische resten uit alle perioden. Dit vanwege de reeds bekende archeologische gegevens (vondsten, onderzoeken en begeleidingen) en de landschappelijke ligging waarbij aangetoond is dat hier archeologische waarden aanwezig zijn. Hiervoor geldt dat een archeologisch onderzoek nodig is wanneer het plangebied groter is dan 0m² én dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld.</p><p>Aangezien de omvang van de bodemingrepen de onderzoeksgrens overschrijdt, wordt een archeologisch onderzoek verplicht gesteld. Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek middels boringen (verkennende fase) om de intactheid van de bodemopbouw en de bodemsamenstelling te toetsen.</p><p>Conclusie op basis van het bureauonderzoek Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat de kans op archeologische vindplaatsen voor alle perioden hoog is in het westelijk deel van het plangebied, vanwege de veronderstelde ligging op een dekzandrug, waarop een hoge bruine enkeerdgrond is gevormd. Het centrale en westelijke deel van het plangebied bestaan uit ooivaaggronden met zware en lichte zavel, waarvoor een lage archeologische verwachting bestaat voor alle perioden. Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in de laatste drie eeuwen in gebruik is geweest als akkerland. De ontginning van het gebied en het agrarisch landgebruik kunnen voor bodemverstoring van onbekende diepte hebben gezorgd. Aangenomen wordt dat deze verstoring tussen de 30-60cm-mv is geweest.</p><p>Alleen in het noordwestelijk deel van het plangebied is volgens de bodemkaart een esdek aanwezig. Door de aanwezigheid van een esdek dat dunner dan 30cm, is de kans zeer gering dat het esdek een beschermende werking heeft gehad voor archeologische vindplaatsen in de bodem.</p><p>Conclusie op basis van het booronderzoek In tegenstelling tot wat de bodemkaart doet vermoeden, is er geen significant verschil in de bodemopbouw tussen het westelijk, het centraal en het oostelijk deel van het plangebied. Wel bestaat de toplaag van het westelijk deel uit iets lichtere zavel dan in het centrale en oostelijk deel van het plangebied. Het aangetroffen bodemtype is een ooivaaggrond bestaande uit lichte en zware zavel met komkleiafzettingen en crevasseafzettingen in de ondergrond. In geen van de boringen is een cultuurlaag, bewoningslaag of laklaag aangetroffen die een aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.</p><p>Selectieadvies Op basis van de onderzoeksinspanning, waarbij geen archeologische bewonings- of cultuurlagen en geen archeologisch relevante indicatoren zijn aangetroffen, is er geen reden om archeologische waarden aan te kunnen treffen in het plangebied. Het plangebied was gedurende de gehele Middeleeuwen te nat voor (permanente) menselijke bewoning. Eventuele oudere archeologische resten (op de aangrenzende dekzandrug of op het voormalige rivierduin) zijn al in een eerder stadium door de rivier ‘opgeruimd’. Op grond hiervan adviseert Hamaland Advies om geen vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen. </p><p>Selectiebesluit In mei 2017 is het onderzoek door mw. N. Vossen, archeologisch adviseur van de gemeente Brummen, getoetst en akkoord bevonden. Deze beoordeling is op 8 oktober 2019 bij Hamaland Advies binnengekomen en verwerkt in deze definitieve rapportage. </p><p>Voorbehoud Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de regioarcheoloog van de gemeente Brummen, dhr. H. Pape-Luijten.</p>

Citations (0)

Mentions (0)

Metrics

Dataset Index

0.3

FAIR Score

13%

Citations

0

Mentions

0

Metrics Over Time

Publication Details

DOI

Publisher

DANS Data Station Archaeology

Assigned Domain

Subfield

Immunology

Field

Immunology and Microbiology

Domain

Life Sciences

Confidence Score

44%

Source

Scholar Data Model

Keywords

Arts and Humanities

Normalization Factors

FT

15.38

CTw

1.00

MTw

1.00